4 oktober 2023

Fotosynthese 33 – Gehuld in dialect

Fotosynthese door Maarten Asscher

(Klik op de foto om de achtergrond te zien)


 

Er is een beroemde cartoon van Jack Ziegler uit de New Yorker waarop je acht mannen om een vergadertafel ziet zitten. Zeven van hen hebben een zonnebril op en dragen een zomerhoedje met een vogelveer, en alle zeven houden ze een saxofoon in de aanslag. De achtste draagt gewoon zijn alledaagse pak met stropdas en kijkt wezenloos om zich heen. Op hem richten alle blikken zich en de voorzitter roept hem nijdig toe: Damn it, Hopkins, didn’t you get yesterday’s memo? Het is misschien niet aardig tegenover de mevrouw op dit laat negentiende-eeuwse kabinetportret, maar toen ik haar outfit voor het eerst onder ogen kreeg, moest ik direct aan die cartoon denken.

De kleding waarin deze Elzasser vrouw is vereeuwigd, heeft ze natuurlijk niet zelf zo bij elkaar gezocht. Het gaat hier om een traditionele klederdracht die nauw luistert naar de meest gedetailleerde overlevering, zoals die waarschijnlijk al generaties lang in haar familie bestond. Het meest in het oog springt het hoofddeksel met die knoop in het midden, waarmee het gevaarte vermoedelijk aan een haarstreng is vastgemaakt, en met de franje die van de beide vleugelkappen naar beneden hangt. Ook de omslagdoek die met een grote gesp of speld aan haar jak is bevestigd en de smetteloos witte kraag en manchetten suggereren dat dit geen alledaagse kleren zijn, maar het resultaat van een tot in de details gevolgde traditie.

Dezelfde vraag kun je natuurlijk over Nederlandse klederdrachten uit Staphorst, uit Zeeland of uit Volendam stellen, maar in die traditionele kledij kun je nog iets boerderij- of vissersachtigs ontdekken. Deze Elzasser klederdracht daarentegen laat zich niet zo gemakkelijk met een professionele of functionele achtergrond associëren. Ik kan me tenminste geen beroep voorstellen, waar de vormgeving van dit hoofddeksel op teruggaat.

En toen dacht ik: klederdracht is eigenlijk een dialect in de vorm van kleren. Immers, ook een dialect ontstaat als een uitgewerkte variant op of een tussenvorm van bestaande talen, dikwijls in een overgangsgebied tussen twee streken of landen. Het eigene van zo’n dialect is juist de verbindende kracht ervan. Dat Drenthenaren ‘tokkelbred’ of ‘snoarenbak’ zeggen in plaats van ‘gitaar’, dat geeft ze onderling het gevoel dat ze bij elkaar horen. Het gegeven dat ze zich daarmee onderscheiden van de rest van Nederland, versterkt die samenbindende kracht. Net als dialect is ook klederdracht iets van de oudere generatie, waar in een familie meestal nog wel met respect en historisch besef over wordt gesproken (‘kijk, dit waren de oorijzers van je grootmoeder’), maar millennials zullen er niet zo gauw de stad mee in gaan.

Als je op het internet lijsten met dialectwoorden langsloopt, dan krijg je niet de indruk dat daar veel nieuwe, moderne woorden of uitdrukkingen tussen staan. De ontsluiting van het plattelandsleven door tv, internet en sociale media, grotere mobiliteit, verstedelijking en de geringe bereidheid van ouders om het dialect van hun eigen jeugd nog aan hun kinderen door te geven maken tezamen dat dialecten langzaam maar zeker uitsterven, zoals klederdrachten van lieverlee de kist op zolder niet meer uitkomen en ten slotte op hun best naar het streekmuseum verhuizen.

Wel is het goed om te beseffen dat zelfs in de moderne tijd dankzij influencers, glossy bladen en rolmodellen uit films en series er ook allerlei afgedwongen kleedstijlen bestaan. De mode die voorschrijft dat je splinternieuwe jeans bij voorkeur van zorgvuldig aangebrachte slijtplekken en gescheurde gaten moeten zijn voorzien, is niet minder dwingend dan een door familie opgelegde traditie om op hoogtijdagen in een bepaalde streekdracht op een dorpsfeest te verschijnen. Het ene is global, het andere local, maar de wens van een individu of een groep om ergens bij te horen door zich gezamenlijk op dezelfde manier van anderen te onderscheiden is identiek. Dat geldt net zo voor de blauwe blazer van de corpsstudent als voor het naveltopje van de zestienjarige scholiere of de clubsjaal van de voetbalfan.

Het is een van de meest deprimerende gegevenheden van de modewereld en de kledingindustrie dat je geacht wordt je eigen kledingsmaak of -stijl ondergeschikt te maken aan die van anderen, die er dikwijls ook nog eens materieel belang bij hebben dat je hun zin doet. Ik voel mij dan ook ten diepste verbonden met de enorm slechte zin die op het gezicht van deze in klederdracht gestoken mevrouw uit de Elzas te lezen valt.

 

 


Maarten Asscher (1957) is schrijver van romans, verhalen, essays en poëzie. Zijn laatste roman, De schaduw van een vriend, verscheen in 2022 bij Uitgeverij De Bezige Bij.