Het effect van het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur

Door Ingrid van der Graaf

Het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur is een tombola met steeds weer een verrassende uitkomst. Zelf houd je een eigen lijstje bij van schrijvers die het nu ‘echt wel verdiend’ hebben. Nu Philip Roth van het lijstje gevallen is, blijven over Cees Nooteboom, Marilynne Robinson, Antonio Lobo Antunes, Hillary Mantel, maar daar wordt geen rekening mee gehouden. Dat is maar goed ook, niet enkel het lauweren van schrijvers die wereldwijde bekendheid genieten is belangrijk, maar juist die schrijvers waarvan het merendeel van ons nog nooit gehoord had, moeten gezien worden. Het is nodig dat het meerstemmig koor aan schrijvers die een belangrijke weergave van menselijk handelen in hun boeken tonen, gehoord wordt.

Bij het nieuws dat de Brits-Tanzaniaanse schrijver Abdulrazak Gurnah (Zanzibar, 1948), de Nobelprijs kreeg toegekend, zal menigeen naar de boekenkast gelopen zijn om te kijken of er bij de ‘G’ misschien, wie weet, een boek van deze schrijver stond. Veel kans daarop was er niet. In 1989 verscheen zijn debuut Herinneringen aan mijn zwarte rotjeugd (Memory of Departure) bij de inmiddels opgeheven uitgeverij Arachne. In 1994 verscheen van Gurnah bij uitgeverij Van Gennep de roman Paradijs (Paradise), en dat was het. Hans Bouman recenseerde in 1994 Paradijs voor de Volkskrant, de recensie werd op de dag van de bekendmaking opnieuw geplaatst.

Abdulrazak Gurnah vluchtte in 1967 naar Groot-Brittannië waar hij het bracht tot hoogleraar Engelse en postkoloniale literatuur aan de universiteit van Kent. Sinds eind jaren tachtig schreef hij meer dan een dozijn romans, verhalen- en essaybundels. In zijn boeken onderzoekt hij, zoals hij zelf zei een ‘paradigma van menselijke relaties’. Zijn roman Desertion (2005) wordt als zijn meest succesvolle boek gezien waarin hij zich ondermeer afvraagt hoe het komt dat vrouwen de meest onderdrukte personen in de wereld zijn, dat de kansen voor hen om zich maatschappelijk te kunnen ontplooien, nog altijd lager liggen dan bij mannen. In deze roman komt ook het ontbreken van de juiste communicatie aan de orde. Hij schetst de relatie tussen een Arabisch sprekende moslima en een Engelsman. Doordat zij elkaars taal niet te spreken, krijgen ze geen toegang tot een gedeelde persoonlijke belevingswereld. En wat daar de gevolgen van zijn.

Dit las ik in een mooi stuk over de winnaar Abdulrazak Gurnah door Geertjan De Vught in De Volkskrant.  Als je dat artikel gelezen hebt, wil je alles over deze schrijver lezen. Noem dit het effect van de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn boeken zijn nergens te vinden. Hoewel Jeroen Vullings online een boek van Gurnah vond, voor 500 euro kon hij het bestellen, zo vertelde hij afgelopen zaterdag in het radioprogramma Nieuwsweekend.

De Zweedse Academie kende de prijs aan Gurnah toe ‘voor zijn compromisloosheid en compassie bij het doorgronden van de effecten van het kolonialisme en het lot van de vluchteling in de kloof tussen culturen en continenten’.

De laatste roman van Gurnah, Afterlives verscheen in 2020. Voor zover bekend zijn uitgevers aan het bieden om zijn werk te laten vertalen en uit te geven. We kunnen haast niet wachten wie deze tombola wint.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.