In memoriam H.H. ter Balkt 1938 – 2015

Ingrid van der Graaf

In de nacht van 8 op 9 maart is schrijver en dichter H.H. ter Balkt in zijn slaap te Nijmegen overleden. Ter Balkt is 76 jaar geworden.

Dat hij een teruggetrokken en sober leven leidde was van hem bekend. In 2013 was H.H. ter Balkt uitgenodigd voor een optreden tijdens de Nacht van de Poëzie. De reis van Nijmegen naar Utrecht was hem echter teveel. Bij hem thuis werd een opname gemaakt waarmee Ter Balkt, na het online optreden van Leo Vroman, die 31ste Nacht afsloot. Zijn laatste woorden waren toen: ‘Droom niet lelijk over de poëzie.’

Zijn verzameld werk werd vorig jaar uitgegeven door De Bezige Bij. Een dundrukeditie van 1800 pagina’s onder de titel, Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens. Ter Balkt was bekend geworden als dichter van het boerenland. Zijn eerste versje schreef hij op zijn negende; zijn eerste gedicht op zijn vijftiende. In de tijd dat hij onderwijzer was in Drenthe, debuteerde hij in 1969 met Boerengedichten. Hij publiceerde meerdere bundels onder het pseudoniem Habakuk II de Balker. Hij koos voor een pseudoniem omdat hij vond dat een onderwijzer geen dichter kon zijn. Het was of het een of het ander.

Karakteristiek aan zijn verschijning was zijn sonore stemgeluid waarmee hij zijn gedichten als broeiend brallende stromingen voortbracht en zijn haardracht, dat als een toupetje over zijn schedel leek te zijn gelegd. De haren naar voren, altijd half voor zijn ogen alsof hij daarachter beschutting zocht.
Over zijn woordkeus is gezegd dat de woorden “stampen, knoerpen, toeteren, wringen en walsen”. Hij gebruikte eigenzinnige woorden als ‘hemelzweep’ en’aardappelmeelschuim’ en lardeerde zijn gedichten met uitroepen: (‘O’) en uitroeptekens. Uit zijn gedichten sprak een sterke kracht als gevolg van woorden en soms hele regels te herhalen. Hij allitereerde naar hartenlust en rijmde zo het hem uitkwam.
‘Ik bezing het vertrapte’, schreef hij eens en hij publiceerde als een van de weinige Nederlandse dichters protestverzen: tegen de vervuiling van de zee en tegen kerncentrales. Op de vraag of hij Dichter des Vaderlands zou willen worden, antwoordde Ter Balkt in een interview: ‘Ik heb een moederland, geen vaderland’.

Van Ter Balkt verschenen meer dan dertig boeken. Eén van de hoogtepunten uit zijn werk zijn de Laaglandse hymnen, bestaande uit meer dan 200 veelstemmige sonnetten waarin Ter Balkt de Nederlandse geschiedenis vanaf de steentijd tot aan het heden bezingt. Van de klokbekervolken tot Rembrandt, van Erasmus tot veldslagen, zeereizen en aardappeleters, van de Bloedraad tot de Vrede van Nijmegen. Met een rauwe maar ook tedere blik op de geschiedenis toonde Ter Balkt zich een meester van de taal en de verbeeldingskracht. Ter Balkt won sinds 1973 verschillend literaire prijzen voor zijn werk, waaronder de Jan Campertprijs, Karel de Grote prijs, Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs. In 2014 ontving hij de erepenning van de gemeente Nijmegen.

Hierbij een gedicht van Maarten van der Graaff dat zowel in stijl als onderwerp een eerbetoon aan de dichter Ter Balkt is. Het werd geschreven ter ere van het verschijnen van Ter Balkts verzameld werk vorig jaar.

Voor H.H. ter Balkt

Een tor.
Het weerstandsbeleid
van de tor.
Zijn onzichtbare woede.

Ik wacht op de stoptrein
die verschijnt en aan alles voldoet.
De tor is de waarheid trouw
en mijn vader was maagd.

De veranda.
Zieltogende lampen.
Ik hoor geroezemoes uit het slachthuis
klimmen.

De tor zweert de waarheid
te spreken en duikt op bij de deur.
Over gorzen en slikken
is hij tot ons gekomen.
De tor deelt een broodje ei
met een zwerver.

Het zwembad. Een tombe.
De showroom. Een auto.
De kooi is groter
dan de belemmeringen
die wij betreuren.

Ik wil geen ruïneuze gedichten schrijven,
maar ingesloten door ontspannen verschijningen
op een terras zitten.

Een tor. De tor van zojuist.
Onze meesters aan zet.

Ineengedoken op een terras
aan de wilde dieren denken.
De wilde dieren der woestijnen.
De wilde dieren der eilanden.

Ik wil niet meer,
maar het leven heeft zijn vormen.
Recreatieve vormen. Parasietvormen
en de afmattende vormen
waarin wij vertroeteld worden.

Er is geen stem in de wind
die voor zich uit praat.

Geen ruïneuze gedichten nu.
Belangrijk is dat de tor
blijft staan.
Dat de tor op zijn pootjes blijft
in het licht van een fruitautomaat.
Er is een tor in de wind.
Hij nadert.

Dit gedicht werd eerder op de website van De Gids gepubliceerd.

 

Bron: Wikipedia, De Bezige Bij en de Koninklijke Bibliotheek

 

Recent

20 september 2019

Ode aan het leven

17 september 2019

De natuur in verweer

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 september 2009

Zomerse dagen en landerige rust als bedding

Recensie door Frank Heinen

In de boeken van Robbert Welagen is het altijd zomer. Er heerst een vredige, bijna landerige rust waarin de hoofdpersonen zich traag en weinig doelgericht voortbewegen. Lange, eindeloze zomers zijn het, vol glazen limonade en lommerrijke tuinen waarin schommels staan. Door de geopende ramen hoor je in de verte de geluiden van de stad.

Lees meer