3 december 2016

Het station

Door Inge Meijer

Van de werkelijkheid is bekend dat je die het best op afstand houdt. Dat kun je doen door literatuur te lezen, dan vormen zich beelden over welk probleem dan ook (liefde, relaties, de dood) en lijkt alles overzichtelijker, niet zo prangend. Mijn vader was een groot lezer van Russische en Amerikaanse literatuur. Derhalve was hij altijd afwezig.
Het was in het jaar, ergens tussen de schokkende dood van Theo van Gogh en de vloedgolf die op tweede kerstdag Sumatra trof, dat ik  aankwam op het station uit mijn jeugd en daar mijn vader zag zitten. Om redenen die niet meer te achterhalen zijn, zagen mijn vader en ik elkaar niet meer. Nu was hij daar, op het perron, terwijl ik onderweg was naar elders. Een kleine man met warrig krullend haar, zijn handen (waarvan in één, een sigaret) steunend op zijn bovenbenen, keek hij naar de treinen. Naar de ijzeren wielen van de treinstellen, naar de verbindingen van de wielen onderling. Hij keek naar de deuren van de trein, die zich automatisch openden en sloten, hij keek naar de conducteur, naar het uniform. Hij keek naar de treinschema’s op het perron, hij keek naar het ontkoppelen van een treinstel. Hij keek naar dingen die hem niet te na konden komen.

Vorige week las ik eindelijk Het station, van Joris van Casteren dat ik al een jaar in huis heb. Toen ik er eenmaal in was begonnen, kon ik niet meer stoppen. Het is een prachtig boek. Een portrettenboek. Van loketmedewerker tot toiletjuffrouw, van zwerver tot verkeersleider, van omroeper tot kluisjesmederwerker en meer, veel meer. Hij spreekt mensen aan, trekt een tijdje met ze op en schrijft daarover. Regelt een slaapzak voor een zwerver die hij dan niet meer terug vindt (die zwerver) en schrijft daarover. Leert de toiletjuffrouw kennen, die het werk van haar moeder overnam, en die weer van haar moeder en schrijft daarover. Hij beschrijft een station vol mensen die nooit de trein nemen. Het ijzeren geluid van de rijdende treinen over het spoor, de fluitsignalen en de omgeroepen berichten, reizigers die voorbij snellen, het is voor hen genoeg. Zoals voor mijn vader het leven genoeg was door naar het station te fietsen om daar een dag afwezig te zijn.

Een voorzichtig man op een verlaten stationsbank. Met een zweem van onrust omdat hij straks, als hij thuiskomt iets uit te leggen heeft. Waar hij geweest is, of hij gerookt heeft. Ja, zo ging dat in het leven van mijn vader. Van Casteren zou er een verhaal uit hebben gekregen, uit de man die nooit begrepen heeft wat het leven van hem verwachtte. Het was beter hem te laten. Het fluisterde in mijn hoofd: ‘Laat hem. Laat hem nu maar.’ En ik liet hem. Dat beeld van die man op een bank op het perron, zat verborgen in mijn herinneringen en kwam boven toen ik dat fascinerende boek Het station, las.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 juli 2007

Sommige schrijvers debuteren wanneer ze al oud zijn
Recensie door Karel Wasch

In zijn vorige leven was Paul Pennartz (1935-2011) helemaal nog geen schrijver. Toen was Dr. Paul Pennartz bekend als sociaal wetenschapper die in 1999, samen met een vrouwelijke hoogleraar sociologie, een werk in het Engels publiceerde: The Domestic Domain: Chances, choices and strategies of family households. Verder leverde hij een bijdrage aan een bundel verhalen en gedichten van Limburgers, die de provincie literair gezicht hebben gegeven.

Lees meer