Geen internet

Afgelopen weekend stond er een interview met Judith Herzberg in de Volkskrant. Het ging over muizen, schoenen, taart, woorden die goedkoop zijn, zoals ‘vreemd’. Herzberg is op haar achtentachtigste nog steeds een dichter die zoekt, schrijft, aarzelt, niet weet of het wat is. Of er nog dingen zijn, gezien haar leeftijd, die ze per se wil doen, werd er gevraagd. ‘Die zijn er de hele tijd’, zei Herzberg. En of er ook nog persoonlijke dingen spelen die opgeruimd moeten, ‘met mensen enzovoorts’. Dat vindt Herzberg van geen enkele relevantie voor het gesprek. ‘We moeten wel onderscheid maken tussen privé en werk in een interview, Dat moet. Dat wil ik altijd graag.’ En, ‘Het persoonlijke gaat vreemden geen barst aan.’ Ik bewonder haar pertinentheid. 

Eind vorig jaar verscheen de bundel Sneller langzaam – reden voor dit interview – maar ze wil het er niet over hebben. ‘Ik ga toch niet met jou mijn eigen bundel bespreken? Ik heb het al geschreven.’, zegt ze tegen de interviewer. Direct gevolgd door: ‘Zullen we de bordjes wegzetten? Of wil je nog meer taart eten? Het is heel machtig. Denk dat de muizen er gek op zouden zijn.’ Wat zomaar een gedicht zou kunnen zijn. Herzberg heeft geen internet, moet ze ook niet aan denken zegt ze, ‘anders ging ik me de hele dag ergeren aan allerlei onzin.’
Dan die muizen. Eerst was er een, toen waren er twee. Herzberg voorzag dat het er in korte tijd meer zouden zijn. Ze werden brutaler, een muis klom in de gordijnen, de ander kon haar zo aanstaren, midden in de kamer, zich afvragend, wat doet die vrouw hier?

Een vriendin van mij kijkt altijd eerst naar iemands haarsnit en dan naar de schoenen. Het gaat vanzelf, het is een eigenschap. Herzberg kijkt naar schoenen. ‘Ik heb jouw schoenen ook al bekeken,’ zegt ze tegen de interviewer, ’toen je niet keek.’ Wat ze ervan vond. ‘Heel goeie schoenen.’
Door Herzberg heb ik gedichten paraat die ik zo kan declameren:

‘Vraag
Hoe is dat zo geworden
Van altijd komen slapen
Tot nooit meer willen zien?’ 

Vorig jaar verscheen een uitgebreide versie van de overzichtsbundel Doen en laten uit 1994. Mooie uitgave, stevige kaft. Daarin staat het gedicht, ‘Het hart’. Over een donorhart dat het niet redt in een ander lichaam. Herzberg verplaatst zich in het hart, dat bij de begrafenis niemand aan dat hart denkt waar niks mee aan de hand was voor het in een ander lichaam werd geplaatst.
‘(…) niemand riep: Ho dat gaat zomaar niet, hier wordt een hart begraven in een borst die het verstoten heeft’. Haar gedichten ontstaan uit waarnemingen, overblijfselen van ervaringen van anderen, van haarzelf. Ze zegt daarover, ‘Het is allemaal gestolen. Het is toeval, het is toevallig waar je tegenaan loopt.’ Om van dat toevallige net dat juiste weer te geven waardoor het een typisch Herzberg gedicht wordt, dat is de kunst. Ik las het interview,(een van de mooiste dat ik in tijden las), meerdere keren. Er ontstond het sterke verlangen in navolging van Herzberg zonder internet te leven. Laat ik beginnen met te verdwijnen van Instagram en Linked-in. Judith Herzberg, mijn ‘influencer’.

 

 

Interview door John Schoorl


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft op het snijvlak van literatuur en het gewone leven.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: