16 december 2011

Het leven volgens Rutger Kopland – Erik Borgman; Arnon Grunberg; Stefan Evenepoel; Harry Kunneman; Marjoleine de Vos

Symposium: Levensbeschouwelijke aspecten uit het werk van Rutger Kopland

Door Heleen Rippen

Op Sint Maarten, de elfde van de elfde in het jaar elf werd in het Academiegebouw in Utrecht het symposium Onze vluchtige plek van de waarheid gehouden. Een dag gewijd aan levensbeschouwelijke aspecten uit het werk van de dichter Rutger Kopland.

Wat hebben Sint Maarten en Kopland met elkaar gemeen? Sint Maarten heeft net als Kopland ook een andere naam: Sint Martinus. Hij is beschermheilige van de stad Utrecht, maar ook van Groningen, waar de dichter Rutger Kopland, pseudoniem van Rudi van den Hoofdakker, van 1981 tot 1995 hoogleraar biologische psychiatrie was.
Toen Martinus in het jaar 371 tot bisschop van Tours werd gekozen verborg hij zich, zo gaat de overlevering, in een ganzenhok omdat hij zich die roeping niet waardig achtte. Het gegak van de ganzen verried hem waarna hij alsnog tot bisschop werd gewijd.
Kopland schreef een gedicht getiteld Ganzen met de versregel: ‘godvergeten hoog hun dunne geschreeuw’. Het geschreeuw van deze vlucht hemelbestormers laat hij contrasteren met de existentiële verlatenheid van de mens.

En terwijl de levensgeschiedenis van Sint Martinus op een muur  van de Domkerk staat afgebeeld, was Kopland op een steenworp afstand daarvan in de Aula van het Academiegebouw in levende lijve aanwezig om geëerd te worden door wetenschappers en andere belangstellenden.
Er zijn tijden geweest dat Rudi van den Hoofdakker niet graag had dat hij dichter-psychiater werd genoemd. ‘Het leek wel of er sprake was van een aan-uit-knop van den Hoofdakker-Kopland’ merkte Bram Bakker, eveneens psychiater en schrijver, hierover ooit op. Van den Hoofdakker voelde niks voor mengsels als dichterlijk psychiater of  psychiatrisch dichter. Hij wenste zijn twee ‘ambachten‘ zoals hij ze noemde, strikt gescheiden te houden ten bate van anderen en ten bate van zichzelf. Die strikte scheiding was tot zijn emeritaat als hoogleraar in 1995 ongetwijfeld nuttig. Daarna werd hem in 1999 en in 2000 door respectievelijk de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit Utrecht tweemaal een eredoctoraat uitgereikt voor zijn gehele oeuvre. Deze feestelijke dag was opnieuw een lofzang in stereo: hij werd eervol toegesproken als dichter, als psychiater maar ook als belangrijk vertegenwoordiger van beide werelden tegelijk.

Het programma begon met een een stuk uit Die Kunst der Fuge van Bach, gespeeld door Jaap Jan Steensma op het orgel van de Aula. Geen toeval uiteraard, want Kopland schreef zelf een cyclus van vijf gedichten die hij die Kunst der Fuge noemde en die net als Bach’s muziek, variaties in taal bevat op thema’s als vluchten, dwalen, herinneren, verdwijnen.
Na de orgelklanken werden enkele gedichten van Kopland uit deze cyclus voorgedragen door Frederiek Muller. En zo zaten we al snel in het hart van het werk van Kopland.

Johan Goud, hoogleraar Religie en zingeving in literatuur en kunst en initiatiefnemer van deze dag, sprak een inleiding uit getiteld ‘Verdwalen, dwalen en zwerven’ over mystiek en nauwkeurigheid in het oeuvre van Kopland. Goud is bevriend met Kopland en zeer vertrouwd met zijn oeuvre. Terwijl in Kopland’s gedichten telkens de eindigheidsvragen worden opgeworpen is God ‘gecompliceerd afwezig’ in diens werk, stelde Goud. Hij typeerde het werk van Kopland aan de hand van het begrip ‘Genauigkeit’. Een term van de schrijver Robert Musil die duidt op een vorm van nauwkeurig bekijken, beluisteren en onderzoeken van nieuwe gebieden maar zonder de intentie de opgedane ervaring direct vast te leggen in nieuwe kennis. Kopland’s oeuvre kritiseert net als Musil de tegenstelling tussen observatie en participatie, tussen ordening en irrationaliteit en tussen ratio en mystiek.
Goud schetste hierna een drieledig profiel van de dichter: Kopland als onbevangen kijker, als sterfelijk verzoener en als wijzer naar een onbegrepen wereld. Langs deze lijnen wordt telkens een zelfde zoektocht verwoord, namelijk naar het moment waarop herinnering en verlangen samenvallen. ‘Voor het verdwijnt leeft men er in herinnering en verlangen naartoe en daarna is er niets meer’, citeerde Goud de dichter.

De bijdrage van Marjoleine de Vos, neerlandica, dichteres en redacteur van NRC Handelsblad, was gewijd aan het thema terugkeren en de onmogelijkheid daarvan in het oeuvre van Kopland.
Zij besprak het gedicht Winter van Breughel, de heuvel met jagers een gedicht dat Kopland schreef geïnspireerd door het schilderij van Pieter Breughel de Oude uit 1565. Op het schilderij staat een groep jagers in de sneeuw. Ze kijken samen met hun roedel honden naar een dorp dat beneden aan de heuvel ligt. De strofe over deze thuiskomst ‘Een terugkeer, maar bijna zo / langzaam als stilstand’ is een constante in het werk van Kopland volgens De Vos. ‘Waar zou je naar terug willen keren?’ Naar huis, waar je gelukkig was, voorgoed. Religie leeft van dat verlangen stelde De Vos. Maar dat verlangen naar voorgoed gelukkig zijn wordt telkens gekeerd, want alleen in het voorbijgaan is het leven, weten we. De dichter Jorge Luis Borges verwoordde dit als volgt: ‘Er zijn geen andere paradijzen dan verloren paradijzen’.
In een fraaie verdichte vorm cirkelde zij rondom de thematiek van de tijdelijkheid van een plek die je dierbaar is, maar die je niet toebehoort. Dit komt veelvuldig terug in Kopland’s gedichten, of ze nu over zijn geboortegrond Twente gaan of over een Indianen-opperhoofd dat spreekt over de onmogelijkheid van grondbezit. De mens, eenzaam met zijn woorden die het onverschillige universum en de onvermijdelijke eindigheid niet kunnen veranderen. Dit pijnlijke besef werd door Kopland bij de dood van zijn trouwe huisdier ooit zo verwoord: ‘De hond is nergens meer, iedere dag’.
De Vos eindigde met de stelling dat een gedicht soms geen belang heeft bij andere woorden. Toch waren haar woorden middenin de roos.

Stefaan Evenepoel, was de derde spreker die het zuiver hield bij het dichterschap van Kopland. Evenepoel, docent aan de Universiteit van Gent, sprak over de formuleringen en de meerduidige interpretatie die Kopland’s gedichten toelaten. Hij fileerde onder meer het gedicht ‘Aan een vijver’ waarin geluk, weemoed, eenzaamheid, en melancholie over elkaar heen buitelen. Vaak is bij Kopland sprake van het omkeren van paradoxen;  het aan elkaar koppelen van tegengestelde betekenissen, waardoor de lezer uiteindelijk achterblijft in de mist.
Evenepoel stond ook stil bij de humor van Kopland als ‘patafysicus’. Een patafysicus parodieert wetenschappelijke kennis en  maakt er iets absurds van. Hij kiest niet, maar laat meerdere mogelijkheden open waardoor betekenissen zich laten verdubbelen. Dat kan lachwekkende spanning en soms zelfs duizeligheid veroorzaken.

Ben Peperkamp, hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam sprak over de wetenschappelijke en psychiatrische aspecten van Kopland’s werk en verbond daarmee het werk van de psychiater en de dichter.  De essays van Kopland met kritiek op het ‘vraatzuchtig reductionistische’ mensbeeld van zijn medische vakbroeders en –zusters  komt terug in het gedicht Chemie van de ziel. In dit gedicht wordt voelbaar gemaakt dat zoiets als een gelukkige herinnering niet teruggevonden kan worden in moleculen of in wetenschappelijk formules.

Harry Kunneman, hoogleraar Sociale en Politieke Theorie aan de Universiteit voor Humanistiek had het zelfs over Rudi Kopland, een samentrekking van de naam van de psychiater en de dichter en ziet in zowel zijn gedichten als in zijn wetenschappelijke werk de pijnlijke ontnuchteringen van ons huidige vooruitgangsgeloof weerspiegeld. Dat vooruitgangsgeloof noemde hij ‘ziende blind en moreel kippig’. Onze tijd kent twee menselijke vluchtwegen: de religieuze ‘naar boven’ en de technische wetenschappelijke, de ‘vlucht naar voren’ maar feitelijk moeten we het zien uit te houden in ‘de moerassigheid van het bestaan’. Die dient zich volgens Kunneman aan in de vorm van relationele, existentiële en fysieke onzekerheid door een onvermijdelijk tekortschieten van kennis en een gebrek aan bestendigheid. In het moeras speelt vaak de vraag: is dit een boomstam of een krokodil?  Omdat we er ons in tegenstelling tot de baron van Münchhausen niet uit kunnen trekken, zullen we er moeten aarden.
De grote verdienste van Rudi Kopland’s humanisme is volgens Kunneman dat hij onze ‘geestesziekten’ beziet met een onbevangen en empatische blik.

Die empatische blik werd direct geproblematiseerd door Arnon Grunberg in zijn lezing. Grunberg liet de poëzie van Kopland voor wat zij was en haakte in op het essay De mens als speelgoed  uit 1995.  In dit essay bekritiseerde Van den Hoofdakker ondermeer zijn biomedische collega René Kahn (UMC) die wel schrijft over hersenen en hormonen maar die zodra het over hersenen en gedrag gaat, de mens verdinglijkt en hem gaat behandelen als ware hij een kapotte speelgoedauto. Kortom, menselijk ellende wordt teruggebracht tot farmacologische manipuleerbare gedragsvormen en daartegen keerde Van den Hoofdakker zich al in dat essay en Grunberg met hem. Ook had Van den Hoofdakker, in navolging van Freud, empathie, een term afkomstig uit de esthetica van de filosoof  Theodor Lipps, in wezen goed noch slecht genoemd. Pharmaceutica zou je dus empathie in tabletvorm kunnen noemen.

Grunberg stelde vervolgens dat empathie als neutraliteit wel eens tot ons zou mogen doordringen aangezien humanisten en christenen dit tot een van hun belangrijkste afgoden hebben gemaakt.
Freud’s vinding was dat ‘de eenheid van het ik een precaire aangelegenheid’ is. Dat ‘ik’ krijgt onophoudelijk te maken krijgt met tegenstrijdige verlangens en verboden. Grunberg vermenigvuldigde dat probleem door daarbij ook nog eens de vaak onuitgesproken normen van de omgeving  te betrekken en kwam met verrassende vondsten.
Normaal gedrag is assimilatie, is een overlevingsstrategie, stelde hij. En vrijheid kan worden begrepen als de mogelijkheid om gedragsbeïnvloeding door bijvoorbeeld psychiaters, af en toe succesvol te weerstaan. Sterker nog: wij zijn buiksprekers die weer door ander buiksprekers in bedwang worden gehouden. Wellicht is de enige manier om het uit te houden in dit leven juist door alles als een spel op te vatten. ‘We zijn dus wel degelijk speelgoed’ was Grunbergs tegenspel aan Van den Hoofdakker. Soms moeten we aan anderen vragen: ‘Maak me alstublieft niet kapot. Andere mensen willen ook nog met me spelen’.

Aan het einde van het programma kwam Kopland zelf het podium op en las nog zeven gedichten voor. Zijn eigen gedichten over de grazige weiden van psalm 23, over verlies, de dood  het hiernamaals. Daar stond een krachtige maar broze man. Misschien mogen we hem wel een moderne schutspatroon van de herinnering en het verlangen noemen.

Kopland kreeg een staande ovatie en hief de bloemen die hij net in ontvangst had genomen hoog in de lucht.

In 2012 verschijnt bij uitgeverij Klement de bundel Het leven volgens Rutger Kopland, Onze vluchtige plek van de waarheid. Hierin zijn de bijdragen van alle sprekers opgenomen, naast een uit 1996 daterend interview van Johan Goud met Rutger Kopland. Daarnaast  zijn gedichten van Kopland toegevoegd, die geïnterpreteerd en van commentaar voorzien zijn door o.a. Tom van Deel en Jaap Goedegebuure.

 

 

Het leven volgens Rutger Kopland
Erik Borgman; Arnon Grunberg; Stefan Evenepoel; Harry Kunneman; Marjoleine de Vos
onze vluchtige plek van de waarheid
Verschenen bij: Klement
ISBN: 9789086870875
192 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van :

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars

Recent

13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens
7 november 2017

De dreiging van het duister

Over 'Wol' van Aart Taminiau
6 november 2017

Het licht gaat uit

Over 'Laatste dagen op Ellis Island' van Gaëlle Josse

Verwant