Geluk met een hamer

Tussen de regels door ontstaat het inzicht, daar waar je het laat afweten verschijnt een witregel, naar behoefte in te vullen. Moeders zijn verantwoordelijk voor het geluk van hun kinderen en (oh nee) van hun man. Jawel, het komt (nog) voor dat vrouwen die gedachte aanhangen. Geluk moet zo nu en dan met een klap van de hamer uiteen geslagen worden om het contact met de werkelijkheid niet te verliezen. Ook het zoeken naar een betere, idealere versie van onszelf en de ander, het beter presteren, lief zijn en alles sans rancune, mag gestaakt worden.

Andrea zit in het onderwijs en heeft samen met Tjibbe (oogarts, betweterig type) twee kleine kinderen. De compromissen, het eeuwige goede voorbeeld geven, de teleurstellingen, het venijn (altijd in de staart) die hun samenleven beheerst, maken Andrea wanhopig. Alles normaal, alle in orde, is het mantra waarmee ze haar leven op de rails houdt. Ze zegt enkel wat de ander wil horen. Haar gedachten zijn verontrustend. Zo laat ze in gedachten Tjibbe dood gaan in zijn slaap. Het zou haar het gedoe en de schaamte van een scheiding besparen. Ze zou oprecht verdrietig zijn, dat wel. Dan: als het werkelijk zou gebeuren, is het haar schuld, haar gedachte moet zijn dood wel in werking hebben gezet. Deze grenzeloze en moreel niet aanvaardbare gedachten geven aan hoe beklemmend het leven kan worden.

In een van die opwellende gedachten ziet Andrea hoe ze haar tegenspartelende jongste van de commode afduwt of door  het openstaande raam naar buiten gooit. Weg ermee. Ze breekt een derde zwangerschap af zonder Tjibbe hierover in te lichten (wat niet weet, wat niet deert). Drie weken na de ingreep gaat ze naar een onderwijsconferentie in Helsinki. Op de ochtend van vertrek krijgt ze het stikbenauwd. Als een gewond dier verschuilt ze zich in het berghok op de zolder van hun huis. Drie tassen met boodschappen om de komende dagen (tot ze wordt terugverwacht uit Helsinki) door te komen, sleept ze mee naar boven. Terwijl Tjibbe denkt dat ze in Helsinki een conferentie bijwoont, ligt Andrea op zolder in een slaapzak op een matje haar leven te overdenken, scenario’s te bedenken over hoe nu verder en volgt ze gespannen de geluiden in huis als die opeens ernstig dichtbij komen.

En dan is er de angst voor de onoverbrugbare afstand die ze tot Tjibbe voelt:
‘Ik kan die verwijdering niet benoemen zonder ons gezin kapot te maken. Alles is met elkaar verbonden. Zodra ik die worsteling woorden geef, is het onomkeerbaar, die woorden kruipen nooit meer terug in je strot. Ze zullen voor altijd de lucht doen trillen.’

Onderdak van Elisabeth van Nimwegen is een beklemmende roman over samenleven, een gezin vormen. Zonder twijfel worden hier de benauwende gedachten van veel jonge mensen verwoord. Met een sterk en ja, hilarisch einde. Andrea zegt gewoon wat ze denkt. Wetend dat wat ze zegt niet is wat de ander wil horen.

 

Onderdak werd uitgegeven bij Van Oorschot (2018).


Inge Meijer is een pseudoniem. Ze leest de godganse dag en schrijft daarover.

Meer van Inge Meijer: