Literatuurhuis sluit seizoen met eerste sessie CitySessions succcesvol af

Door Ingrid van der Graaf

Het was zo’n  zomerse zondagmiddag dat het beter is de stad te mijden wanneer je er niets te zoeken hebt. Ware het niet dat Het Literatuurhuis in de Winkel van Sinkel te Utrecht op 7 juli een ontmoeting had geregeld tussen ‘Nederlandse lezers’ en de Iers-Amerikaanse schrijver Colum McCann (1965). Terwijl de vrouw van McCann en zijn kinderen zich per boot over de Utrechtse grachten lieten vervoeren, bezong Jan van Mersbergen zijn schrijverskunst en ging Hans Bouman met de schrijver in gesprek over zijn oeuvre. Het geroezemoes vanaf de straat dat door de geopende hoge deuren langs de aanwezigen gleed, samen met het uitzicht op de Domtoren en de Oude gracht gaf deze middag een onverwacht Zuid-Europees cachet.

Het Literatuurhuis organiseert jaarlijks in april City2Cities, een internationaal literair festival waar twee Europese steden elkaar ontmoeten. Dit jaar waren Berlijn en Lissabon te gast. Voor de vierde editie in 2014 zijn Dublin en Boedapest uitgenodigd. CitySessions is in het leven geroepen om maandelijks of tweemaandelijks een buitenlandse schrijver een podium te bieden en het gebied tussen de City2Cities festivals te overbruggen. Colum McCann, die inspiratie vond bij schrijvers als John Berger (trilogie: De vrucht van hun arbeid) en Michael Ondaatje (De Engelse patiënt) en zelf auteur van zes romans was de allereerste gast van CitySessions.

Voor McCann aan het woord kwam sprak Jan van Mersbergen  (Naar de overkant van de nacht) vol lof over hem. Van Mersbergen maakte in 2010 voor het eerst kennis met zijn werk. Het was tijdens een vakantie op Schiermonnikoog met zijn toenmalige vriendin en kinderen dat een dringende nood tot lezen hem naar de plaatselijke boekhandel dreef waar hij een boek van McCann kocht. Van Mersbergen is een gulzig lezer, nog voor hij het eerste boek uit had haastte hij zich nogmaals naar de boekwinkel en kocht een tweede boek van McCann. Hier was duidelijk sprake van liefde op het eerste gezicht. Hij geniet van McCann’s zegswijzen als: ‘Oh, wat veel regen voor zo’n kleine hemel,’ en sluit hiermee zijn lofrede af.

Wat is er te ontlenen aan het feit dat je grootvader door dezelfde straten heeft gelopen als de auteur van Ulysses, James Joyces en je grootmoeder (inval)huishoudster is geweest bij Samuel Beckett? Het heeft er bij McCann in ieder geval toe geleid dat hij Ulysses ging lezen (om zijn grootvader te begrijpen moest hij het lezen) en schrijver werd. McCann is een makkelijke prater waar je graag naar luistert zoals ook zijn verhalen prettig lezen. Op de vragen van Hans Bouman (recensent Volkskrant) ‘hoe hij schrijft’ en waar hij het allemaal vandaan haalt gaf McCann antwoorden als: ‘Meest van de tijd weet ik niet wat ik doe. Later pas ontdek ik wat de roman vertelt.’ Of, ‘ Je herinnert je meer als je emigreert.’ En, “Ik beschrijf geen loze dingen, alles heeft een betekenis. Zola zei immers: ‘We zijn hier om ons leven hardop te leven.'” En dat is wat McCann doet in zijn boeken. Zijn romans hebben als uitgangspunt een historisch gegeven die hij vermengt met fictie waardoor het verhalen worden die ‘levensecht’ zijn en een ieder die nu leeft, aangaan. McCann houdt niet van de term historische romans. Hij brengt liever de historie naar het hier en nu.

Dan leest McCann in korte, snel opeenvolgende zinnen voor uit zijn net verschenen roman Trans-Atlantisch dat speelt in 1845 en gaat over drie verschillende mannen en loopt langs evenzovele verhaallijnen. De eerste verhaallijn gaat over een zwarte Amerikaanse slaaf die in Ierland een willig oor vindt bij voorvechters van afschaffing van de slavernij. De tweede verhaallijn speelt in 1919. Twee piloten proberen het bloedbad van de Eerste Wereldoorlog te vergeten en maken met een omgebouwde bommenwerper de eerste trans-Atlantische vlucht van Newfoundland naar het westen van Ierland. En in 1998 steekt een Amerikaanse senator de oceaan over om te bemiddelen in het Noord-Ierse conflict. Drie verhalen die op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten worden door vrouwen die de oversteek naar Amerika en terug naar Ierland hebben gemaakt.

Het heeft iets betoverends, de resonerende stem van McCann die de zaal vult en door de hoge open deuren naar buiten uitwaaiert over de zomers geklede mensen die flaneren langs de gracht. Daarbij geven de hoge grijze gebouwen aan de overkant van de gracht met de donkerrood geschilderde balkonweringen de indruk aan, laten we zeggen het Praca do Rossio in Lissabon te zitten. Maar dat komt waarschijnlijk omdat de Angolees/Portugese schrijvers, Eduardo Agualusa en Goncalo M. Tavares nog niet zo lang geleden de stad aandeden.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

14 juni 2024

Een invuloefening

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 juni 2014

Reizend op zoek naar politieke spanningen Reizend op zoek naar politieke spanningen

Een aantrekkelijk reisverhaal schrijven is nog een hele kunst. Naast woordkeus is de stijl van essentieel belang. Het zijn vaak de beschrijvingen van de kleine dingen die een reisverhaal groot maken. Neem bijvoorbeeld deze zin:

‘Als de Italiaanse aanklager op een stille zaterdagochtend Boog het stadspark in leidt, turen de twee zonnebrillen het pad af om naderende wandelaars te monsteren op dreigingspotentieel.’

Dit is een zin uit één van de reisverhalen van de bundel De zon is het probleem niet, van Daniël Rovers.