Ik begon met schrijven om mijn eigen verhalen te vertellen

Interview door Kevin Headley 

 


Onder grote publieke belangstelling heeft toneelschrijfster en actrice Bodil de la Parra (1963), op woensdag 15 juni 2022, haar boek Het verbrande huis over de gelijknamige theatervoorstelling officieel gepresenteerd in Suriname. Het was de eerste thema-avond van de Schrijversgroep ’77 – de actiefste, grootste en oudste schrijversorganisatie in Suriname – na de Covid-19-pandemie. Het verbrande huis gaat over de familie van Bodil de la Parra van vaderszijde, de bekende filmmaker Pim de la Parra. Tijdens haar presentatie las De la Parra eerst een hoofdstuk uit het boek voor waarna ze vertelde waarom ze het belangrijk vond het boek te schrijven. 

‘Het huis was in tien minuten afgebrand. Toen ik in 2014 op de lege plek stond met mijn vader waar het huis en de apotheek eens was besloot ik dat het tijd was eindelijk de familieverhalen op te schrijven. Ik wist dat ik mijn eigen herinneringen moest opschrijven maar ook die van de andere familieleden. Ook waar onze familie vandaan kwam was belangrijk om op te schrijven. Er zit ook een laag in het boek dat niet in het voorstelling zit zoals dat mijn zoon Jim zijn eerste stappen heeft gezet in het huis toen hij veertien maanden was. Ik vond het belangrijk dat ik de herinneringen niet zou vergeten met het afbranden van het huis.’

 

 

Het toneelstuk en het boek zijn een ode aan haar familie

‘Ik kon mijn oude tantes, tante Gus en tante Pop en tante Jet, op deze manier eren die ook de zorg van mijn vader op zich hadden genomen nadat hij zijn moeder verloor op jonge leeftijd. Mijn vader heeft het boek gewaardeerd. Ik kreeg ook een compliment van journalist Biemla Gajadien, ze heeft het boek in twee dagen uitgelezen.’

In Nederland heeft ze ook positieve recensies ontvangen. Dit hoewel de promotie van het boek niet optimaal kon geschieden aangezien het net voor de Covid-19-pandemie uitkwam. Ze was benieuwd hoe het boek in Suriname zou worden ontvangen. De terugkomst in het land is voor haar ook best emotioneel. Ze ziet namelijk haar vader en familie eindelijk na drie jaar weer terug. Bij aankomst op Zanderij moest zij al een traantje wegpinken. Voor de pandemie was De la Parra regelmatig in Suriname. Ze had er ook de stukken Het verbrande huis en Woiski vs Woiski opgevoerd. Ze ging ervan uit dat ze na haar laatste bezoek er weer snel zou zijn, maar toen kwam de pandemie. Dus nu is niets meer vanzelfsprekend voor haar geeft ze aan.

‘Als ik straks vertrek, weet ik niet wanneer ik er weer ben. Ik krijg allemaal berichten dat er weer een corona uitbraak in Amsterdam  is. Alles mag namelijk weer. Mensen worden niet ernstig ziek, maar de situatie is nog niet bedwongen. En mijn vader wordt ook steeds ouder.’ De la Parra merkt bij de aanblik van Paramaribo op dat er veel achteruit is gegaan. Ook in gesprekken met anderen kwam naar voren dat de situatie sinds de laatste keer dat ze hier was, verslechterd is.
‘Aan de andere kant zijn er wel andere positieve zaken bijgekomen. Ik voel de veerkracht van de mensen altijd weer hier. Ondanks de moeilijke omstandigheden. De mensen zijn sterk en optimistisch.’ 


Schrijven over alles

In een uitgebreid gesprek geeft De la Parra aan dat ze eerst jeugdstukken heeft geschreven en later over van alles schreef, niet alleen over Suriname. ‘Ik wilde ook vertellen over vrouwen, over oudere mannen, over grootmoeders. Pas later, vanaf 2010 ben ik weer stukken gaan schrijven over- en gaan spelen met mijn oorsprong.’

De la Parra groeide naar haar zeggen op met een vader die films maakte die niet bedoeld waren voor kleine meisjes. ‘In de buurt werden we gezien als het vrijgevochten gezin. Mijn moeder is Chinees-Indonesisch en mijn vader komt dus uit Suriname. Wij waren niet Nederlands en dan was mijn vader ook nog een artistieke filmmaker. Daar werd vreemd naar gekeken. Ik vond zingen en toneelspelen leuk vanaf de middelbare school. Ik heb mezelf nooit herkend in een Nederlandse film, omdat ik er voor Hollandse begrippen heel anders uitzag. Mensen vroegen of ik uit Indonesië kwam of Spaans was.’

Na de middelbare school had ze geen idee wat voor studie ze wilde doen. Toevallig was ze bij haar vader in Aruba toen daar ook een theatermaker was. Hij vertelde over de kleinkunstacademie, een onderdeel van de theaterschool, waar je ook kunt zingen en dansen. Ze deed auditie en werd aangenomen als een van de acht uit de honderden aanmeldingen. Het vuur voor het theater was aangewakkerd. De la Parra rondde de theaterschool af en deed nog een jaar de toneelschool. Daarna was ze naar haar zeggen ‘gewoon actrice’. Langzaam merkte dat ze dat ze in het theaterlandschap van Nederland als actrice niet overal terecht kon vanwege haar exotische uiterlijk. Ze besloot zelf te schrijven en het eerste stuk werd Orgeade Overzee.

 

Scènes over oudere tantes

‘Ik dacht, volgens mij heb ik een Surinaams verhaal te vertellen, en toen heb ik scènes geschreven over mijn oudere tantes. Mijn oudere tantes waren nooit getrouwd, ze hadden onvervulde verlangens, ze waren altijd bij elkaar blijven wonen. Ik was in 1992 in Suriname geweest. Voor het eerst weer sinds dat ik er als kind was geweest en ik zag dat het land het moeilijk had gehad. Dus besloot ik daar een stuk daarover te schrijven. Toen we het stuk opvoerden kwam iedereen van Surinaamse afkomst in Nederland ernaar kijken. We zouden het twintig keer opvoeren, het werd honderdtwintig keer. We hebben het stuk ook in Suriname opgevoerd. Toen kreeg ik koudwatervrees want tante Gus leefde nog. Mijn vader was ook pas geëmigreerd. Maar iedereen  van de familie vond het stuk mooi en zat te janken.’

Ze besloot door te gaan met schrijven en werkte veel met theatermaker wijlen Matthijs Rümke. Over de Chinees-Indische familie van moederskant maakte De la Parra de voorstellingen Ouwe Pinda’s opgevoerd in 2014 en Gouwe Pinda’s opgevoerd in 2017. In de Indië Monologen vertelt ze over haar jeugdjaren in Amsterdam-Osdorp waar ze met haar Indonesische opa, oma en oom in dezelfde flat woonde.


Opvoeringen in Suriname

Het is niet de eerste keer dat De la Parra het verhaal van haar tantes heeft verwerkt in een productie. Het theaterstuk Orgeade Overzee ging ook over haar twee oudtantes, tante Gus en tante Pop. In Nederland was het stuk een grote hit, in 1996 werd het naar Suriname gehaald. Het was het eerste stuk dat zij in Suriname opvoerde, een hele andere ervaring voor het gezelschap en de Surinaamse samenleving aangezien men in Suriname gewend was aan het volkstheater van A Sa Go.

‘Ik schreef en speelde het stuk samen met de actrice Carolina Mout. Het werd opgevoerd met een klein decor, het was een reisversie, om het in het vliegtuig te krijgen. Er waren geen kostuumwisselingen. Wij tweeën speelden verschillende personages. We transformeerden van jonge meisjes naar oudere tantes. Dus het was fysieke transformatie en door de tekstbehandeling. Mensen hadden toen zoiets van ‘waar kijken we eigenlijk naar’. De voorstelling duurde een uur, er was geen pauze. Langzaam begon het publiek te wennen aan onze manier van toneelspelen en kregen we (later) volle zalen.’

De la Parra schreef later de toneelstukken Onder vrouwen over mannen en Onder mannen over vrouwen die respectievelijk in 2011 in 2014 zijn opgevoerd onder regie van Helen Kamperveen. Kamperveen had de Nederlandse versie van de voorstelling gezien en vroeg aan De la Parra of die niet in Suriname kon worden opgevoerd.

‘Ik vond het niet geschikt om in Suriname op te voeren omdat het zo op Nederland gericht was. Ik zei dat ik wel heel graag een Surinaamse versie zou willen maken met Surinaamse acteurs. Ik heb toen eerst vrouwen geïnterviewd,  en later hebben we het stuk met Hilkia Lobman, Cher Spalburg en Marianne Cornet en Helianthe Redan  opgevoerd. Met een band onder leiding van Jimmy Westfa. Het was een enorme hit. Een stuk over vrijgevochten vrouwen uit Paramaribo, sommige hoogopgeleid en ze pikten bepaalde dingen van de mannen niet meer. Ze willen het er met elkaar over hebben.

 

Een stuk over hoe mannen naar vrouwen kijken

Toen werd besloten ook een stuk te schrijven over hoe mannen naar vrouwen kijken. Daarvoor heb ik openhartige gesprekken gevoerd met twintig mannen. Dit stuk werd opgevoerd met Ruben Silvin, Dave van Aerde en Geoffrey Bel. Het ging over drie mannen die bij elkaar te rade gaan. Een man wordt op dat moment door zijn vrouw het huis uitgezet en dan gaat hij naar zijn vrienden om het daarover te hebben. Eigenlijk gebeurt dat helemaal in Suriname niet. Als een man door een vrouw het huis uit wordt gezet, gaat hij naar zijn moeder of zijn zus of naar zijn nicht. Hij gaat niet openhartig met zijn vrienden de situatie bespreken. En dat is zo leuk aan theater, dat het daar wel kan. Toen ik het Verbrande huis af had, was het vanzelfsprekend dat ik het hier ook zou opvoeren. ‘

Tijdens de boekpresentatie werd haar gevraagd of zij Het verbrande huis nogmaals in Suriname zou willen opvoeren? Ze wil dat graag, maar weet niet of dat kan. Waar ze wel naar uitkijkt is de opvoering van De Gliphoeve, de opvolger van Woiski vs Woiski bovendien het tweede deel uit de ‘Suriname-trilogie’ van producenten Orkater en Bijlmerparktheater. Een voorstelling waar zij als schrijfster ook een bijdrage aan heeft geleverd.

 

Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker en schrijft artikelen voor OneWorld.


Recent

9 augustus 2022

Reis zonder bestemming

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 augustus 2012

Nasmeulend vuur 

De opening van de roman Het grote vuur, voor het eerst in het Nederlands vertaald, lijkt een zinnelijke klassieker:

‘De laatste keer dat ik met Silvia naar zee ging, kleedde ze zich tussen de jeneverbesstruiken om.

Dit delen: