3 oktober 2011

Ik besta in mijn werk – Hella Haasse (1918 – 2011)

Door Ingrid van der Graaf

Vrijdagavond zat ik op de bank toen mijn jongste dochter de woonkamer binnenkwam en verontwaardigd riep; ‘Hella Haasse is dood.’ Niet dat zij haar zo goed kende, ze had Oeroeg en Transit (beiden boekenweekgeschenk resp. 1948 en 1994))  voor haar leeslijst gelezen en daar hield haar kennis over de schrijfster dan ook mee op. Maar omdat ze mijn betrokkenheid kent als het om  de ‘groten’ uit de Nederlandse literatuur gaat, kwam zij  het mij direct melden toen zij het overlijdensbericht op nu.nl gelezen had.

Mijn kennismaking met Hella Haasse was door Zelfportret als legkaart (1954), dat ik in 1975 in de boekenkast van mijn ouderlijk huis vond. Een egodocument waarin ik voor het eerst kennismaakte met een werk waarin een auteur zijn eigen gedachten tot onderwerp van het verhaal maakte. Niet eenvoudig te lezen vond ik toen als twintigjarige, gewoon omdat ik het niet gewend was zoiets te lezen. De romans die ik kende lieten de schrijver zelf steeds buiten beschouwing. En dat was met Zelfportret als legkaart anders. Hier was de schrijfster te volgen in haar onderzoek naar haar eigen persoonlijke aandeel in het schrijven, in het ontstaan van haar werk. In de latere bekentenisliteratuur van de jaren tachtig, wordt de lezer het verhaal binnengezogen om zich als een grenzenloze voyeur te gedragen. Bij het eerste autobiografische werk van Haasse voelde ik me een genode gast die op afstand mocht meekijken; Kijk, zo doe ik dat, ik zuig de mat, kook het eten, verzorg de kinderen en onderwijl verwordt alles tot literatuur.

Zoals vermeld in alle media overleed Hella S. Haasse donderdagavond 29 september na een kort ziekbed te Amsterdam. De stad waar zij in 1938 vanuit Indie aankwam en nu gestorven is. De laatste jaren van haar leven schreef ze niet meer omdat haar dit fysiek onmogelijk was. Mocht ze dan niets meer op papier krijgen, in haar hoofd – zo bekende ze in een interview in De Groene Amsterdammer – bleef ze verhalen maken omdat ze gewoonweg niet anders kon na een leven waarin ze jaar in jaar uit de ene titel na de andere schreef; romans, essays, toneel- en liedteksten. In 2009 stond Hella Haasse voor de laatste keer in het middelpunt van de belangstelling toen haar boek Oeroeg werd verkozen  tot cadeau exemplaar in het kader van de CPNB campagne: Nederland Leest. De herdruk verscheen in de overweldigende oplage van 923 duizend exemplaren. In datzelfde jaar verscheen Oeroeg in het Bahasa Indonesia. Het boek werd in Jakarta feestelijk – maar zonder de aanwezigheid van de schrijfster zelf – gepresenteerd.
Hella Haasse werd tijdens haar leven bekroond met de Constantijn Huygensprijs, de Annie Romeinprijs, de P.C. Hooftprijs, de Dirk Martensprijs en tweemaal de Publieksprijs. Voor ‘de artistieke en menselijke waarde van haar veelzijdige oeuvre’ ontving zij in 2004 uit handen van koningin Beatrix de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren.

Toch liep Hella Haasse in 2009 nog rond met een idee voor een laatste boek; De ontbladering was de titel. Waarover ze losliet dat het over haarzelf zou gaan en de verhouding tot haar man, Jan van Lelyveld (1918-2008). Haar man ontmoette ze in 1940 wanneer ze toetreedt tot de redactie van het studentenblad Propria Cures en waarvan Van Lelyveld mederedacteur was. In 1944 trouwen ze en samen krijgen ze drie dochters waarvan het eerste kind, Chrisje (1944- 1947) aan difterie overlijdt. Dat laatste boek zou er nooit komen. Hella Haasse liet zich door praktische bezwaren van het schrijven van haar laatste boek afhouden, zelf kon ze het niet meer en dicteren was absoluut geen optie.

Misschien stemde het haar gerust dat ze niet meer ‘hoefde’, want er was al dat gedenkwaardige oeuvre en  was het tijd om orde op zaken te stellen. Haar laatste interview, waarvan ze zelf zei dat het haar zwanenzang was, werd door Daan Heerma van Voss en Daniel van der Meer afgenomen. Het interviewduo dat eerder dit jaar het laatste interview met Hans Keilsons hadden opgetekend. Hoewel ze dit beiden van tevoren niet konden bevroeden, mag het opmerkelijk en benijdenswaardig genoemd worden, dat deze jonge schrijvers zo’n ongewild scherpe timing hadden om het laatste wat deze beide auteurs nog met de wereld wilden delen, mochten optekenen. Documenten om te koesteren, vooral ook omdat het integer en met liefde en respect voor hun werk, afgenomen interviews zijn.

Voor Hella Haasse moeten haar publicaties het publiek genoeg zijn. Zij wenst zich geen biograaf, iemand die zich in haar leven ingraaft en daar zijn eigen betekenis aangeeft. Zij was geen dwarse vrouw maar wist heel goed wat zij wilde; zoals zij haar agenda’s bewaard voor wie er haar letterkundig leven aan wil aflezen. Maar verder heeft ze alle informatie die voor een biograaf enige aantrekkelijkheid kan bevatten, zoals de relaties tot haar dierbaren, vertrouwd aan de papierversnipperaar. ‘ (…) wat is er over mij te vertellen? (..) Wat ik ben of ben geweest, het staat in mijn boeken…. Mijn relatie met mijn man wil ik met niemand echt delen. Dat is van ons.’

Laten we haar respecteren in haar wens  en haar beschemen voor het voyeurisme dat zij zelf niet bezigde, zelfs niet in haar autobiografische geschriften. Lees haar werk met aandacht, dat maakt een biografie overbodig: ‘Ik besta in wat ik schrijf’.

Leven en werk in kort bestek:
Hella S. Haasse werd in 1918 geboren in Batavia.  In 1939 debuteert ze met een gedicht in de Amsterdamse Studentenalmanak waarna ze na een korte toneelcarrière tijdens de Tweede Wereldoorlog begint met schrijven. Ze schrijft Oeroeg in drie maanden (1948). Dit prozadebuut, betekende haar grote doorbraak. Daarna volgden haar grote historische roman; Het woud der verwachtingen, De verborgen bron, De scharlaken stad en in 1954 de autobiografie Zelfportret als legkaart.
Haar indrukwekkend en monumentaal oeuvre bouwde zij verder uit met, Mevrouw Bentinck, Heren van de thee, Sleuteloog, De wegen der verbeelding en Fenrir.  Het woud der verwachting (1949), over het leven van Charles van Orléans, bracht haar in 1989 internationale roem met het verschijnen van de Amerikaanse vertaling.
De literaire kern van haar oeuvre, zoals opnieuw uitgegeven in het Verzameld werk, beslaat meer dan twintig romans, een verhalenbundel, vijf autobiografische boeken en enkele essaybundels. Daarnaast schreef zij talloze toneelstukken en liedteksten. Haar werk wordt in negentien landen in vertaling uitgegeven.
Een overzicht van dat werk en de buitenlandse vertalingen is hier te vinden.

Op haar uitdrukkelijke verzoek vindt de uitvaart van Hella S. Haasse in besloten familiekring plaats. Over enkele maanden zal er een voor het publiek toegankelijk programma georganiseerd worden waarin haar oeuvre centraal staat.

Er is gelegenheid het condoleanceregister te tekenen bij uitgeverij Querido, Singel 262 in Amsterdam. De uitgeverij is geopend op werkdagen van 9.00 uur tot 18.00 uur.

Zie ook:
www.hellahaasse.nl
www.hellahaassemuseum.nl

‘Een kruik uit Arelate’ dat Haasse in 2006 in Parijs voordroeg vindt u hier: http://www.radioboeken.eu/radioboek.php?id=13&lang=NL

 

 

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer