Omslag  -

Van een schrijver wil ik alleen weten of het boek waaraan gewerkt is me bevalt, vermaakt, eventueel verbijstert. Het hoeft niet lekker (weg) te lezen, wat als criterium voor een goed boek wel gebruikt wordt, dat het ‘lekker wegleest’. Dan denk ik, je moet er wel bijblijven, bij wat je leest. Het leven is al versnipperd genoeg, laat het lezen ons een zorg zijn. Ik wil niet weten (weet niet of ik hier helemaal eerlijk ben) of de schrijver aardig is, veel drinkt of tegen haar/zijn man/vrouw schreeuwt. Als ik dat weet, sluipt er een ‘meeleef’ factor in, die de dingen besmoezelt. Wat ik lees, daar moet ik het mee doen, al gluur ik heus wel eens bij de buren. Ik las Schoonheidsdrift van Arie Storm. Hij heeft een imaginair gezin, in zijn boeken, zegt de verteller, de schrijver zegt dat hij geen vrouw en dochter heeft. 

Eigenlijk is het geen doen deze nieuwe van Storm te lezen als je je hebt voorgenomen de opmerkelijkste passages in de roman te markeren, met potlood, stickertjes. Na honderd bladzijden was het boek niet meer te hanteren, op elke bladzijde stond wel iets dat omcirkeld moest worden, zoals, ‘Ik was inderdaad alleen in Londen: mijn vrouw en dochter waren in Amsterdam gebleven. Ik denk dat ik deze kwestie (wel/geen vrouw en dochter I.M.) nu maar eens moet oplossen, anders gaat ze tegen me werken. Het zit zo. Een lezer houdt wel van een onbetrouwbare of manipulatieve verteller. maar tot op zekere hoogte.’ Ach, denk je, wat een eerlijke schrijver! Maar daar kom je op de laatste pagina’s wel achter. Storm schrijft en leest, dat is zijn leven hoorde ik in een interview op Radio Bloemendaal, en zijn belangrijkste bezit is zijn computer (nee, geen laptop). 

In Schoonheidsdrift vindt een ontmoeting met de dichter Keats in Londen plaats, anno 2020. Het is bizar, maar waar. Er gebeurt veel onverklaarbaars dat geen verklaring nodig heeft. Het is om te  genieten. Storm neemt de literatuur en degenen die het bedrijven op de hak. De verteller is een wat suf, afwezig persoon (wat de schrijver misschien ook is, dat krijg je als je steeds maar in de boeken zit). Nog zo’n omcirkelde alinea, ‘Met Ruby heb ik nooit een seksuele relatie gehad, al kan ik me op een bepaalde manier wel voorstellen dat het misschien ooit zover zou zijn gekomen (terwijl ik dit opschrijf vind ik het een erg foute opmerking, maar ik laat haar toch maar staan, misschien dat ik haar later weghaal.)’ Wat hij niet deed, anders had ik het niet kunnen lezen. Kijk, dat is nu zo fijn aan dit boek, of dit verslag zoals de schrijver het noemt, dat je meegenomen wordt in het maakproces, (ik denk niet dat de schrijver dit een fijn woord vindt, maar ik laat het toch maar staan), in zijn overwegingen. 

Wat wil een schrijver meer dan zijn lezers bereiken. ‘Ik kijk naar mijn vingers die dit typen en haal ze van het toetsenbord en ik strek ze naar je uit, niet slechts om contact te maken  door tijd en ruimte heen, maar in een poging samen te zijn in de droom die lezers en schrijvers die in de tijd en ruimte verstrooid zijn op deze wereld met elkaar verbindt.’ En verdomd, ik voelde me verbonden, met Londen, met de schrijver, die zweefde door tijd en ruimte. Geweldig boek!

 

 

Schoonheidsdrift / Arie Storm/ Uitgeverij Prometheus
Interview Radio Bloemendaal


Inge Meijer leest en reist met het OV.

 

 

Meer van Inge Meijer