19 november 2013

Henri van Booven en Hendrik de Vries, Briefwisseling – Henri van Booven, Hendrik de Vries

Matige smaakmaker

Recensie door Joost van der Vleuten

Henri van Booven (1877-1964) was een Haagse heer uit welgestelde familie. Hij maakte naam met het antikoloniale Tropenwee, schreef nostalgische romans over Den Haag in het fin-de-siècle, en leeft in voetnoten voort als de eerste biograaf van Louis Couperus. Hendrik de Vries (1896-1989) was een eigenzinnige Groninger, die van zijn zenuwzieke moeder geen kunstenaar mocht worden. Hij werd gemeentearchivaris en ontwikkelde zich tegen alle weerstand in tot een productieve expressionistische schilder, tekenaar, en vooral dichter. Hun briefwisseling maakt duidelijk hoe veel ze verschilden, en waar hun werelden elkaar toch nog raakten.

Al doende bang geworden
De correspondentie begint in 1951. Hendrik dankt Henri Van Booven uit de grond van zijn hart voor teksten van zijn hand die ‘een diepgaande invloed’ hadden op toen de 15-jarige De Vries. Het betreft de roman Tropenwee, een artikel over de jonggestorven ‘decadente’ tekenaar Carel de Nerée tot Babberich en Van Boovens inleiding bij Een tiental verhalen van Edgar Allen Poe. In zijn eerste brief vertelt De Vries dat hij Tropenwee tijdens zijn gedwongen ambtenarenbestaan ´onnoemelijk vaak´ op zak had, om er op onbewaakte momenten ´van te snoepen.´ Van Booven is gevleid, maar reageert achterdochtig. Hij peilt naar De Vries’ mening over Ter Braak, Vestdijk en Couperus – onder andere. En hij blijkt ook bij een bevriende geleerde en twee leraren klassieke talen te hebben nagevraagd wie die De Vries toch wel niet was. De omzichtigheid valt te verklaren uit zijn literaire voorgeschiedenis, waar de Inleiding meer over vertelt.

Tropenwee (1904) was het hoogtepunt in Van Boovens werk. Het werd geïnspireerd door zijn korte koloniale carrière in de Kongo – waar de malaria hem verdreef. Het boek is thematisch verwant aan Joseph Conrad’s Heart of Darkness, A.M. Forster’s Passage to India en Couperus’ De stille kracht: er zijn werelden waar ´de blanke´ niets te zoeken heeft, zelfs of vooral als hij goede bedoelingen heeft. Wie daarheen gaat roept zijn eigen demonen op, en rampspoed en verderf liggen op de loer. Tropenwee werd goed ontvangen en haalde 18 drukken. Dat was echter een uitzondering. Zo schreef de gezaghebbende en zachtaardige criticus Johan de Meester over Van Boovens roman Een Haags avontuur: ‘’t Is soms, alsof hij… niet gedurfd heeft: veel van plan was, doch al doende bang is geworden.’ Van Booven publiceerde geen romans meer, maar werkte na de dood van zijn literaire idool en vriend Louis Couperus zeven jaar lang met uiterste toewijding aan een biografie. Heel sneu, maar juist in die tijd veranderde de literatuur ingrijpend. Niks geen decadentie, maar expressionisme, modernisme en Nieuwe Zakelijkheid sloeg de klok. De aanhangers van literaire tijdschriften als Het Getij (waar De Vries aan meewerkte) en Forum moesten niets hebben van kritiekloze persoonsverheerlijking en geromantiseerde levensbeschrijving. Menno Ter Braak en Simon Vestdijk maakten in klare taal gehakt van het Courperusboek: ‘oppervlakkige, brokkelige journalistiek’, ‘vele nietszeggende bladzijden’, ‘keukenmeidenschriftuur’, ‘zonder synthetische kracht’. En daarmee was Van Boovens literaire loopbaan ten einde. Hij meldt weliswaar herhaaldelijk dat hij werkt aan ‘een fin de siècle-romannetje 1899-1905’ (het zou Stille wateren gaan heten), maar dat verschijnt nooit. Van Booven richtte zich op andere zaken: hij werkte als journalist en sportverslaggever, schreef sportboeken en was gecommitteerde bij staatsexamens. Hij was ook nog cricketpionier (met Herman Gorter) en ontwikkelde zich tot bobo van de Nederlandse rugbybond. Hij trouwde met een Joodse jonkvrouw, woonde vanaf 1932 in Rome, flirtte met de Italiaanse fascisten (zeggen sommigen) en werd lid van de NSB. Genoeg ingrediënten dus voor een spannend jongensboek, en mogelijk zelfs een biografie over dit literaire one hit wonder.

Stuntvliegen
Als opwarmertje voor die mogelijke biografie is de briefwisseling slechts half geslaagd. Geen stilistisch vuurwerk, en ook geen opmerkelijke gedachten of treffende anekdoten. De brieven van De Vries zijn vooral vriendelijk en tegemoetkomend, terwijl Van Boovens schrijfsels gisten van het gezeur, het gemekker, het vissen naar opinies over de critici van zijn Couperusboek, en gekanker op schrijvers, uitgevers en de nieuwe vereenvoudigde spelling. Om maar wat te noemen. Ondanks zijn eigen decadente verleden (waar de biografie vast meer over zal melden), gaat Van Booven tekeer tegen het ‘vieze knaapje Van het Reve’, en Anna Blaman die ‘de euvele moed heeft een lesbische als man aan te kleden.´ Af en toe meldt hij iets over zijn leven in Rome – zo ontmoet hij daar minister Beyen, die hem ‘een zeer menschelijk persoon’ toeschijnt. En hij pakt wat langer uit over het Den Haag van vroeger en de teloorgang van zijn vriend De Nerée. Maar dat is het dan wel. Van Booven voelde zich miskend en onbegrepen, en begreep zelf zijn tijd niet meer.

De Vries probeert regelmatig tegengas te geven zonder onvriendelijk te worden. Ter Braak en Vestdijk zijn helemaal niet zo eenzijdig rationalistisch, zegt hij bijvoorbeeld. En Van het Reve en Blaman stoten ook hem af, maar hij voelt een soort ‘ fatale noodzakelijkheid’ in hun schrijverschap. En de nieuwe spelling is niet goed, maar wel beter dan de oude. Uitgebreid gaat De Vries in op een vraag van Van Booven over zijn Spanje-ervaringen en hoe de cultuur daar hem beïnvloedde. Hij citeert een voorbeeld van een gedicht dat hij schreef op fandango/muziek en licht toe: ‘Het zwevende en tegelijk forse, penetrante van die ‘canto’, zijn bijzondere accentuering, heeft mij onder meer gediend tot vertolking der sensaties van het stuntvliegen (als passagier):

Uit woeste vliegdroom verzonken
In wervelstorm lucht en landen
Springende horizonranden
Rondzwaaiende wereldwade,
Door tuimel van wolkenspelonken
Weer steigrend met razend ronken
Scheen mij die triomf geschonken (…).’

Daar zullen ze in Spanje van opkijken. Met beleefde felicitatiebrieven bij de 60e verjaardag van de een en de 85e van de ander dooft de briefwisseling uit. Het lijkt het beste om Tropenwee te gaan herlezen.

 

Henri van Booven en Hendrik de Vries, Briefwisseling

Verzorgd en ingeleid door: Sander Bink
Verschenen bij: Uitgeverij Tiem (Prominent-reeks)
Aantal pagina’s: 231
Prijs: € 14,95.

 

Henri van Booven en Hendrik de Vries, Briefwisseling
Henri van Booven, Hendrik de Vries
ISBN: 9789079272341

Meer van Joost van der Vleuten:

1 september 2016

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Over 'Parijs is een feest' van Ernest Hemingway
7 juli 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Lawrence Hill
27 mei 2016

Onder vuur genomen door zijn eigen mensen

Over 'Het laatste vaarwel' van Robert Haasnoot

Recent

17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster

Verwant

19 november 2013

Brievenboek wekt oprechte belangstelling voor eerdere publicaties

Over 'Brieven 1923 - 1936' van Henri van Booven, Hendrik de Vries
19 november 2013

Een kleine aanvulling op de biografie van weleer

Over 'A.Roland Holst, een dichter aan zee ' van Henri van Booven, Hendrik de Vries