13 oktober 2011

Grenzen aan de kindertijd

Recensie door: Geesje Nijland

Recensie door Geesje Nijland

Afscheid in vier taferelen, een aangenaam klinkende titel die nieuwsgierig maakt. Dat geldt trouwens ook voor de naam van de schrijver, Borislav Čičovački.

Even googelen levert verrassende informatie op: Borislav Čičovački blijkt al geruime tijd in Nederland te wonen en te werken en reeds vijf goed ontvangen romans op zijn naam te hebben. Een zesde roman is onderweg. Naast schrijver is hij bioloog en  musicus: hij speelt hobo.

Afkomstig uit voormalig Joegoslavië weet Čičovački natuurlijk wat het is om afscheid te nemen, om alles wat je hebt opgebouwd en liefgehad achter te laten.

In Afscheid in vier taferelen gaat het echter niet om zo’n afscheid, maar om een afscheid dat wij allen kennen: het afscheid nemen van de kindertijd, oftewel: het verlies van onschuld, zoals het op de flaptekst wordt genoemd. Čičovački beschrijft dit afscheid in poëtische bewoordingen, maar het lukt hem wonderwel daarbij toch voortdurend op afstand te blijven.

We zien door de ogen van de alwetende verteller vier kinderen, twee jongens en twee meisjes, waarschijnlijk uit hetzelfde gezin, die alle vier een ervaring meemaken die een keerpunt in hun leven zal blijken. Het gaat om herkenbare gebeurtenissen zoals  een eerste kennismaking met verliefdheid en angst voor het onbekende. De eerste stappen op het liefdespad zijn veelal gedoemd te mislukken, maar dat hoeft niet fataal te zijn: het geeft een nieuwe blik op de wereld, maar maakt die wel tot een minder zekere, minder veilige plek. Zo blijkt ook de vertrouwde omgeving van je kindertijd af en toe helemaal niet zo veilig te zijn, maar verraderlijke plekjes te verbergen. Bewustwording opent de weg naar volwassenheid en nieuwe mogelijkheden, maar niet iedereen heeft de kracht om zich los te maken van het vertrouwde, het bekende. De schrijver spreekt geen oordeel uit over de keuze: blijven of vertrekken. Wel komt iets van zijn persoonlijke achtergrond in het laatste ‘tafereel’ naar voren. Hierin blijkt een van de twee meisjes erg muzikaal te zijn. Om verder te komen zou ze eigenlijk naar de stad moeten, maar die stap durft ze lange tijd niet aan. Een jonge, getalenteerde hoboïst uit het orkest vertrekt wel. Van hem hoort ze nooit meer. De verteller vraagt de lezer om haar, wanneer  hij haar mocht ontmoeten, te vertellen dat het goed gaat met de hoboïst en dat hij haar niet is vergeten.

De vier taferelen spelen elk in een ander seizoen, achtereenvolgens de winter, de lente, de zomer en de herfst. Aan het eind van een tafereeltje koppelt de verteller de gebeurtenis aan het seizoen waarin het plaatsvond waarbij hij ook aangeeft welke emotie elk van de seizoenen oproept.

De verhalen van de kinderen worden omlijst door cursieve stukken tekst die de verhalen met elkaar verbinden. Deze vijf ‘hoofdstukjes’ gaan over ‘de Vrouw’, waarschijnlijk de moeder van de kinderen uit de taferelen. Zij volgt een vast traject: de dagelijkse gang van haar werk naar huis of omgekeerd. Ook deze fragmenten spelen in verschillende seizoenen, achtereenvolgens zomer, herfst, winter, lente. Maar niet alleen de seizoenen verspringen hier, er worden ook sprongen in de tijd gemaakt: in het eerste fragment wordt de moeder nog omringd door vier uitgelaten spelende kinderen, in de volgende fragmenten zien we de kinderen ouder worden en in het laatste, het vijfde, fragment blijft de moeder alleen achter en wordt de vergankelijkheid van het leven duidelijk. Dit laatste hoofdstukje is beschouwend van aard: in poëtische stijl wordt verwoord hoe met het voorbijgaan van de seizoenen de tijd verglijdt en hoe met het verglijden van de tijd ook de eindigheid van het bestaan zichtbaar wordt. Dit is echter in de ogen van de verteller niet iets dramatisch, integendeel:

‘Deze ononderbroken afwisseling is het die voor onze herinnering en onze vergetelheid altijd een bron van troost zal zijn.’

