Toegegeven, ik kom altijd met een boek thuis. Ook als ik  kleding of andere dingen nodig heb, kom ik met boeken thuis. Het leven gaat wel eens met me op de loop en dan is het beter thuis te blijven. Maar deze februari-ochtend, moest ik de deur uit omdat mijn kleine vriendin een nieuwe werkplek had gevonden en ze de weg erheen nog niet kende. Toen we vanuit het station de stad inliepen regende het en een zwaar wolkendek hing boven de huizen. Mijn kleine vriendin zette er flink de pas in, niet om de regen, die leek haar niet te raken, maar omdat ze zich verheugde op wat het ‘nieuwe’ haar zou brengen. Ik kon haar amper bijhouden. We kwamen op tijd aan, ik mocht wel gaan. Dicht langs de gevels van de stad, om uit de regenval te blijven, liep ik over donker glimmende stoeptegels tot ik moest uitwijken voor een geopend kelderluik. Een man in een geribd colbert droeg een zware boekendoos vanuit een auto de kelder in. Ik vroeg of er nog iets bijzonders tussen zat en of ik even mocht kijken. ‘Ga je gang’, zei de man en ik daalde de trap af, de kelder in.

Langs de vochtige muren stonden schragentafels met boeken. Ik werd aangetrokken door een in zwart en wit gecoverd boek met de titel Nada, van Carmen Laforet. Een vertaalde roman met een Spaanse titel, waarvan ik de schrijfster niet kende. De gebonden uitgave liet zich met een lichte tegendruk  openvouwen, ik las de eerste zin, Vanwege moeilijkheden op het laatste moment om kaartjes te bemachtigen kwam ik rond middernacht in Barcelona aan, met een andere trein dan ik had aangekondigd, en er stond niemand op me te wachten.’
Eenzaamheid, maar ook doortastendheid sprak uit die eerste zin! Een roman over het leven van de wees en adolescent Andrea, in het jaar direct na de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Een ontwikkelingsroman vol rauw verzet waarin geluk geen optie is. ‘Dit boek heb ik nodig’, zei ik tegen de man in het geribde colbert. Hij vroeg er drie euro voor.

Het meisje van de lege lunchroom, nam mijn bestelling op. In afwachting bekeek ik de mooie rokende vrouw op het omslag van Nada. Toen kwam er een man met donkere krullen en een intelligent gezicht de lunchroom binnen. Met een krachtige, indringende blik keek hij me verwachtingsvol aan, alsof hij me naar zich toe wilde trekken. Opeens leek de lunchroom te klein, ik wist niet waar ik kijken moest, sloeg het boek op een willekeurige plek open, en las ‘Román glimlachte naar me en streelde me over mijn wangen; daarna verliet hij rustig de kamer (…).’ Toen ik weer opkeek, stond het meisje van de lunchroom voor me. Ze glimlachte, zette een cappuccino voor me neer. En ik dacht, het is niets.

 


Inge Meijer is een pseudoniem, blijft nog steeds thuis, rommelt met boeken en schrijft over ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: