13 december 2016

Gerrit Komrij

Door Stefan Ruiters

Gerrit Komrij was een graag geziene gast in de winkel in de Hartenstraat. Al vrij snel na de opening van JOOT in de 9 straatjes kwam Komrij binnenlopen. Als hij in Nederland verbleef, overnachtte hij in het Pulitzer Hotel aan de Prinsengracht, zo ongeveer om de hoek.

Sommige bekende, beroemde en gelauwerde schrijvers brachten in hun aanwezigheid nogal eens gebakken lucht en opgepompte praatjes mee naar binnen. Ondanks onze bewondering die we voor hun schrijven hadden (en hebben) en de licht idolate vreugde vanwege hun binnenkomst, ontstond toch wel eens een zeker gevoel van afkeer. Het feit dat je een grote jongen of  mooi meisje in het land der letteren bent, hoeft nog niet uit te monden in een arrogante, neerbuigende houding richting de letterknechtjes zoals wij, de boekenverkopers. Helaas was dat wel eens het geval. En nog verdrietiger vond ik het als je als lezer en boekkoper eenzelfde dedain ten deel viel als je een boekhandel binnenstapte. Vooral bij Athenaeum op ’t Spui kreeg ik dat gevoel geregeld. Er zal wel iets met mij zijn, dacht ik vaak, na een bezoekje aan deze Apollinische tempel, zo leek het dan. Vooral vooraan bij de kassa, met de Nederlandse literatuur en de nieuwe aanwinsten, voelde het aan als vijandig gebied. Snel fietste ik er dan, vaker zonder een boek, weer vandaan.

Deze omweg moest ik maken om weer bij Gerrit Komrij uit te komen. Want bij Komrij was helemaal niets van dit alles te bespeuren. Als hij de winkel binnenstapte deed hij dat of heel stilletjes – snel door naar de antiquarische bandjes  – of heel guitig lachend met een hartelijke begroeting. Dan vertelde hij even snel waarom hij nu weer in dit landje moest zijn – een nieuwe roman, of een tv-uitzending – en dan, hup, door naar de boeken. De ene keer kon hij maar kort een blik werpen, een ander moment bleef hij wel uren zitten, of bij de dichtbundels of bij de antiquarische uitgaves. Het ging hem vaak om de verrassing, het plotselinge opduiken van een titel of een boek dat zijn aandacht trok en zijn interesse kreeg. Iets wat hij nog niet kende. En die verwondering, daar was hij heel genereus in, zo blijkt ook wel uit de enorme boekenverzameling die hij in zijn huis in Portugal had staan. Geregeld kregen we ook een email met een bestelling van Komrij uit Vila Pouca da Beira, zijn Portugese standplaats met de kreet: Graag opsturen weer! En dat van de eerste Dichter des Vaderlands. En de schrijver die met Verwoest Arcadië (1980) een van de mooiste delen uit de reeks Privé-domein schreef. Op weg naar de deur was het vaak, tas met boeken in de hand, met die uniek-lijzige stem: ‘Dag jongens, tot ziens weer’. En jongens waren we weer even.

 

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer