Hernieuwde aandacht voor Witold Gombrowicz

door Evert Woutersen

De Poolse schrijver Witold Gombrowicz (1904-1969) is vooral bekend geworden door zijn boeken Ferdydurke (1937), Pornografie (1960) en Kosmos (1965)Minder bekend bij het grote publiek zijn zijn dagboeken die hij speciaal voor publicatie schreef. Paul Beers maakte er in 1986 een integrale Nederlandse vertaling van, Dagboek 1953-1969. Dit dagboek is alleen nog antiquarisch te vinden. Om die reden maakte Huub Beurskens er een selectie uit die onlangs is verschenen onder de titel Met mijn smoel in mijn handen.

Gombrowicz verblijft in Argentinië als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. ‘Ik was door een toeval naar Argentinië vertrokken, slechts voor twee weken, en als door een speling van het lot in die twee weken de oorlog niet was uitgebroken, zou ik naar Polen zijn teruggekeerd /…/’. Het werd geen verblijf van twee weken, maar van 24 jaar. Pas in 1964 keert hij terug naar Europa, naar onder andere Berlijn, Barcelona en Parijs. Het laatste deel van zijn leven, tot 1969, woont hij in het Franse Vence, op twintig kilometer van Nice.

Dagboeken

Huub Beurskens maakte een selectie uit de drie dagboeken, die van 1953-1956, 1957-1961 en 1961-1969. In zijn Argentijnse periode werkte Gombrowicz zeven jaar als directiesecretaris bij Banco Polaco, de Argentijnse tak van de Poolse bank Pekao SA Bank. Ondertussen werkte hij aan romans, toneelstukken en aan zijn dagboeken. In 1953 verscheen het eerste deel.

Gombrowicz schrijft in zijn dagboeken over talloze onderwerpen, over schilderkunst (Da Vinci, Titiaan), klassieke muziek (Mozart, Bach, Beethoven, Schönberg), literatuur (Dante, Barthes, Sartre, Proust) en ook over literaire kritiek. Over critici: ‘Werp met woede en trots alle kunstmatige superioriteit van u af die uw positie u verschaft. Want literaire kritiek is niet beoordeling van de ene mens door de andere (wie gaf u het recht daartoe?), maar een treffen van twee persoonlijkheden die absoluut gelijke rechten hebben. Dus, oordeel niet. Beschrijf slechts uw reacties. Schrijf nooit over de auteur noch over zijn werk – alleen over uzelf in confrontatie met het werk of de auteur.’

Raak

Gombrowicz weet vooral te raken met zijn observaties over kunst. Over zijn bezoek aan het Louvre schrijft hij onder meer: ‘Dat gedrang aan die wanden, die dom, vlak naast elkaar opgehangen schilderijen. Je krijgt de hik van die opeenhoping. Een kakofonie. Kermis.’ De bezoekers in de zaal met de Mona Lisa vergelijkt hij met schildpadden die elk jaar de zee verlaten om op een verlaten strand hun eieren te leggen: ‘Zo verzamelt zich elke dag, al vijf eeuwen lang, een kleine menigte voor dit schilderij om het als een stelletje ezels aan te gapen… Klik! Een Amerikaan met zijn camera. De anderen glimlachen toegevend, zonder te begrijpen, de gelukzaligen, dat hun milde toegevendheid niet minder dom is. Over het algemeen heerst er domheid in de zalen van het Louvre.’ Alsof er niets veranderd is… toen de Amerikaan met zijn klikkende camera, nu de talloze mobiele telefoons en de selfies voor het beroemde schilderij van Da Vinci.

Uitersten

Gombrowicz houdt van vergelijken en contrasten. Zo zet hij Sartre, Proust en Borges tegenover elkaar. De ene schrijver bewondert hij, de andere verguist hij. ‘Sartre, weet u, is op alle fronten passé.’ Hij formuleert het zo: ‘Onze bewondering voor een kunstenaar heeft veel weg van de goedheid van een oude tante die een kleine jongen een complimentje geeft om hem geen verdriet te doen.’

De jaren in Argentinië zet hij tegenover de jaren in Europa. Terug in Berlijn realiseert hij zich dat de omschakeling naar het leven in Europa niet eenvoudig is: ‘Ik voelde nu, ik wist, dat dat allemaal niet vanzelf zou gaan, dat die Europese reis van mij iets veel gevaarlijkers was geworden dan ik me had kunnen voorstellen toen ik in Buenos Aires mijn koffers sloot. Een schrijnend element van wanhoop was in mijn reis geslopen /…/ Sinds ik Argentinië had verlaten, was ik de draad kwijtgeraakt…’

Chronologisch in het dagboek lezen is niet nodig. Sla het boek op een willekeurige bladzijde open en je blijft lezen. Als lezer word je meegenomen in zijn vreugde en zijn wanhoop. Geniet van zijn verhalen over Argentinië en huiver bij zijn beschrijvingen van Parijs en Berlijn.
Het is jammer dat het boek geen namenregister bevat. Het is fijn als een lezer op naam kan zoeken in het dagboek. Positief is de toegevoegde beknopte bio- en bibliografie.

Aanvulling op de dagboeken

Bij deze uitgave verscheen tegelijkertijd een boek van Paul Beers, Witold Gombrowicz door de jaren heen. Het is een mooie aanvulling op de selectie uit het Dagboek 1953-1969 van de Poolse schrijver. Het bevat o.a. een deel van de briefwisseling van eind jaren zestig tussen Beers en Gombrowicz, plus essays en interviews en beschrijvingen van de bezoekjes die Beers bracht aan de schrijver in zijn huis in het Franse Vence.

Beers is een energiek pleitbezorger van zijn werk. De schrijver wist dat ook te waarderen, getuige de opdracht die hij voorin een van zijn werken voor Beers schreef: ‘A Paul Beers qui me torture avec ses questions /…/’  Het laatste artikel in het boek is de tekst van een voordracht van Beers uit 2004, ‘Opkomst en neergang van Gombrowicz in Nederland’. Het bevat de constatering dat Gombrowicz ‘voor een algemeen publiek dood is in Nederland.’

Bijzonder is dat Paul Beers het werk van Gombrowicz vertaalde op basis van de Franse en Duitse vertalingen uit het Pools. Beers zei daar in zijn voordracht over dat het ‘iets ongemakkelijks’ heeft ‘de vertaler te zijn van een van de grote moderne Poolse schrijvers zonder diens taal te beheersen.’ Gombrowicz vond dat geen probleem. Hij liet Beers weten dat hij liever een goede vertaling via het Frans en het Duits zag dan een middelmatige vertaling uit het Pools.

Dit doet echter in het geheel niets af aan het feit dat beide boeken Wiltold Gombrowicz opnieuw onder de aandacht brengen. Huub Beurskens, Paul Beers en uitgeverij Koppernik verdienen alle lof daarvoor. Het is te hopen dat hierdoor een opleving voor het werk van deze belangwekkende schrijver zal ontstaan.
Gombrowicz verdient het om gelezen te worden. In zijn eigen woorden: ‘Dat mijn werk sinds dertig jaar niets aan levenskracht heeft ingeboet, dat een boek als Ferdydurke vandaag, net als toen, met een vreugdekreet begroet kan worden door een Italiaan, een Deen, een Canadees, een Paraguyaan – dat is voor mij belangrijk!’

 

Met mijn smoel in mijn handen
Witold Gombrowicz
Vertaling door: Paul Beers
Gekozen door Huub Beurskens
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik
ISBN: 9789492313690
240 pagina's
Prijs: € 21,50
Witold Gombrowicz door de jaren heen
Paul Beers
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik
ISBN: 9789492313751
132 pagina's
Prijs: € 10,00

steun-ons

Jaarlijks publiceert Literair Nederland ruim vierhonderd boekrecensies en literaire berichten mede dankzij donaties van lezers. Uw hulp om boekrecensies, interviews, columns en essays in de toekomst te laten verschijnen is nodig. Klik voor een bijdrage. Onze dank is groot!

Recent

30 oktober 2020

Taal die striemt en overweldigt

Over 'Big data' van Anne Vegter
29 oktober 2020

Moeder reconstrueert haar Duitse jaren voor haar dochter

Over 'Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl' van Uwe Johnson
29 oktober 2020

Elke editie meer dan de moeite waard

Over 'Tirade 480' van Onder redactie van Daan Doesborgh, Julien Ingnacio Anja Sicking e.a.
27 oktober 2020

Opmerkelijk debuut met essay-achtige passages

Over 'Nora, of brand Oslo brand!' van Johanna Frid
26 oktober 2020

Seksuele aantrekkingskracht als zwaktebod

Over 'De naam van de wereld' van Denis Johnson

Verwant