19 januari 2017

Het vogelconcert

Door Els van Swol

Een van de bijschriften bij een schilderij van Melchior de Hondecoeter – op de tentoonstelling Hollandse meesters uit Boedapest in het Haarlemse Frans Halsmuseum – bracht Het vogelconcert van deze schilder uit de Gouden Eeuw in mijn herinnering. Een uil, wiens bril van de neus is gevallen, zit met één poot dirigerend boven op een stuk bladmuziek. Allerlei vogels om hem heen tjilpen en fluiten dat het een lieve lust is. Of krassen, want de meeste zijn kraaiachtigen, of stoten ‘kukeleku’ uit. Een beetje de geluiden die Max Porter omschrijft in een kort hoofdstukje over de naar Crow, van Ted Hughes gemodelleerde vogel in zijn debuut Verdriet is het ding met veren. Crow in vertaling van Saskia van der Lingen:

Kop naar de grond, waggel, scharrel.
    Kop naar de grond, fladder op, dwarrel.
    Kijk op. ‘ALARM. HARDE, SCHORRE EN
        VERONTWAARDIGHDE KRASGELUIDEN’
        (Vogelgids van Europa, blz. 330).
Kop naar de grond, kroonkurk, krabbel.

    Kop naar de grond, afvoerput, zwabber.
    Hij zou een hoop van me kunnen leren.
    Daarom ben ik hier.

De uil bij De Hondecoeter staat – verwijzend naar Aesopus De uil en de vogels – voor de wijze die waarschuwt voor de gevaren van mistletoe, die lijm produceert, en vlas, waar vangnetten van  gemaakt worden. Allebei niet fijn voor een vogel. Maar ze luisteren niet.
Het is gissen welke melodie de schilder heeft afgebeeld. Ook een boekje als Music in paintings of the Low Countries in the 16th and 17th centuries van mijn oud-docent Pieter Fischer geeft geen uitsluitsel. Pieter Goderie vermoedde naar aanleiding van een tentoonstelling van het schilderij in museum Sypesteyn (2012), dat de melodie links wel eens een Gregoriaanse melodie zou kunnen zijn, en die aan de rechterkant wellicht een strijdlied ‘of gewoon een schunnig lied.’

Dat brengt mij bij de schrijfster Zadie Smith, die de huidige burgers, de vogels zeg maar, eens met een complex muziekstuk vergeleek, complexer dan bij de meester uit de Gouden Eeuw. Een dirigent, de uil zeg maar, kan besluiten een bepaalde melodische lijn uit te laten komen en een andere meer op de achtergrond te houden. Het probleem is alleen dat melodieën die aan strijdliederen of schunnige liedjes doen denken, nu de boventoon voeren. Degene die zich een fijnere melodie weten te herinneren (bijvoorbeeld een Gregoriaanse, zoals links op het doek van De Hondecoeter), zou volgens Smith moeten proberen deze te spelen of te zingen en andere vogels aansporen om mee te doen.

Een wijze les. Op z’n minst even wijs als die van Aesopus.

 

 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer