‘Jij hoeft niet te betalen, jij bent een VIP,’ zei gastvrouw Antoinette. ‘Drankjes en hapjes zijn van het huis.’ Ik stapte doorregend en zoals gewoonlijk veel te vroeg de Oranjekerk in de Amsterdamse Pijp binnen. Er was nog bijna niemand. Een man sneed het kerstbrood aan. Ik had vriend H. uit Taiwan meegebracht. Aan het einde van de middag zou het eerste nummer van Q glossy Zuid gepresenteerd worden, een bundeling van interviews rondom het thema Heb l(i)ef. Jezelf zijn in Zuid. Een huzarenstukje van journalist Paul Hofman die alle interviews voor zijn rekening had genomen.
Ondanks het slechte weer was de kerk op het laatste moment ruim gevuld. Op het podium stonden interviewer Hofman en, met een doek om zijn schedel geslagen, Stephan Sanders; achter hen een regenboogvlag. H. en ik gingen wat achterin zitten. Het was, moet ik bekennen, een lange middag voor hem, de woordjes Nederlands die hij met de app DuoLingo had geleerd, waren onvoldoende om alles goed te kunnen volgen. Zangeres Tessa Belinfante zong Pride van U2, maar ook dit hoogtepunt uit de westerse jarentachtigmuziek was hem onbekend. Halverwege viel hij tegen mijn schouder in slaap.

Sanders sprak met zachte stem over zijn jeugd in Twente, zijn adoptie, familie, homoseksualiteit en over het moment dat hij voor het eerst weer naar de kerk ging. De enorme drempel die hij ervoer. Ik kende het verhaal, een jaar geleden las ik Godschaamte, zijn essayistisch ingestoken dagboek. Wat ik me herinnerde: hoe lef en liefde, de thema’s van deze middag, zo’n centrale plek in het boek innamen. De schaamte voorbij door haar eerst op te zoeken. De kerk was toch niets ‘voor mijn soort’,  schrijft Sanders in zijn aantekening van juli 2020. Hoe je jezelf kunt buitensluiten om de schaamte van – mogelijk –  buitengesloten worden te voorkomen. Dan inspireert de moed van Gerard Reve die zich in de jaren zestig katholiek liet dopen en daarnaast openlijk een ongeordend leven leidde van drank, jongens en sadomasochisme.  Maar het is niet alleen Reve die Sanders heeft geholpen: ‘Het allerbelangrijkste heb ik nog niet verteld: het verhaal van de liefde, mijn verhaal van de liefde.’  Het raakt me als hij over zijn adoptiefamilie schrijft, over zijn adoptiemoeder:  ‘Al die tonnen liefde die er zijn ingegaan, gegeven door mensen die mij biologisch niets verschuldigd zijn. En zelfs die biologische moeder heeft iets gedaan: ze liet me geboren worden.’

Adoptiemoeder en Reve verbond hij in haar rouwadvertentie met het gedicht Dagsluiting. Ik kan het soms gedachteloos voor me uit mompelen:

‘Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
 dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
 en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt zoals ik U.’ 

Na het gesprek met Sanders werd de glossy gepresenteerd. Blauw omslag, glanzend papier. Hapjes, drank, en alle geïnterviewden mochten onder applaus op het podium voor een fotomoment, met die regenboogvlag als decor. ‘Je hebt lef nodig om kwetsbaar te zijn’ zag ik als kop boven mijn interview. Bij het weggaan gaf Antoinette mij enkele extra exemplaren en een lange, warme omhelzing. Om de eenzaamheid die tegen het einde van het jaar opleeft een beetje te verzachten. Heb lef. Heb lief. Ook in het nieuwe jaar.

 

 Q glossy Zuid: Heb L(i)ef 


Eric de Rooij schrijft tweewekelijks een column voor Literair Nederland.  Zijn debuutroman De wensvader  verscheen in 2020 bij uitgeverij kleine Uil. Onlangs verscheen zijn roman Augustus.

 

 

Meer van Eric de Rooij: