21 oktober 2015

Economie is geen wetenschap – Bernard Maris

Houellebecqs economisch mensbeeld

Recensie door Vic Veldheer

Bernard Maris, kritisch econoom, hoogleraar en journalist, had een economische column in het satirische weekblad Charlie Hebdo. Bij de aanslag op 7 januari van dit jaar op de redactie van dit blad is hij omgekomen. Hij was een bewonderaar van Keynes en Marx en van Michel Houellebecq; en een scherp criticus van het huidige economisch systeem en de ‘wetenschappelijke’ basis die daaraan ten grondslag ligt.

In Economie is geen wetenschap, zijn laatste boek, bespreekt hij de plaats van de economie in de huidige maatschappij aan de hand van het werk van Michel Houellebecq en een aantal vooraanstaande economen.

Aanleiding voor het boek is de opvatting van Maris dat de economen veel kunnen leren van Houellebecq. ‘Economie reduceert de duizend-en-een poëtische aspecten van het leven tot twee dimensies: geld op de x-as en rationaliteit op de y-as, een totaal vlakke wereld.’ Economen proberen het leven te ontdoen van liefde, begeerte, geluk, geweld, angst, kortom te ontdoen van emoties, uit naam van de rationaliteit van het menselijk handelen. Houellebecq daarentegen benadrukt juist het belang van emoties. Hij voorspelt in zijn werk dat de economie de samenleving fataal wordt en daarom is het een goede zaak om de economie te ontmaskeren en het gevaar voor de maatschappij bloot te leggen. In plaats van louter economische criteria te hanteren, is de maatschappij meer gebaat bij de redenen die Houellebecq geeft om te leven, of beter te overleven: liefde en goedheid. Volgens Maris zouden alle economen Houellebecq moeten lezen voor de manier waarop hij het economisch gedachtegoed ontzenuwt. Waar de homo economicus rationeel is, is de mens dat bij Houellebecq allerminst. Waar de econoom het utilitaristische van de mens benadrukt, staan bij Houellebecq het nut en de nutteloosheid centraal.

In vijf korte hoofdstukken veegt Maris in scherpe bewoordingen de vloer aan met de economie zoals die heden ten dage wordt toegepast. Elk hoofdstuk is gewijd aan een belangrijk adagium van de economie, zoals de heerschappij van het individu, de rationaliteit van het menselijk handelen, de werking van vraag en aanbod, het ondernemen en het concurreren, het onderscheid tussen het economisch nuttige en nutteloze, en het kapitalisme als systeem.

Aan al deze thema’s koppelt hij boeken van Houellebecq, zoals De kaart en het gebied (over creatieve vernietiging, een geliefd concept van de econoom Schumpeter), De wereld als markt en strijd (over concurrentiestrijd), Elementaire deeltjes (over consumentisme), Platform (over het nuttige en nutteloze), De mogelijkheid van een eiland (over een post-kapitalistische maatschappij).

Maris bespreekt het werk van Houellebecq aan de hand van het gedachtegoed van de economen Marshall, Schumpeter, Keynes, Marx, Fourier, Malthus. Hij zoekt aansluiting bij Houellebecq omdat die eenzelfde kritische positie inneemt als hijzelf. Beide vinden dat de moderne economische praktijk onder ethisch toezicht moet worden geplaatst vanwege het verwerpelijke mensbeeld dat aan de economische wetenschap ten grondslag ligt en de grote sociale uitwassen (zoals sociale ongelijkheid, armoede) die daarvan in de praktijk het gevolg zijn.

Maris slaagt er evenwel niet in om in ieder hoofdstuk de relatie tussen Houellebecqs opvatting en die van de desbetreffende econoom uiteen te zetten. Op de titelpagina van elk hoofdstuk wordt de desbetreffende econoom expliciet genoemd, alleen wordt zijn gedachtegoed in het ene hoofdstuk nauwelijks behandeld, in een ander helemaal niet en in weer een ander wordt alleen gezegd dat hij de uitvinder van een concept is, zoals bijvoorbeeld Schumpeter en de creatieve vernietiging. Het behandelen van deze economen op deze ongelijksoortige wijze doet wat gekunsteld aan.

In zijn taalgebruik lijkt hij op Houellebecq: scherpe bewoordingen en vileine vergelijkingen geven dit boek het karakter van een schotschrift. Zo schrijft hij: ‘In werkelijkheid is de wereld van de economie er een van haat en geniepige, achterbakse, keiharde klappen, van langzame en heimelijke, vaak onzichtbare, soms dodelijke, altijd verminkende folteringen’.

En in zijn ogen is de economie nog erger dan de religie: ‘Economie is geen vage ideologie, maar juist een heel precieze, verdorven, schadelijke – erger dan godsdiensten ooit zijn geweest. (…) Na het christendom kwam de wetenschap en vervolgens de economie, die een terugkeer betekende naar de ergste vorm van religie, namelijk de gerationaliseerde religie.’

Hoewel Maris zelf schrijft dat het boek bedoeld is als een knipoog, wordt de economie met veel verbaal geweld bij het grofvuil gezet. Leuk om te lezen, maar doorslaand in de boodschap die het wil uitdragen. De ordening en de manier waarop hij het uitwerkt in de relatie met het werk van Houellebecq is wel origineel.

 

Economie is geen wetenschap
Bernard Maris
Vertaling door: Lidewij van den Berg en Daan Pieters
Ondertitel: Het bijgeloof van onze tijd ontmaskerd
Verschenen bij: De Geus
ISBN: 9789044535433
125 pagina's
Prijs: € 14,95

Meer van Vic Veldheer:

6 november 2017

Het licht gaat uit

Over 'Laatste dagen op Ellis Island' van Gaëlle Josse
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
2 oktober 2017

‘Geen boek zo slecht of er staat wel iets nuttigs in’

Over 'Mijn landhuizen' van Plinius

Recent

20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele

Verwant

21 oktober 2015

Oogst week 22

21 oktober 2015

Vormvast en elegant van stijl

Over 'Viviane Élisabeth Fauville' van Bernard Maris