16 juli 2015

In de trein – Christian Oster

Op de tast naar liefde

Recensie door Albert Hogeweij

‘Op een dag stond een man van gemiddelde lengte op een perron met een heel zware tas in zijn hand. Die man was ik, maar het was niet mijn tas. Die was van een vrouw. En de tas was zwaar omdat er boeken in zaten.’ Zo ontwapenend simpel zet In de trein van de Franse schrijver Christian Oster (1949) in. De twee staan op het perron van Saint Lazare in Parijs te wachten op een trein. Zij met haar zware boekentas op weg naar haar zus, hij naar een verzonnen kennis die als alibi moet dienen. Hij had besloten ‘zich een beetje voor haar te interesseren (…) Bovendien zag ze er leuk uit, in ieder geval best leuk, voor mij dan, ik wil niet beweren dat iedere man iets in haar zou zien, die ambitie heb ik niet. Maar voor mij, ja voor mij kon dit meisje eventueel geschikt zijn.’ Bij het uitstappen besluit hij haar dan ook te volgen en boekt een kamer in het hotel dat hij haar ziet binnengaan. Daarna verliest hij haar even uit het oog, maar vindt haar terug door systematisch alle kamerdeuren uit te proberen. Eenmaal weer in haar gezelschap, moet hij lijdzaam toezien hoe zij zich lijkt te willen geven aan een literaire schrijver. Maar als dat voor haar teleurstellend afloopt, keren zijn kansen. De vertelling is schriel, maar omdat het zich allemaal niet zo vlot ontvouwt kan het uitgroeien tot het formaat van een kleine roman. De namen van de twee, Frank en Anne, krijgen we haast indirect mee, want er wordt bepaald niet scheutig gedaan met stoffering en aankleding van dit verhaal. Het laat meer ruimte aan overwegingen dan aan situatiebeschrijvingen. Maar ondanks of dankzij dat ontspint zich een duidelijk verhaal dat zich traag voortsleept en naar de afloop waarvan je als lezer toch nieuwsgierig bent: blijken ze nu wel of niet voor elkaar bestemd?

Het boek kenmerkt zich door een perfecte eenheid van stijl en wie zich daardoor laat meeslepen beleeft een even groot leesavontuur als bij een super spannend boek. De stijl is aftastend en schraagt het verhaal. De zinnen zijn wisselend van lengte, maar eenvoudig te volgen en komen voor rekening van de ik-figuur, die zich een even scherpzinnig als subtiel observator betoont. Hij overweegt wat is gezegd en wat onuitgesproken blijft; wikt en weegt zijn handelingen en berekent daarvan de consequenties door. Hier en daar leidt dat tot loepzuivere logica: ’Maar al gauw merkte ik dat het helemaal niet zo makkelijk is je in een kamer te installeren als je geen bagage bij je hebt.’ Of: ‘Een stilte met z’n drieën is zwaarder dan een stilte met z’n tweeën, dat is een kwestie van wiskunde, tenzij je in een wachtkamer zit.’ De zinnen hebben het ritme van iemand die in zichzelf praat. Dichter op de huid van een personage kun je niet raken. Het is geen boek van een man die een vrouw wil scoren. Daarvoor is de hoofdpersoon te zeer een anti-held. De uitkomst van zijn veroveringstocht – als je zijn strategieloze onhandigheid zo mag noemen – blijft lang ongewis en de lezer krijgt met hem te doen. ‘Ik wilde je iets vragen, zei ze. Het enige waar ik bang voor was, was dat ze zou vragen om elkaar niet meer te zien. Al het andere kon ik aan. Ze mocht losbranden.’ Wanneer ze halverwege even uit zicht raakt en weer opduikt, taxeert de ik-figuur de situatie: ‘Ik vroeg me af of we vooruitgang hadden geboekt. Ik dacht van wel. Want tot ziens zeggen betekent nog niet dat je elkaar gaat terugzien, dat niet. Maar je went eraan. Aan het wachten op elkaar, in zekere zin. Aan het elkaar niet geheel verlaten. Zo, dacht ik. We beginnen elkaar al niet helemaal te verlaten, wij twee.’ Of die twee elkaar nu wel of niet gaan krijgen, daar gaat het niet echt om. Althans, dit boek straalt uit dat het daar niet om draait. Dat je het als lezer desalniettemin graag wilt weten, valt het boek in positieve zin aan te rekenen. Wanneer ze inderdaad samen de nacht dreigen door te brengen, staat er: ‘Het is geen slecht begin, bij iemand willen slapen. Het is misschien een begin. Of een einde. Misschien begint ze met mij bij het einde. Is dat bemoedigend voor het vervolg, vroeg ik mij af.’ Oster heeft zijn vinger weten te leggen op de gevoelige materie van de schuchtere toenaderingspoging, het verkennen van de ander als liefdespartner.

Christian Oster is als auteur in Frankrijk geen onbekende en zijn onderkoelde, niet van droge humor gespeende stijl kan rekenen op een vaste schare bewonderaars. De meeste boeken van Oster zijn uitgegeven bij uitgeverij Minuit, oorspronkelijk een verzetsuitgeverij die naderhand de auteurs van de Nouveau Roman ging uitgeven: Duras, Robbe-Grillet, Sarraute en Butor. Het experimentelere werk dus, waarin de klassieke verhaalstructuur overboord werd gezet, de vertrouwde gedragspatronen gesaboteerd. Niet de verteller legde zijn wereldbeeld op aan het boek, maar de literaire vorm zelf werd onderzoeksinstrument voor de relatie tussen personage en zijn omgeving. De tastende stijl was de weerslag van diens zoektocht naar enig houvast. Hoewel de Nouveau Romanciers onderling in stijl verschilden, kenmerkten hun boeken zich door de consequentheid waarmee een eenmaal gekozen uitgangspunt werd uitgewerkt. In dat opzicht is het niet vreemd dat In de trein in 2002 bij Minuit verscheen. De speelsheid ervan doet ook denken aan het vroege werk van de eveneens bij Minuit ondergebrachte Jean-Philippe Toussaint. Zo subtiel kan experimenteel dus zijn in Franse handen, kan men al lezend denken. Deze stijl nodigt dan ook zeer uit om mee te leven met de ik-figuur. Want deze hoofdpersoon krijgt dermate weinig eigenschappen toegedicht dat iedereen zich ermee kan identificeren. Niettemin is het een verhaal dat volstrekt niet te verfilmen is dankzij zijn stijl. Is dat niet het beste compliment dat je een boek kunt geven?

 

In de trein

Auteur: Christian Oster
Vertaald door: Kiki Coumans
Verschenen bij: Studio 3005
Aantal pagina’s: 112
Prijs: €20,-

In de trein
Christian Oster
ISBN: 9789078627005

Meer van Albert Hogeweij:

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant

16 juli 2015

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
16 juli 2015

Zelfdoorleefde hoop en wanhoop

Over 'Een waanzinnig begin ' van Christian Oster