Gouden tijd 

‘Het coronavirus slaat hard toe’; ‘Intensivisten in de frontlinie van de strijd tegen het coronavirus’; ‘Sluipmoordenaar steekt opnieuw de kop op’. De koppen in de media zijn als even zovele uitdrukkingen van angst. Maar ook zit er spanning, avontuur in. Elke dag opent het journaal met de feiten: hoeveel  doden vandaag, hoeveel doden totaal, hoeveel nieuwe IC-opnames. De getallen worden gevisualiseerd in grafieken en staafdiagrammen. Schijnbaar onweerlegbare bewijzen van ons vermogen de natuur onze wil op te leggen. Maar de cijfers kloppen niet. En dat niet alleen, we weten dat ze systematisch veel te laag zijn, dus nepnieuws.

En toch blijven ze dit nieuws presenteren, want meten is weten. Ons geloof in statistieken is absoluut. Journalisten vragen elke dag opnieuw om harde uitspraken, wanneer is het omslagpunt, wanneer is het vaccin klaar, wanneer mogen we uit quarantaine en kan het gewone leven weer beginnen. Niemand die het weet. Het wordt allengs duidelijker dat het leven waaraan wij gewend waren niet meer terugkomt. De ‘anderhalvemetermaatschappij’ is een krankzinnige gedachte. Virussen muteren voortdurend en volgens virologen liggen er nog hele families van veel gevaarlijker virussen op de loer. De risico’s op uitbraken met mondiale gevolgen nemen door de globalisering en wereldwijde bevolkingsgroei alleen maar toe. Hoe gaat ons leven er uitzien als we niet langer van economische groei kunnen uitgaan. Moeten we naar oplossingen zoeken op internationaal niveau of juist meer nationaal. Of zijn dat begrippen uit de oude doos en moeten we zoeken naar locale, regionale en nationale oplossingen binnen internationale kaders. 

Hoe valt dit alles te rijmen met waarden als democratie, volkssoevereiniteit, privacy. Lieve help, wat een vragen. Mogen we deze vragen eigenlijk wel stellen. En als ze gesteld worden, mogen we dan zeggen, ‘Nee, dank u, niet aan mij graag. Ik ben niet geïnteresseerd.’

Het is een gouden tijd voor schrijvers en cineasten. De schrijver hoeft alleen nog maar achter zijn bureau plaats te nemen om in alle rust van de quarantaine zijn boek te schrijven; een beschouwend werk met diepgang, een spannend jeugdboek, een thriller, een persoonlijk drama of wellicht een sprookje met kleurrijke, huiveringwekkende prenten. Angst is een voedingsbodem voor prachtige boeken, bijvoorbeeld over die dekselse jongens van de TU Delft, die er in geslaagd zijn in drie weken tijd een beademingsmachine te bouwen. Jongens van Jan de Witt, iconen van Hollandse vindingrijkheid. Lieve mensen, kunnen wij eigenlijk wel ontsnappen aan dit soort framing?

 


Huub Bartman interesseert zich voor de twintigste-eeuwse Europese geschiedenis en zoekt naar verbindingen.

Meer van Huub Bartman: