Het thuisblijven tijdens de corona pandemie maakte veel nostalgische gevoelens los naar tv-programma’s van vroeger. De keuze van presentator Charles Groenhuijsen van Op1 viel op een scène uit Pipo de Clown, waarin zigeuner Felicio figureert en de indiaan Klukkluk. Glimlachend constateert hij dat er hier sprake is van nogal wat vooroordelen, van stereotypen. Nu is bekend dat wij niet zonder stereotypen kunnen. Stereotypering is een van de selectiecriteria waarmee wij ons staande houden in het leven. Wij zijn niet in staat alle informatie die elk moment tot ons komt telkens weer op hun merites te beoordelen. Denk alleen maar aan Candide of het optimisme, dat prachtige satirische kleinood van Voltaire op het positivisme in zijn tijd. De onbevangenheid waarmee hoofdpersoon Candide het slechtste van de mens tegemoet treedt: oorlog, slavernij, extremisme, hypocrisie en wat niet al, komt hij langzamerhand tot een nieuw besef. 

Wij selecteren gevoelsmatig, maar volgens aangeleerde criteria. Het ontwikkelen van deze selectiecriteria is de voornaamste taak van de opvoeding, maar zoals elke opvoeder weet, gaat dit niet zonder slag of stoot. Bovendien ondergaat een kind veel meer invloeden dan alleen die van zijn opvoeders. Stereotypen zetten zich vast en zijn moeilijk te bestrijden. Toch is het goed je daarvan bewust te zijn. Want stereotypen kunnen leiden tot racisme.
De moord op George Floyd heeft wereldwijd veel emoties bij zwarte mensen losgemaakt. Een golf van een onderhuids voortwoekerend gevoel van diepe gekrenktheid als gevolg van systematische discriminatie zoekt een uitweg en overspoelt de westerse wereld. Het succes van de boeken van Colson Whitehead  over
De ondergrondse spoorweg en De jongens van Nickel is hier waarschijnlijk gedeeltelijk op terug te voeren.

Hoewel het gesprek hierover goed is, lijkt de debatformule zoals onlangs gehanteerd door Jort Kelder niet het geëigende middel. Te veel belangrijke vragen werden hooguit aangestipt en bleven onuitgewerkt, bijvoorbeeld de vraag: ‘Mag een mens er racistische opvattingen op nahouden?’ Jammer! Veel waardevoller was de getuigenis van Typfoon in Zomergasten. Hij maakte duidelijk dat discriminatie als gevolg van stereotyperingen diepe wonden slaat in de persoonlijke ontwikkeling van mensen. Hij benadrukte dat vooroordelen en discriminatie eigenlijk een gevoel van vrijheid in de weg staan, niet alleen bij de gediscrimineerde, maar ook bij de discriminator, iets wat Voltaire in Candide al laat zien. Typhoon illustreerde zijn verhaal met prachtige fragmenten zoals uit de film ‘As it is in Heaven‘. Het is dan ook een teken van geestelijke bekrompenheid, gebrek aan geestelijke vrijheid, dit betoog van Typhoon door Wilders te horen wegzetten als: ‘Ziekelijk gezeur.’ 

 

 


Huub Bartman interesseert zich voor de twintigste-eeuwse Europese geschiedenis en zoekt naar verbindingen.

Meer van Huub Bartman: