Er zijn schrijvers waarvan je elk nieuw boek blind koopt. Dat geldt ook voor overleden schrijvers als er een nieuwe boekvertaling verschijnt. Plots zijn ze herontdekt, goede literatuur is tijdloos. Na Gloed van Sándor Márai werd het een na het andere vertaalde boek van deze Hongaarse schrijver uitgebracht. Een ander voorbeeld is de Noor Knut Hamsun. En de Tjech Karel Čapek (1890 – 1938), van wie met enige regelmaat een nieuwe titel verschijnt, steeds vertaald door Irma Pieper in schitterend Nederlands. Deze drie schrijvers behoren tot mijn favorieten.
Mijn kennismaking met Čapek begon met Een doodgewoon leven (1934), waarin de hoofdpersoon geen geëxalteerde held is, maar een eenvoudige spoorwegbeambte, een man als iedereen. Wanneer hij zijn memoires schrijft, blijken die verrassende inzichten in zijn persoonlijkheid te verschaffen. Hij is complexer dan hij altijd had gedacht, een inzicht dat we volgens Čapek op onszelf kunnen betrekken.

Čapek schreef ook een paar zeer fantasievolle boeken. In Oorlog met de Salamanders (1936) wordt de mens voor de kust van een Aziatisch eiland geconfronteerd met een hyperintelligent salamandersoort. Het is een satire op totalitaire (onmenselijke!) systemen en inspireerde Orwell tot het schrijven van Animal Farm. In Oorlog met de Salamanders klinken de echo’s van Swifts Gulliver’s Travels en Defoes Robinson Crusoe door.
Kritiek op het vooruitgangsgeloof vinden we al in het vroegere Krakakiet (1924) over een ingenieur die een raadselachtige, verwoestende springstof uitvindt, een briljante vooruitwijzing naar de ontwikkeling van de atoombom. Natuurlijk wil iedereen dit krakakiet hebben, met alle gevolgen vandien. Behalve verbeeldingsrijk zijn Oorlog met de Salamanders en Krakakiet ook nog eens ongelooflijk spannend.

Ook het in 2017 verschenen Meteoor (1934) was direct op mijn stapel nog te lezen boeken beland. Omdat ik meer favoriete schrijvers heb, kwam ik er pas dit jaar aan toe. Het boek kan als een pendant gezien worden van Een doodgewoon leven. Alleen gaat het ditmaal over wat we kunnen weten van andermans leven, in dit verhaal dat van een neergestorte vliegenier, die onherkenbaar verbrand is en in coma ligt. Vanuit verschillende perspectieven lezen we vier mogelijke geschiedenissen, waaruit een fantastisch beeld oprijst van deze mysterieuze figuur.
In het dit jaar verschenen Hordubal (1933) wordt er eveneens getracht de waarheid te achterhalen en hanteert Čapek opnieuw een wisselend vertelperspectief. Aan de lezer om ermee aan de slag te gaan.
Dat is de kracht van fictie en van een goede schrijver: verschillende waarheden te verbeelden en je na te laten denken over je eigen identiteit.

 

Een doodgewoon leven, Oorlog met de Salamanders, Krakakiet, Meteoor en Hordubal verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.


Mathijs van den Berg volgt de literaire ontwikkelingen op de voet, maar raakt ook geïnspireerd door schrijvers uit het verleden.