Identiteit

Er zijn schrijvers waarvan je elk nieuw boek blind koopt. Dat geldt ook voor overleden schrijvers als er een nieuwe boekvertaling verschijnt. Plots zijn ze herontdekt, goede literatuur is tijdloos. Na Gloed van Sándor Márai werd het een na het andere vertaalde boek van deze Hongaarse schrijver uitgebracht. Een ander voorbeeld is de Noor Knut Hamsun. En de Tjech Karel Čapek (1890 – 1938), van wie met enige regelmaat een nieuwe titel verschijnt, steeds vertaald door Irma Pieper in schitterend Nederlands. Deze drie schrijvers behoren tot mijn favorieten.
Mijn kennismaking met Čapek begon met Een doodgewoon leven (1934), waarin de hoofdpersoon geen geëxalteerde held is, maar een eenvoudige spoorwegbeambte, een man als iedereen. Wanneer hij zijn memoires schrijft, blijken die verrassende inzichten in zijn persoonlijkheid te verschaffen.