23 januari 2017

Stromen die de zee niet vinden – Rob Verschuren

Het verlangen elders te zijn

Recensie door Reinier van Houwelingen

Het creëren van een ‘perfect bevroren moment’, dat is het doel van de Amerikaanse fotograaf Gregory Crewson. Hij is een van de bekendste exponenten van de geënsceneerde fotografie. Dagenlang kan hij, samen met een grote crew en met behulp van een opgebouwde set, aan één foto werken. Het resultaat wordt vaak filmisch genoemd, vanwege de combinatie van narratieve en visuele elementen: in een enkel beeld vertelt het werk van Crewson een heel verhaal. (Overigens beschouwde de grote cineast Andrei Tarkovsky ritme juist als de essentie van filmkunst. Hij noemde het verstrijken van tijd binnen een frame ‘sculpting in time‘.)

Het korte verhaal kan je eveneens zo’n ‘perfect bevroren moment’ noemen. De nadruk ligt vaak op compositie en sfeer, op het momentane en het zintuiglijke. Daarom is het kortverhaal een zelfstandige literaire vertelvorm die, ondanks de gelijkenissen, niet aangezien moet worden voor een roman in miniatuur.

Rob Verschuren (1953) brengt met Stromen die de zee niet vinden zijn eerste verhalenbundel uit. Vier van de elf verhalen werden al eerder gepubliceerd, onder meer voor het literaire tijdschrift Extaze. De hoofdstukken variëren in lengte van zo’n acht tot 25 pagina’s.
De titel van de bundel is ontleend aan een van J.R.R. Tolkiens ‘wandering songs‘, in de vorm zoals die staat opgetekend in The Hobbit (1937):

Roads go ever ever on,
Over rock and under tree,
By caves where never sun has shone,
By streams that never find the sea.

In dit lied klinkt het gevoel door van de doler, de mens die op weg gaat maar zich afvraagt of hij zijn bestemming wel zal bereiken (als er al een bestemming is). De verhalen uit Stromen die de zee niet vinden dragen eenzelfde gevoel uit. Vaak leven de personages om wie het draait niet in harmonie met de tijd en de plaats waar ze zich bevinden. Sommigen zijn buitenbeentjes op hun geboortegrond, anderen gingen op reis, weer anderen emigreerden. Ze zijn ontheemd, of verlangen naar iets anders. Het zijn kortom mensen op drift.

De zee is in deze bundel derhalve een symbool voor een lokkend doel achter de horizon, maar speelt ook op een letterlijke manier een rol. Meermaals vinden de karakters de zee wél. In het eerste stuk trekt de kantoorwerkende ik-figuur zich hiervoor nog terug op een zoldertje dat hij zijn kraaiennest noemt. Daar kan hij ‘Verlichting’ vinden door zijn innerlijke blik te richten op witte zandstranden, ver weg van de schroeven- en boutenfabriek waar hij werkt. Andere karakters pakken gewoonweg de bus naar het strand of stellen hun schildersezel op in een kustplaatsje met uitzicht. In de metaforische betekenis, als doel of vervulling van het leven, blijft het bereiken van de zee echter voor alle hoofdpersonen een utopie, zelfs wanneer ze tot hun knieën in de branding staan.

Na het openingsverhaal, getiteld ‘Schroeven’, wordt de setting van de bundel exotischer. De omgeving varieert van Zuid-Frankrijk tot een niet nader aangeduide woestijn waar kamelen een boot door het zand trekken en doet verder vooral Aziatisch aan (landen waar ‘gouden draken vliegen’). Kosmopolitisch zijn Verschurens verhalen echter niet. Het meerendeel is gesitueerd in een dorpse of landelijke, op zichzelf betrokken omgeving. Het slothoofdstuk speelt zich af in de gevangenis. Evenals de ik-figuur uit Schroeven heeft de hoofdpersoon hier een klein uitzichtpunt, in de vorm van een raam in zijn cel waardoorheen hij de dochters van de gevangenisdirecteur bespiedt.

De stijl van Stromen die de zee niet vinden is behoorlijk rijk. Vooral de precieze (natuur)beschrijvingen vallen op. Alles krijgt een naam of een bijnaam, in regels waarin het aan bijzinnen en opsommingen niet ontbreekt:

‘Johnny slaat zijn glas achterover en steekt zijn hand uit naar de fles. Hij is thuisgekomen, deze oude legionair, geworteld in de rotsbodem waaraan zijn voorvaderen omineuze namen hebben gegeven: Piek van de Dansende Heksen, Verloren Berg, Nobele Vallei. Zoals de kromme eiken heeft hij geen andere keus dan te blijven, zoals de wind moet ik verder gaan.’

Frequent worden er verhalen binnen verhalen opgevoerd door Rob Verschuren. Bijvoorbeeld via een  bijfiguur die een oude historie uit de doeken doet, of door een droom. Alsof fotograaf Gregory Crewson een schilderij heeft opgehangen op het middenplan van een van zijn tableaus. Door de gedetailleerde schrijfstijl en de volle compositie voelen sommige stukken zelfs bijna overladen aan, vooral in het begin van de bundel.

De meeste verhalen eindigen onbestemd, met een natuurbeeld of een vergezicht. Er is geen pointe en geen boodschap. Het gaat vooral om de sfeer die telkens knap wordt opgeroepen. Verschuren schetst elf keer trefzeker een kleine wereld en laat die wereld nadien weer achter zich. De personages zijn ondertussen niet verder gekomen, of toch niet merkbaar. De rust van een thuis, waarover de excentrieke hobbit Bilbo Baggins zong in het tweede deel van het wandelliedje, is voor hen niet weggelegd:

Roads go ever ever on
Under cloud and under star,
Yet feet that wandering have gone
Turn at last to home afar.

Eyes that fire and sword have seen
And horror in the halls of stone
Look at last on meadows green
And trees and hills they long have known.

 

 

Stromen die de zee niet vinden
Rob Verschuren
verhalen
Verschenen bij: Knipscheer, Uitgeverij In de
ISBN: 9789062659456
174 pagina's
Prijs: € 16,50

Meer van Reinier van Houwelingen:

16 mei 2017

Moord op de grachtengordel

Over 'Nachtwandeling' van Robbert Welagen
6 april 2017

Roman op routine

Over 'Liefde in Pangea' van Tessa de Loo
21 februari 2017

Nederlands migrantenleven in Amerika

Over 'Het purperen land' van Edna Ferber

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus

Verwant