Het belang van een boek

Het was vrijdagavond en ik mocht kiezen. De regen had alle opties buiten de boeken geëlimineerd. Verspreid door de kamer lagen de volgende mogelijkheden. Het bed: Bright earth, Art and the invention of colour door Philip Ball, omdat een leraar op de kunstacademie had gezegd dat het goed was om te beseffen dat tubes verf in alle kleuren van de regenboog niet zomaar op een dag uit de lucht waren komen vallen.
Tafeltje naast het bed: Birk door Jaap Robben, omdat mijn nieuwe liefde had gezegd dat ik het moest lezen; Astronaut door Pieter Kranenborg, omdat ik tegen Pieter Kranenborg gezegd had dat ik het zou lezen voordat ik een biertje met hem zou gaan drinken; De uitvreter / Titaantjes / Dichtertje / Mene Tekel door Nescio, omdat het al zo lang geleden was; Living as a river, Finding fearlessness in the face of change door Bodhipasaka, omdat het fantastisch zou zijn nooit meer bang te hoeven zijn voor het verstrijken van de tijd. Beleef uw huis door Hans Uylenburg, omdat het grappig was om interieuradviezen uit de jaren zeventig te lezen.

Bovenkant kastje aan voeteneind bed: De 100 beste gedichten van 2018 voor de VSB poëzieprijs als bewijsmateriaal dat poëzie wél nuttig en maatschappelijk relevant is, écht wel, écht wel.
Het bureau: Verborgen gebreken door Renate Dorrestein, zodat ik bij mijn optreden als talentvolle jonge auteur tijdens een hommage aan Renate Dorrestein enige parate kennis van haar werk tentoon zou kunnen spreiden; Het hemelse gerecht, om dezelfde reden.
De vloer: Als je een meisje bent door Maartje Smits, ook te leen gekregen van mijn nieuwe liefde, omdat we haar laatst hadden gezien onder een lampenkap; De wereld der planten 1 en De wereld der planten 2, omdat er mooie sexy plaatjes in stonden (vergeet food porn, plantenporno is veel opwindender); Expanded painting door Mark Titmarsh, omdat ik overwoog een schilder in bredere zin te worden; Poëziekalender 2015, omdat je die gedichten gewoon tot in het oneindige kon hergebruiken.

Ik wist het niet. In alle opgenoemde boeken had ik recent gelezen, geen ervan verwachtte ik op korte termijn uit te lezen. Behalve misschien de twee van Renate Dorrestein, want als ik die niet uit las vóór 10 juni was ik er niet zeker van of mijn jeugdige talent genoeg zou zijn om alles wat ik niet van haar gelezen had te compenseren. Maar het was vrijdagavond en op vrijdagavond streefde ik ernaar om niets te doen wat moet.

Ik koos Toon Tellegen. Ik vond hem in het kastje aan het voeteneind van mijn bed en zocht het gedicht op dat zojuist mijn hoofd binnen was gevlogen. Ik mocht kiezen. / Ik wist het niet. / Ik koos de vrede. Dat was het begin. En daarna liet Tellegen de waarheid en de schoonheid, de wijsheid en de weemoed, en zelfs de liefde gaan, zodat alleen de vrede overbleef. En in de hemel hing een andere zon. En de regen tikte op het ronde daklicht en een vliegtuig kwam laag overvliegen en hoewel het buiten koud geworden was, bleef het binnen warm.

 


Gastcolumnist Gerda Blees schrijft tot september tweewekelijks een column voor Literair Nederland. Ze debuteerde in 2017 met de verhalenbundel, Aan doodgaan dachten we niet. In april debuteerde ze nog eens maar nu een dichtbundel, Dwaallichten.

Meer van Gerda Blees: