12 maart 2017

Het juiste moment

Door Marijn Sikken

Het eerste wat ik dacht toen bekend werd dat Arjen Fortuin zijn functie als literair recensent bij NRC neerlegde, was: wat knap van hem. Daarna dacht ik aan die keer dat iemand me vertelde over het lezen van de Slush Pile voor een grote uitgeverij. Mijn gesprekspartner bekende al het vertrouwen in de literatuur kwijt te raken – nee, niet alleen het vertrouwen, maar ook het plezier. De stapel werd in zijn ogen steeds groter, er kwam geen eind aan, het was alsmaar zoeken naar waarom ook dit manuscript weer net niet goed genoeg was. Hij werd er cynisch van.

Cynisme is een stopteken, lijkt me. En dus stopte deze lezer met lezen. ‘Vrijwilligerswerk doe je voor jezelf,’ zei de dame van de intake. Dat is me altijd bijgebleven – zoals de meeste dingen die echt waar zijn je bijblijven. Vervolgens deelde ze me in op de Intensive Care, waar ik de rol van gastvrouw zou vervullen: ik had geen enkele medische kennis, ik wist alleen de weg naar de juiste units en de goede koffieautomaten.
Ik was daar niet de enige, het ziekenhuis kende een heleboel vrijwilligers. Er waren er die zoveel mogelijk diensten draaiden, waar dan ook, geen afdeling was hen te gek. IC? Prima. Kinder-IC? Draai ik mijn hand niet voor om. Kinder-Oncologie? Geen enkel probleem. Ik werd maar nerveus van die types, hoe graag ik ook wilde geloven dat de mens liefst goed doet. Als je met het grootste gemak rondloopt op kinderoncologie, leek me dat niet gezond. Als je het aankunt, prima, maar als het je niets doet moet je wegwezen. Waarschijnlijk gaan filantropie en voyeurisme onvermijdelijk hand in hand. Is dat cynisch?

Misschien is het moeilijk (ik moest gelijk aan Lord of the rings denken) om de beker van je lippen te trekken zodra je hebt geproefd van de macht, de invloed van je schijnbaar onmisbare betrokkenheid. Als recensent bij een van de grootste kranten van Nederland heb je invloed, als gastvrouw op een dramatische afdeling in het ziekenhuis ben je in staat mensen rustig binnen te laten komen, een uitvaartleider is degene die zorgt dat jij goed afscheid kunt nemen van je dierbare. Misschien is zo’n rol verslavend. Het andere is ook mogelijk: dat dergelijke beroepen en taken afstompen.

Een leraar die een hekel krijgt aan zijn leerlingen? Vervroegd pensioen! Een kapper die zich ergert aan eenieder die voor een knipbeurt komt? Omscholen. Een mental coach die geen geduld meer kan opbrengen voor de zoekende zielen die zich bij hem of haar melden of een arts met minachting voor zijn patiënten? Help jezelf en vertrek.
Ik heb begrepen dat er inmiddels uitgeverijen zijn die helemaal niet meer met de Slush Pile werken. Het duurde even, maar de manuscriptlezer leest weer voor eigen plezier. Mijn vader zit in de uitvaart. Wanneer moet hij daarmee stoppen: als het hem te veel wordt, of juist als het hem niets meer doet? Ik denk het laatste. Dat Arjen Fortuin de beker neerzet, getuigt van grote klasse.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer