14 december 2011

Het non finito van Michelangelo en Mulisch – Over het nut van het onafgemaakte kunstwerk

Door: Martin Lok

De wereldberoemde Italiaanse beeldhouwer Michelangelo Buonarroti (1475-1564) heeft zijn haast onaantastbare status bereikt zonder veel beelden af te maken. Hij maakte ongeveer zes op de tien beelden niet af! Maar het werd hem niet kwalijk genomen en stuwde zijn faam alleen maar naar grotere hoogten. Volgens Giorgio Vasari, biograaf van de beeldhouwer, waren Michelangelo’s onafgemaakte beelden bij uitstek meesterwerken ‘die ons leren wat ware beeldhouwkunst vermag’. Vooral de onafgemaakte apostel Mattheus, te zien in de Accademia in Florence, bekoorde Vasari zeer. Een getormenteerde, gepijnigde apostel, die zich in alle bochten lijkt te wringen om aan het marmer te kunnen ontsnappen. Een andere tijdgenoot van Michelangelo, Benedetto Varchi, zou bij de begrafenis van de beeldhouwer eveneens de onafgemaakte beelden prijzen en stellen dat Michelangelo daarin meer liet zien dan andere beeldhouwers in gecompleteerde werken.

Ik moest hieraan denken toen ik Harry Mulisch’ laatste boek ter hand nam, De tijd zelf. Een klein boekje, met daarin drie fragmenten van nog geen dertig pagina’s. Een voorzichtige aanzet tot een novelle. Daarna volgen ruim 120 pagina’s met toelichtende teksten, dagboekfragmenten en eerdere versies van de teksten. Is dat interessant, literatuur in wording? Kan een onaf boek ons leren – om Vasari te parafraseren – wat ware literatuur vermag? Snel lees ik de drie ontluikende hoofdstukken. De klok, De tegentijd en Het gezicht. Titels die ontegenzeggelijk de handtekening van de auteur dragen. Maar het blijft niet meer dan een aanzet. Onsamenhangend, onvoltooid. Ingehaald door de dood of door onvermogen. Wie zal het zeggen?

Het blijft na dertig pagina’s ongewis hoe de novelle zich verder zou hebben ontwikkeld als Mulisch niet overleden was. Waar bij Michelangelo uit zijn non finito beelden het idee van het voltooide beeld duidelijk naar voren komt, zich letterlijk aan de steen lijkt te willen ontworstelen, blijft dit idee in De tijd zelf verhuld. Op zich is dit niet zo vreemd. In de Renaissance wist men immers al dat er één belangrijk verschil is tussen literatuur en beeldende kunst, en dat is – hoe passend bij een beschrijving van Mulisch’ laatste novelle – De tijd zelf. Waar in de literatuur een verhaal kan worden verteld dat zich op meerdere momenten in de tijd afspeelt, moet de beeldende kunst alles in één moment, in één beeld samenballen. Wat een voordeel lijkt voor de literatuur, wordt een nadeel als het om onafgemaakte werken gaat. In een onafgemaakt literair verhaal is het de vertelling zelf immers die tot stilstand komt, en is het verloop ervan in de tijd per definitie onaf. Er zijn geen aangrijpingspunten, zoals dat bij een half in marmer verzonken figuur wel het geval is, om als lezer het onvoltooide verhaal in gedachten af te maken. Maar betekent dit ook dat het publiceren van een onafgemaakte novelle een heilloze weg is? En dat ook Mulisch’ andere ongepubliceerde werken ongepubliceerd moeten blijven?

Dat denk ik niet. Want er gebeurt iets fascinerends als ik de toelichtende teksten, dagboekfragmenten en eerdere versies van Mulisch’ novelle lees. Ik ontdek hoe het verhaal ontstond en evolueerde en vang zo een glimp op van het wezen van Mulisch’ kunstenaarschap. Door te volgen hoe De tijd zelf groeit en stokt, groeit het inzicht in wat voor Mulisch de essentie van zijn schrijverschap is. Wat ware literatuur voor hem vermag. Meer nog dan in zijn voltooide werk toont de schrijver in de onvoltooide novelle zijn ware meesterschap. Hij weet dat het verhaal dat hij creëert te weinig ruimte heeft, zichzelf vastdraait en de adem beneemt. Hij neemt zichzelf de maat en bevindt zijn novelle te licht. Het is wat Louk Tilanus, kunsthistoricus en huisvriend van de dichteres Vasalis, het oudste recht van een kunstenaar noemt, ‘te zeggen wanneer iets af is’ (IKON, Profiel, woensdag 19 oktober 2011). Op grond van dit recht bepaalde Mulisch dat De tijd zelf niet goed genoeg is, niet af. Twee maanden voor zijn dood noemde hij de novelle een vastgelopen project. Niet goed genoeg voor publicatie. En toch is het, gepubliceerd met de achterliggende teksten, een prachtig kleinood. Je wordt meegevoerd langs de onnavolgbare wendingen van Mulisch’ creatieve proces, langs de omwegen waarlangs zijn meesterwerken eerst gevoerd moeten worden, alvorens ze zich in volle glorie kunnen openbaren. Langs de omwegen ook waarlangs het soms vastloopt. Zoals bij De tijd zelf. Dat maakt de publicatie ervan met de aantekeningen en dagboekfragmenten die ermee samenhangen tot fascinerende lectuur. Een genre dat hopelijk een vervolg krijgt.

 

De tijd zelf

Auteur: Harry Mulisch
Verschenen bij: De Bezige Bij (2011)
Aantal pagina’s: 158 pagina’s
Prijs: € 17,90

Het non finito van Michelangelo en Mulisch
Over het nut van het onafgemaakte kunstwerk
ISBN: 9789023468042

Meer van :

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant