Het witte schuim

Al enige tijd dompel ik mij onder in het werk van verschillende componisten die in Nederland wonen en werken, of – in een enkel geval – woonden en werkten. Dit ter voorbereiding van een cursus voor de Volksuniversiteit Amsterdam die ik met een oud-collega, filmer en musicus Patricia Werner Leanse, in mei bij voldoende aanmeldingen hoop te gaan geven. Op dit moment is Willem Jeths aan de beurt, oud-Componist des Vaderlands. Ik ben altijd al erg gecharmeerd geweest van zijn muziek, maar hoe leg je nu duidelijk uit waarin hem dat zit? Maar zie daar: opeens kwam een gedicht van Erik Lindner te hulp uit zijn recent verschenen bundel Zog (het spoor dat een schip achterlaat). Er zijn grote overeenkomsten tussen dit gedicht en Jeths compositie Flux/Reflux (Eb en Vloed) en kleine accentverschillen.

In de eerste plaats zijn beide een uiting van muziek, klank en ritme. Luister maar hoe de dichter een van de gedichten voorlas in een uitzending van VPRO Boeken (12 maart jl.) waaruit hier twee gedeelten:

Branden – randen van de wolken
zeilend – meeuwen als de wind aanzwelt

surfers op hun buik als drenkelingen

(…)

hoe een golf omslaat
en pas daarna schuim maakt

hoe het witte schuim van een nieuwe golf
als een tong door bruin gedroogd schuim glijdt

(…)

Lindner schrijft het in twee regels op, en eentje – over de surfers – die eruit springt en die na de bootvluchtelingen een ander beeld oproept dan van een golf die op je afkomt en zich weer terugtrekt.
Zo componeerde ook Willem Jeths zijn orkestwerk Flux/Reflux dat wij tijdens die cursus van de Volksuniversiteit zullen laten horen. Hierin worden ook golven verklankt die op het publiek toekomen en zich weer terugtrekken. Om dit effect te bereiken schrijft Jeths een plaatsing in een V-vorm voor van de strijkers op het podium met daarachter het slagwerk en de blazers.
Het werk is geschreven na de dood van zijn moeder en van zijn compositieleraar Tristan Keuris en is opgedragen aan de weduwe van Keuris, Marion. De dood komt voor in het midden van het stuk, waarin een dodenmars met vibrafoon en klankschalen valt te horen.
Water staat vaak symbool voor de dood, maar er is ook zoiets zoals Shakespeare verwoordde:

Genade (…)  
drupt, als zachte regen uit de hemel
op aarde neer, en brengt een dubbele zegen:
zij zegent hem die geeft, hem die ontvangt.

Iets daarvan proef ik ook in de laatst geciteerde regels van Lindner, waar hij het heeft over een nieuwe golf. Na het donkere midden van Jeths gaat ook zijn stuk verder. De rouwstoet is weggetrokken. Het werk eindigt hoog en ijl, als wit schuim dat weg spat en neerdaalt.
Een dubbele zegen: dat is het werk van Lindner en Jeths, voor lezers en luisteraars.

 


Els van Swol leest alles wat los en vast zit en slaat als het even kan geen toneelvoorstelling van Shakespeare over. Zij bezoekt regelmatig het concertgebouw waar ze dan weer over schrijft in haar columns.