Herlezen van een debuut

Een boek herlees ik als het iets bij me teweeg heeft gebracht, zoals Cirkel in het gras van Oek de Jong, Wacht tot het voorjaar Bandine van John Fante, of Strikt van Minke Douwesz. Veel boeken hebben aan een eerste lezing genoeg, romans met een plot die je wegleest als eet je een doos bonbons leeg. Boeken die de boekenkast niet halen. Dan zijn er de boeken die met een zekere overtuiging in de kast worden gezet. Waaronder debuten die nieuwsgierig maken naar een volgend boek. Niet zelden blijft dat volgende boek uit en zul je nooit weten hoe een debutant zich in zijn schrijverschap ontwikkeld heeft. Die boeken blijven vereenzaamd in de kast staan, zoals Moorddiner van Mohana van den Kroonenberg en De smaak van ijzer van Elisabeth van Nimwegen.

Van De smaak van ijzer herinner ik me dat ik het goed geschreven vond en dat de onderlinge relaties nogal fysiek en intiem waren. Met Moorddiner, een verhalenbundel, had ik moeite met ‘iets’ ongrijpbaars in de verhalen. Het ging er nogal zwaar aan toe in Moorddiner. Verhalen die je na lezing een verloren gevoel geven, toch was het dat schurende wat me intrigeerde. Ik moet het nog eens lezen, alleen al om te kijken of er in mij iets veranderd is waardoor ik er nu wel uit kan halen wat er beslist in zit.

Maar eerst herlas ik De smaak van ijzer, een coming of age-roman over twee studentes aan de toneelopleiding in Maastricht. Bij herlezing bleek dit naast een coming of age, ook een ware #MeToo- roman te zijn. Er komt een regiedocent in voor die zich vanuit zijn positie nogal bruut aan hen vergrijpt. De overheersing van man-vrouw, docent-leerling verhoudingen die in deze kleine roman schuilt, was me bij eerste lezing volledig ontgaan. Ik had het gelezen zoals ik ooit De negerhut van oom Tom had gelezen; wat daar aan mensenleed in voorkwam nam ik aan voor wat het was; een verhaalgegeven en van de werkelijkheid had ik geen idee.

Daar had de #MeToo beweging van het afgelopen jaar verandering in gebracht waardoor deze roman opeens aan inhoud had gewonnen. Ik dacht: ‘Dat niemand dit boek onder de aandacht heeft gebracht! Hier staat het allemaal in.’ Het overrompelende van docent naar student, hoe afhankelijkheid werkt; het werd me door deze roman opeens haarfijn duidelijk.
Vooral in de toneelwereld waar alles ‘moet kunnen’, waar je hele hebben en houden tentoon gesteld moet worden (anders kan je opstappen) en grenzen van mijn en dijn vervagen. Het is vooral de tegenkracht die de vertelster ontwikkelt waarbij de betekenis van de titel – De smaak van ijzer – op verrassende wijze verklaard wordt. Lees dit boek, en had ik al gezegd dat het zeer goed geschreven is?

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

 

Meer van Inge Meijer: