14 januari 2017

Het onderzoek

Door Marijn Sikken

Van het een op het andere moment – ik bedoel zonder dat er een voornemen, actief besluit of zelfs maar een gedachte aan voorafging (hoewel mijn ambassadeurschap bij de J.M.A. Biesheuvelprijs zeker, zij het onbewust, een rol zal hebben gespeeld) – stort ik me weer op de verhalen. Zo las ik My mother’s dream van Alice Munro. Van Munro kende ik alleen The bear came over the mountain, wat ik prachtig vond. My mother’s dream kwam minder binnen: te plat en te direct, besloot ik tijdens het lezen, te veel een op een overgedragen informatie, tot ik de laatste zin las en direct weer opnieuw kon beginnen.
Ook las ik Three early stories van J.D. Salinger. Deze verhalen waren, zo blijkt uit het nawoord van Auke Hulst, niet bedoeld voor herpublicatie. Had ik, als het nawoord een voorwoord was geweest en deze informatie me eerder was toegekomen, de verhalen ook gelezen? Het is misschien ijdel om te denken van niet.

Salinger was tijdens het schrijven van deze drie verhalen een stuk jonger, hij was nog in de groei, dat is te zien – zoals die enorme kiem van talent evengoed al aanwezig was, vooral in Once a week won’t kill you. De vraag is of deze uitgave de mythe omtrent Salinger compleet maakt of juist uitholt, alsof de gewaande god een halfgod blijkt – of, erger nog, een mens. Waarom dan toch deze verhalen opnieuw uitbrengen. Voor de volledigheid?
In het interview met VPROBoeken presentatoren Carolina Lo Galbo en Jeroen van Kan noemt die laatste het gevaar van een auteur in één keer, of achter elkaar tot je nemen. Het risico van overkill en verveling is mij bekend, toch las ik vrij vlot na Het jasje van Luis Martin de verhalenbundel waarmee Gilles van der Loo debuteerde: Hier sneeuwt het nooit. Niet alle verhalen hierin zijn even sterk (in welke bundel wel?), maar de schrijver was duidelijk vastbesloten allerlei registers open te trekken en dat leverde een kleurrijke bundel op. Belangrijker nog is dat Van der Loo al in zijn debuut zijn materiaal heeft gevonden. De verhalen met de thema’s die ik herken uit Het jasje van Luis Martin – de charismatische maar ongrijpbare vriend, de afwezige vader – vind ik het sterkst.

Betekent dit dat Van der Loo zich herhaalt? Allerminst. Hij doet denken aan David Vann, wiens roman Caribou Island volgde op de verhalenbundel Legend of a suicide. Ook in deze boeken is er sprake van grote themaoverlap (namelijk: zelfmoord). Vann wist, net als Van der Loo, al vroeg wat zijn gereedschap was en waar het lag. Het is niet zozeer dat de korte verhalen van beide schrijvers toewerken naar hun romans, eerder juist dat ze met andere middelen dezelfde kern opzoeken. Het een staat dus niet in dienst van het ander, maar dient allemaal ter volledigheid van ‘Het Onderzoek’ van hun schrijven. Hiermee bedienen zowel Vann als Van der Loo de grote als de kleine eters – zoals J.D. Salinger zich van indrukwekkende veelzijdigheid bewees. Dat is bovenmenselijk knap.

 

 

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Literair Nederland - 10 jaar geleden

01 oktober 2007

Aan tien schrijvers werd een door hen zelf geschreven stuk tekst voorgelegd en gevraagd waarom ze het op die manier hebben geschreven, waarom ze die woorden gebruikt hebben. Het is zeer interessant om te lezen hoe over elk woord nagedacht wordt.

De teksten zijn van: Rene Appel – de thriller, John Leenaarts – de journaaltekst, Richard Wouters – de verkiezingsfolder, Freek Staps – het krantenbericht, Arthur Japin – de roman, Robin Kemme – de reclametekst, Ron Punselie – de webtekst, Bart-Jan Langewaard – de brief, Wouter Klootwijk – de column, Frank van der Lecq – de toespraaak..

Opvallend is dat het verschillende uitgangspunt zo van invloed is op de tekst. De schrijvers van boeken mogen hun eigen teksten maken, Het merendeel van de andere schrijvers moeten rekening houden met het doel van hun schrijven.

Lees meer