12 augustus 2011

Geluk kun je alleen schilderen – Aleid Truijens

Bij uitgeverij De Arbeiderspers zal in september a.s. de biografie over F.B. Hotz verschijnen, Geluk kun je alleen schilderen door Aleid Truijens.

In april 1976 verscheen Hotz’ eerste verhalenbundel bij De Arbeiderspers: Dood weermiddel en andere verhalen. ‘Een nieuwe Elsschot!’ juichte Aad Nuis in Haagse Post. ‘Verschijningen uit een koperdiepdrukwereld,’ schreef een geïmponeerde Gerrit Komrij.
In de ruim twintig jaar die volgden schreef hij een alom geprezen, zij het klein oeuvre bij elkaar.

Over het leven van F.B. Hotz bestaat een door de auteur zelf zorgvuldig in stand gehouden schimmigheid. Zo zou het saai en teruggetrokken zijn geweest. Niets was echter minder waar. Frits Bernard Hotz (1922-2000) was begiftigd met drie grote talenten: hij kon goed tekenen, was zeer muzikaal en hij had schrijftalent. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan zijn wens ontwerper te worden. Na de oorlog trad hij enige tijd op met bekende jazzorkesten, maar stopte na een groot drama in zijn vriendenkring. De drang om te schrijven bleef echter.
In zijn privéleven zat het Hotz vaak tegen, en zijn gezondheid was broos. Maar geluk was er ook. Het moment waarop hij hoorde dat zijn verhaal ‘De tramrace’ gepubliceerd zou worden, noemde hij ‘een van de beste in mijn leven’. Het was het begin van een schrijversloopbaan van twintig jaar, die uiteindelijk bekroond werd met de P.C. Hooftprijs in 1996. Aleid Truijens werkte ruim zeven jaar aan deze biografie, die leest als een roman. Ze schreef een – door de uitgeverij omschreven als – meeslepend en ontroerend verhaal over een veelbewogen mensenleven in een roerige eeuw.

Aleid Truijens (1955), schrijfster en literair criticus en columniste voor de Volkskrant, is een groot bewonderaar van Hotz’ werk. In 1981 publiceerde zij Over verhalen van F.B. Hotz, in 1997 het essay De God van Hotz, en in 2002 bezorgde zij samen met Henri E. Schütte Een beetje levensbestemming, de briefwisseling tussen F.B. Hotz en H.W. Kunst.

Geluk kun je alleen schilderen
Auteur: Aleid Truijens
Verschijnt  bij: Uitgeverij De Arbeiders (1 september 2011)
Prijs:  € 39,95
Mannen spelen, vrouwen winnen
Tegelijkertijd met de biografie, verschijnt de verhalenbundel Mannen spelen, vrouwen winnen. In de ruim twintig jaar na zijn debuut in 1976, schreef F.B. Hotz een indrukwekkend oeuvre bij elkaar. In Hotz’ verhalen spelen slechte huwelijken, schuldbesef en drang tot boetedoening alsook het zoeken naar een zinvolle bestemming een grote rol. Toch heeft zijn werk, bij alle pech, sof en mislukking die hij beschrijft, iets monters en opbeurends. Een keur van Hotz’ verhalen is in deze door Aleid Truijens samengestelde bloemlezing te vinden.


Op de website van De Arbeiderspers is het verhaal ‘Een dubbel incident‘, dat ook in de bloemlezing is opgenomen, nu al te lezen.

 

Mannen spelen, vrouwen winnen

Auteur: F.B. Hotz
Verschijnt bij: Uitgeverij De Arbeiderspers (1 september 2011)
Prijs: € 19,95

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer