Met haar tiende bundel laat Rozalie Hirs zien dat exacte wetenschap en poëzie elkaar niet naar het leven hoeven te staan. In haar gedichten gaan wiskunde en informatica met filosofie en lyriek een samenwerking aan, die uitmondt in een schriftelijke weerslag van haar liefde voor de taal. Niet zo vreemd als je bedenkt dat Hirs chemische technologie studeerde en naast ‘Master of Science’ ook componist is. De strakke structuur van haar composities is gebaseerd op wetenschappelijke feiten, zoals de verhouding van priemgetallen, frequenties en andere wetmatigheden. Voor de luisteraar die niet is onderlegd in muziekwetenschap hoeft het ontbreken van kennis daarvan geen bezwaar te zijn: de luisterervaring staat bij de muziek van Rozalie Hirs altijd voorop.
Zo komt ook bij de gedichten in deze bijzondere bundel, waarin Hirs op zoek gaat naar begin, betekenis en zin van het leven, de leeservaring op de eerste plaats. Ook al zou je niets weten van de stijlmiddelen die Hirs zo vakkundig hanteert, zoals ritme, alliteratie, assonantie en goedgeplaatste enjambementen, dan nog zijn haar gedichten van een diepe filosofische schoonheid.
Het streepje en Emily Dickinson
Hirs gebruikt in de hele bundel geen andere leestekens dan af en toe een vraagteken, een enkel uitroepteken, en veelvuldig het gedachtestreepje. Dat gedachtestreepje, dikwijls benoemd met een term die geleend is uit het Engels als ‘em-dash’, is tegenwoordig in diskrediet geraakt doordat het een bewijs zou zijn van het gebruik van AI, maar dat is natuurlijk onzin; het kastlijntje wordt al heel lang gebruikt om een tekst te onderbreken met een wending, een verduidelijking of een oproep tot meerdere interpretaties.
In de gedichten van Hirs brengt het streepje eerder de gedichten van Emily Dickinson in herinnering, die bol staan van dit leesteken, dat bij haar een open plek of aarzeling in de taal aangeeft, waardoor woorden los van elkaar komen te staan en tegelijk geladen blijven met betekenis. Hirs doet dat ook, ze scheidt woorden en begrippen van elkaar, maar juist door de open plek die ze daarmee laat zien, blijf je stilstaan om na te denken wat ermee wordt bedoeld. Haar zinnen zijn nooit ‘af’, maar bieden steeds opnieuw de mogelijkheid om zich met elkaar te verbinden en daarmee één lange gedachtegang te vormen, die zichzelf vernieuwt. Een doolhof wordt het echter nooit, daarvoor is Hirs te helder en te oprecht.
De vele betekenissen van zinspelingen
Alles draait om tekens en betekenis, zegt Hirs in een van haar gedichten, niet alleen kunst en schoonheid, maar ook de taal, de liefde en het leven zelf. De eerste afdeling is dan ook ‘zinspelingen’ getiteld, met een verwijzing naar minstens zes verschillende betekenissen van dat woord.
‘alles draait om betekenis –
tekens staan voor iets anders vreemd genoeg –
heb je al een manier om ze te kennen
te begrijpen wat er staat?
dan maakt inspanning je verbeelding –
wakker – voltooi je het proces
door naar de oorspronkelijke boodschap te gaan
en het kunstwerk zelf af te maken –
dan voel je schoonheid – niet als een eigenschap
waargenomen – maar als iets wat je gewoon volgt
in de hoop de indruk onuitwisbaar te maken
op voelen denken –
in de hersenen dus is het
waar je affiniteit of angst ontwikkelt –
je wordt geboren – uit schoonheid
die je kiest – of zoiets
Ik stuur je een berichtje’
De titel van een gedicht plaatst Hirs steevast onderaan de bladzijde, als een latere overweging, een overdenking of een conclusie van het voorgaande.
Weerspiegelingen van gemoedsaandoeningen
De tweede afdeling, ‘de oorsprong is een vergeten beweging’, is wetenschappelijker van aard, met gedichten over het heelal, scheikundige elementen, geografische plaatsen. ‘– alles komt tot ons – / door de lens van verbeelding // en beperking’ zegt Hirs in haar gedicht ‘ja’, zodat ook natuurverschijnselen een weerspiegeling kunnen worden van onze gemoedsaandoeningen.
Ruim de helft van de bundel is gereserveerd voor de derde en laatste afdeling, ‘Wittgensteins ladder’, die als ondertitel ‘meditaties’ heeft. De Oostenrijkse filosoof Wittgenstein (1889-1951) schreef in zijn boek Tractatus Logico-Philosophicus over de grenzen van de taal en hun relatie tot de werkelijkheid. Hij stelde daarna dat zijn beweringen over dit onderwerp gezien moeten worden als een ladder die je beklimt. Als je het hoogste punt bereikt hebt en alles kunt overzien, kun je de ladder weggooien, want die heeft dan geen nut meer.
Rozalie Hirs heeft deze ladder als inspiratie genomen om in 55 ‘meditaties’ het antwoord te benaderen op de vraag: wat is een gedicht en wat is een gedicht niet? Het zijn beschouwingen waarin zij woorden en beelden onder de loep neemt. Zij reflecteert enerzijds bijna klinisch op het ontstaan van een gedicht, terwijl anderzijds emoties als liefde en verwondering erdoorheen sijpelen.
Taal schept de wereld
Ze begint met de sterren, die we wel kunnen zien, maar die we niet kunnen bevatten en die we betekenis geven, afhankelijk van hoe wij de wereld zien. Zo is het ook met taal: we kunnen er wel over spreken, maar alleen een gedeeld begrip maakt dat we tekens en betekenissen kunnen duiden. Zo schept taal onze wereld. Hirs verduidelijkt dit in haar gedicht ‘rafelranden van het gedicht’:
‘een gedicht onthult zichzelf nooit volledig –
zoals een uitdrukking zichzelf niet volledig verklaart –
het verwijst naar iets wat buiten ligt – zijn structuur begrenst
wat het kan zijn – juist die grens maakt betekenis mogelijk –
het wezen van een gedicht is wat het deelt met alle gedichten
die betekenis scheppen – zijn vorm ontstaat door keuzes –
elke keuze sluit andere uit en legt zo structuren bloot –
geen gedicht kan zichzelf volledig omschrijven –
geen functie kan zichzelf bevatten – het gedicht draagt
zijn eigen vorm – niet zijn volledige uitleg –
een gedicht onthult wat erin besloten ligt –
niet zichzelf’
Anders dan Wittgenstein verlangt Rozalie Hirs niet dat je op het hoogste punt de ladder achter je optrekt en hem weggooit: bij haar mag je zowel naar beneden als naar boven kijken, naar wat er zich voor en achter de muur bevindt: de ontstaansgeschiedenis en het resultaat ervan.
‘de ladder is er om te beklimmen – niet om te bewaren –
zie – en laat los – de sterren stralen door
zonder te vragen waarom’
Deze abstracte gedichten nemen een geheel eigen plaats in binnen de poëzie van vandaag. je zou ze meta-gedichten kunnen noemen, omdat ze het ontstaan van andere gedichten beschrijven en tegelijk op zichzelf betrekking hebben. Maar wat voor naam ze ook toebedeeld krijgen, zelden zul je zulke intrigerende gedichten lezen die je zo aan het denken zetten als die van Rozalie Hirs.

vragen naar het begin
Rozalie Hirs
Verschenen: 2026
Uitgever: Querido
ISBN 9789025321673
112 pagina's
Prijs: € 22,99
Kopen bij Libris












