Ik heb dat alles opgeschreven – Max Cahen

Vught-Auschwitz-Vught. Memoires van Max Cahen

Vijfentwintig jaar na de oorlog zette de toen zeventigjarige Max Cahen in enkele maanden zijn oorlogsherinneringen op papier. Zijn memoires waren oorspronkelijk bedoeld voor zijn kinderen en kleinkinderen.

Vanaf 1940 onderging hij met zijn vrouw in Vught het lot van alle Nederlandse Joden. Totdat hem in 1941 gevraagd werd lid te worden van de Joodse Raad. Met zijn aarzelende ja kon hij toen niet bevroeden hoezeer hij twee jaar later in die functie met de gruwelijke logistiek van de deportaties geconfronteerd zou worden. Nadat in 1943 het SS Konzentrationslager Herzogenbusch, zoals het concentratiekamp Vught officieel heette, voltooid was kreeg hij er dag en nacht mee te maken. Hij woonde achter het station in Vught en probeerde met anderen bij de binnenkomende en vertrekkende transporten zo goed en zo kwaad als het ging wat steun te verlenen. Totdat hij er zelf ook gevangen werd genomen.

In het kamp was hij belast met de inkoop van materialen voor het Philips-Kommando. Hij bekleedde een bizarre positie waarin hij nog een tijdlang kon reizen zonder begeleiding. Voordat hij op zakenreis ging, trok hij zijn kampkleding uit en verruilde het voor een burgerkostuum met ster. Zijn speciale status voorkwam deportatie naar Auschwitz niet. Na een zware tijd in de kampen keert Max Cahen terug naar Vught, waar hij met zijn vrouw de draad van zijn bestaan weer oppakte.

Ik heb dat alles opgeschreven

Auteur: Max Cahen
Verschijnt bij: Wolfaert Uitgevers (eind september 2010)
Prijs: € 17,50

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

16 oktober 2009

Over Engelse en Tasmaanse hartstocht

De Tasmaanse Flanagan noemt dit boek geen historische roman, maar hij liet zich wel ínspireren door bepaalde personen en gebeurtenissen uit het verleden, zoals Charles Dickens en een verdwenen pool-expeditie van John Franklin. Het verhaal speelt zich behalve in Londen af op de eilanden rond en op Tasmanië in de tijd van de kolonisatie en de kerstening van de Aboriginals (1850).
Hoofdpersoon van de tweede verhaallijn is het meisje Mathinna, dochter van een stamhoofd, die door de regent Robinson wordt gekaapt, nadat een eerdere verzoeningstocht op niets is uitgelopen.

Lees meer