Gesproken woorden en orale verhalen

Het woord dat er in den beginne was, was een gesproken woord. Geen wonder dus dat de literatuur van het eerste uur orale literatuur was. Verhalen die van mond tot mond gingen, in de vergetelheid raakten en plaatsmaakten voor nieuwe die op den duur ook weer verdwenen.
Naar die literaire oervorm wordt vaak verwezen als het in het kader van spoken word gaat over de wortels van het genre. Ik geloof niet dat dat helemaal terecht is – spoken word is een manier van vertellen die veel jonger is en meer met de vorm en het ritme van rap en poëzie te maken heeft dan met de inhoud van orale verhalen – maar ik begrijp het verband wel. Bij spoken word staat niets en niemand de interactie tussen spreker en toehoorder in de weg en dat was bij het oorspronkelijke gesproken woord ook zo.

In een week die een beetje in het teken stond van spoken word (met het oog op een interview schuimde ik het internet af op zoek naar relevante voorbeelden) lees ik toevallig ook The Big Mirror van Mohammed Mrabet, ‘taped and translated by Paul Bowles’.
Het is niet voor het eerst dat ik een door de analfabete Mrabet aan Paul Bowles verteld verhaal lees. Ik kende Het strandcafé en De stem al, en de roman Liefde met een lok haar. Het is wel de eerste keer dat ik denk de stem van Mrabet daadwerkelijk te horen. Voorgaande keren wist ik niet precies waar Mohammed Mrabet ophield en Paul Bowles begon, maar The big mirror klinkt authentiek. Het ziet er ook uit als een tot de magisch-realistische essentie beperkt verhaal, dat niet aangepast is aan de literaire smaak van de westerse lezer.

Paul Bowles heeft heel wat verhalen van Mohammed Mrabet opgenomen en (maar misschien niet rechtstreeks uit het Maghrebi) in het Engels vertaald:

‘Ik heb meer dan honderd verhalen aan Paul Bowles verteld. Dat komt door Jane [Jane Bowles, de vrouw van Paul, lw]. Ik wilde helemaal niet met iemand samenwerken. Ik ben visser, ik vis, koop vis, ik verkoop vis, ik koop dit en dat. Kopen, verkopen, dat is mijn werk. Maar Jane zei tegen Bowles: Mrabet is the big storyman. Paul luisterde met open mond naar mijn eerste verhaal. Nachtenlang heb ik hem verhalen verteld. Verzonnen verhalen. Ik kan niet lezen en niet schrijven. Ik ben geen schrijver, ik ben geen dichter. Voor mij is vissen hetzelfde als verhalen vertellen. Op het strand is niemand, alleen Mrabet en de grote stenen. Ik vis en ik krijg honderd verhalen’,

(in: Paul Bowles en zijn vertellers, artikel van Anneriek Goudappel in Vrij Nederland, 22 juni 1996)

Mohammed Mrabet was niet de enige (analfabete) verteller die met zijn verhalen bij Paul Bowles terechtkon. Ook Abdeslam Boulaich, Ahmed Yaboubi en Driss ben Hamed Charhadi vertrouwden hem hun orale verhalen toe. Vanaf dat moment waren zij geen verhalenverteller pur sang meer, maar stonden ze ook te boek als schrijvers van op papier gestolde woorden. Van verhalen die voorgedragen kunnen worden, en daarmee weer in het domein van het spoken word terechtkomen.

 

Foto: Paul Bowles (l) en Mohammed Mrabet (r), still uit de documentaire Un Américain à Tanger (1993) van Mohammed Ulad-Mohand.

 



Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.