Wat opvalt is dat de kinderen geen naam krijgen maar wel met hoofdletters worden aangeduid: in het eerste en het laatste tafereel gaat het over het ‘Meiske’, het tweede en het derde tafereel betreffen de ‘Jongen’. Uit de gebeurtenissen blijkt wel dat het gaat om twee verschillende meisjes en twee verschillende jongens. Ook de ‘Vrouw’ krijgt wel een hoofdletter, maar geen naam.

Door de personages geen naam te geven, krijgt het verhaal een universeel karakter. Los van de concrete gebeurtenissen zijn dit de situaties die jongens en meisjes overal ter wereld mee kunnen maken op weg naar volwassenheid. Kleine teleurstellingen als je er later op terug kijkt. Maar op het moment dat ze zich voordoen aan een nog kwetsbaar, kinderlijk gemoed, blijken het ingrijpende, soms levensbepalende gebeurtenissen te zijn geweest.

Tegelijk weet de auteur de beschreven kinderen iets persoonlijks, individueels mee te geven. Als uiterlijk blijk hiervan duidt hij hen aan met een hoofdletter. Daarmee suggereert hij toch iets van een naam: die schrijf je immers altijd met een hoofdletter. Ook opvallend is het verschil in de beschrijving  van de beide meisjes, ‘Meiske’ genoemd. Over het eerste meisje schrijft hij:

‘Het Meiske, dat in de spiegel van dag tot dag haar gedaanteverwisseling tot meisje gadesloeg, hoopte vol verlangen dat de kou lang zou duren.’

Aan het slot van het verhaal, vele winters later, verlaat ze haar geboortestadje en is ze ‘Jongedame’ geworden. Het muzikale meisje uit het laatste tafereel blijft tot het eind ‘Meiske’. Zij is het meest passief van de opgroeiende kinderen. De tijd lijkt aan haar voorbij te trekken, de gebeurtenissen lijken haar onaangeroerd te laten, totdat op een gegeven moment al het vertrouwde is verdwenen: ook als je niets doet, blijft niets bij het oude. Pas dan besluit ze zelf het stadje van haar jeugd achter zich te laten en te vertrekken naar ‘een grote stad’, echter niet om zich verder te bekwamen in de muziek, maar om te gaan schilderen.

Het verhaal is herkenbaar, want van alle tijden en alle culturen. De lezer herkent de kindertijd, waarin niets onmogelijk lijkt tot dat ene moment, die ene gebeurtenis die duidelijk maakt dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden. Voor de een is dat moment een heel bewuste ervaring geweest, afgebakend in de tijd, voor anderen is het bijna onmerkbaar voorbijgegleden en kan pas achteraf worden gesteld dat alles anders is geworden. En dat heet: opgroeien, volwassen worden.

Samen met Čičovački kijkt de lezer er met een weemoedige glimlach op terug.

 

Afscheid in vier taferelen

Auteur:  Borislav Čičovački
Vertaald door: Reina Dokter
Verschenen bij: Uitgeverij Contact
Aantal pagina’s: 112
Prijs: € 16,95

Grenzen aan de kindertijd
ISBN: 9789025490546

Meer van Geesje Nijland:

16 augustus 2013

Een leven als een roman

Over 'Het dagboek van Eefje Jonker ' van Robert Anker
5 april 2013

De ontembare kracht van Tien Kamelen

Over 'In de naam van Tien Kamelen ' van Bouke Billiet
21 juni 2012

 Een monument voor een vriendschap

Over 'Als je me maar blijft schrijven' van Herman Franke & Manon Uphoff

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef