11 januari 2013

Het heele leven is toch verloren – J. Slauerhoff

Nieuwe teksten van en over Slauerhoff

Recensie door Joost van der Vleuten

De acne van Clara Eggink
Het heele leven is toch verloren is een bundeling van Slauerhoff-teksten: nagelaten en verspreide gedichten, briefwisselingen met een studievriend en met zijn laatste geliefde, een gecoupeerde herdruk van zijn dagboek, aangevuld met 2 essays: eentje over Slauerhoffs Verzameld Werk en eentje over zijn Utrechtse periode. Een gezellige restantopruiming voor een spotprijsje. Elke Slauerhoviaan moet het lezen, en ook iedereen die wil weten hoe Slauerhoff de acne op het voorhoofd van Clara Eggink bestreed. De literatuurliefhebber kan ook kiezen voor Slauerhoffs ‘echte’ werk. Daar valt nog veel te ontdekken.

Gekwelde ziel met gebroken hart
Het is verbazingwekkend hoeveel Slauerhoff in zijn korte leven (hij werd 38 jaar) heeft geschreven en gepubliceerd: tien dichtbundels, drie romans (Het verboden rijk, het leven op aarde, De opstand van Guadalajara), drie verhalenbundels (Schuim en As, Lente-eiland en De erfgenaam), en veel journalistiek werk en vertalingen. Slauerhoff wordt nog steeds gelezen en van de Verzamelde Gedichten ligt de 20e druk in de boekhandel. Zijn werk heeft echter bij benadering niet de aandacht gekregen van literatuurwetenschap en -kritiek die het verdient.

Biografica alom
Slauerhoffs leven ja, dat leidde tot een stroom boeken en andere artikelen. Drie biografieën (van Constant van Wessem, C.J. Kelk en ‘de definitieve’ van Wim Hazeu) en boeken en boekjes over Slauerhoff als student-auteur, als zeereiziger en als sloddervos (Slauerhoff, slodderhoff door Peter Dicker). Zijn reisreportages en journalistieke werk werden uitgegeven, evenals zijn correspondenties met een handvol vrienden, vriendinnen en collega’s. Vorig jaar verscheen Het heele leven is toch verloren. Gedichten, brieven essays. Ook hier weer biografica alom. Niels Bokhoven geeft in zijn essay een overzicht (met aanvullingen op Hazeu’s biografie) van de Utrechtse periode van Slauerhoff. In 1929 – 1930 deed die een halfhartige poging zich in het Academisch Ziekenhuis daar te specialiseren in huid- en geslachtsziekten. Hij verhuisde vaak, dubde over steeds weer andere toekomstplannen en kankerde op collega’s. Maar hij publiceerde ook Fleurs de marécage (Franse gedichten), Yoeng Poe Tsjoeng, Schuim en As, Saturnus, Het Lente-eiland, Serenade en een aantal vertalingen. Hoe dat in zijn werk ging, daarover kom je nauwelijks iets te weten. Wél weer over zijn ontmoeting met de danseres Darja Collin, de enige vrouw met wie hij ooit trouwde en van wie hij ‘tout a fait épris’ was, zoals hij schreef aan Roland Holst. Andere biografica zijn de briefwisseling met Maarten Vrij (1918 – 1923) en met zijn laatste geliefde Caridad Rodriguez (1935 – 1936). De laatste correspondentie geeft de zoveelste proeve van Slauerhoffs compromisloze maar hopeloos onpraktische aard. Al heen en weer schrijvend over een oceaan komt hij erachter dat het allemaal toch wel weer niks zal opleveren: ‘Intussen, mijn schat en geliefde, als je het wachten moe bent en de ander wil, wacht dan niet langer.’ Een paar maanden later zou hij sterven.

Schrijver pur sang
De correspondentie met studievriend Maarten Vrij maakt vooral duidelijk hoe toegewijd Slauerhoff werkte aan zijn oeuvre, en hoe hij met wisselend succes probeerde zijn gedichten, vertalingen, verhalen en journalistiek werk geplaatst, gebundeld en uitgegeven te krijgen. Na veel gedoe en beperkt succes bij De Nieuwe Stem (Henriëtte Roland Holst), de Beweging (Verwey) en anderen schrijft Slauerhoff: ‘Ieder moet zichzelf zeer luide proclameeren, of moet een claque, een kring, een partij hebben om zich te doen proclameeren. En dan nog langzaam. […] Ach wij jeugdigen.’ Uiteindelijk vond hij onderdak bij het expressionistische ´t Getij en nog later Forum. En tegen het einde van zijn leven kwam de erkenning in de vorm van literaire prijzen en verkoop, maar toen was het – veel te vroeg – te laat. Wie des schrijvers ziel verder wil doorgronden kan zich verliezen in Slauerhoffs Dagboek 1926 – 1928. Ooit gepubliceerd in een beperkte oplage, direct uitverkocht, nauwelijks meer antiquarisch te krijgen en nu herdrukt. Maar dan zonder de reisbeschrijvingen die al werden opgenomen in een andere uitgave voor Slauerhovianen: Alleen de havens zijn ons trouw. Diepe zucht. Wel mooie beschrijvingen van opiumgebruik en de bijbehorende dromen – die later weer een plek vonden in zijn fictie.

Blijft over de poëzie, een stuk of 30 gedichten die alleen te vinden waren in uitgaafjes van margedrukkers, verschijnen hier voor het eerst in een toegankelijke uitgave. Aangevuld met een (1) ongepubliceerde vertaling van een Spaanse copla. De gedichten zijn van alles maar vooral niet voldragen en voltooid. Wél interessant, zoals iedere loslopende komma van de arme man dat onderhand is. Onrijp jeugdwerk ‘Och arme kindje  / in grooten stad / ‘k wou dat ik je heel dicht / bij me had.’ Een poging door een omgekeerde verrekijker naar de wereld te kijken: ‘Het lijkt een vlooitheater / Doe maar of je ’t niet kent.’ En meer van wat we al kennen: ‘Ik kan niet zeggen hoe ik Holland haat’, onvoltooid maar met karakteristieke slotregel: ‘Maar ook in ’t mooiste ijs is wel een wak.’ En dan zijn er schimpdichten die onder de titel Drie confrontaties bijeen zijn gezet en toegelicht door Arie Pos. Goed voor de literatuurgeschiedschrijving, minder boeiend voor de letterlievende.

Een heel nieuwe Slauerhoff
Al wil je iedere letter van Slauerhoff lezen, dan toch word je ongelukkig van Het heele leven is toch verloren. Ondanks alle goede bedoelingen en interessante inhoud. Met iedere nieuwe publicatie van weer andere oude snippers vermindert de waarde van de Verzamelde Werken en wordt het beeld bevestigd van Slauerhoff als een slordig auteur die maar een eind wegschreef. Terwijl vrijwel alle nagelaten, onvoltooide en anderszins niet in de Verzamelde Werken opgenomen teksten toch afkomstig zijn uit één en dezelfde bron: de ‘befaamde zeemanskist met handschriften en andere documenten, door Slauerhoff nagelaten, nadat hij ze nog op zijn laatste ziekbed had geordend.’ Menno Voskuil beschrijft in zijn essay ‘Eén ding, niet teveel komma’s. Over de totstandkoming van Slauerhoffs Verzamelde Gedichten’ hoe de inhoud van die kist werd verrommeld, versnipperd en verknipt. Die scheepskist namelijk, werd in 1937 afgeleverd bij K. Lekkerkerker, die gesteund door een Commissie van wijze mannen (lees: ex-vrienden van Slauerhoff) de bezorging van het Verzameld Werk op zich nam. Hij had daarbij het recept te volgen van E. du Perron, die claimde dat de auteur het zo gewild zou hebben: de tijdens Slauerhoffs leven gepubliceerde bundels moesten worden beschouwd als niet meer dan ‘kernen’, die moesten worden aangevuld met andere gedichten uit diezelfde periode. Nagelaten, verspreid gepubliceerd, voltooid of niet, dat bleef in het vage. Het recept was vooral goed voor een editoriale nachtmerrie. Lekkerkerker ging manmoedig aan de slag en voltooide de editie. Toen NRC in 1980 (43 jaar later, dus) eens informeerde waar de beloofde tekstverantwoording bleef, gaf Lekkerkerker toe dat hij niet meer achter de uitgave stond. Omdat er zoveel nieuwe brieven en documenten waren opgedoken, zei hij. Maar ook omdat de editietechniek zich had ontwikkeld tot een volwaardige hulpwetenschap, die het mogelijk maakt overzicht en helderheid te creëren, waar de aanpak van Lekkerkerker (conform Slauerhoff, aldus Du Perron) leidde tot treurigheid en de nadruppelende stroom publicaties waar Het heele leven is toch verloren een voorbeeld van is. Hoog tijd dus voor ‘een geheel nieuwe Slauerhoff’ zegt Voskuil Lekkerkerker na. Als zijn essay daaraan kan bijdragen, dan is deze uitgave meer dan gerechtvaardigd.

 

J. Slauerhoff, Het heele leven is toch verloren
Gedichten, brieven, essays.

Samenstelling Arie Pos en Menno Voskuil.
Utrecht, (Het Literatuurhuis. Serie ‘Literaire Meesters’), 2012.
Aantal pagina’s: 250
Prijs: € 12,50 (2e druk verkrijgbaar vanaf 14 januari 2013).

 

Het heele leven is toch verloren
J. Slauerhoff
ISBN: 9789081445078

Meer van Joost van der Vleuten:

1 september 2016

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Over 'Parijs is een feest' van Ernest Hemingway
7 juli 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Lawrence Hill
27 mei 2016

Onder vuur genomen door zijn eigen mensen

Over 'Het laatste vaarwel' van Robert Haasnoot

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Verwant

11 januari 2013

Brievenboek wekt oprechte belangstelling voor eerdere publicaties

Over 'Brieven 1923 - 1936' van J. Slauerhoff
11 januari 2013

Goed nieuws, slecht nieuws

Over 'De opstand van Guadalajara' van J. Slauerhoff
11 januari 2013

Geen alledaags bestaan

Over 'Een varend eiland' van J. Slauerhoff