Geen alledaags beroep


Als een vrouw berooid achterblijft nadat haar man is overleden, plaatst ze een advertentie waarin ze zichzelf aanbiedt als voorlezer: ‘prettige stem, komt u voor het slapen instoppen en voorlezen’. Voorlezen, daar is ze goed in. Het wordt een succes; de behoefte aan een verhaaltje voor het slapen is namelijk groot. Ze vertelt niets aan haar uit huis wonende kinderen (voor wie ze alleen maar een moeder en echtgenote is), dat ze elke avond met een huissleutel de woningen van vreemden binnengaat terwijl die in bed op haar liggen te wachten. ‘Dit werk is mijn geheime tuin, pas als hij in bloei staat, beslis ik of ik het hek openzet, en voor wie.’
De vrouw komt voor in De vrouw met de sleutel door Vonne van der Meer. De roman werd bij verschijning in 2011 veelal als een niemendalletje, een tussendoortje neergezet, maar blijkt bij nadere lezing een zeer knap geheel waarin verschillende verhalen op ingenieuze wijze met elkaar verweven zijn. Het bestaat niet alleen uit verhalen maar gaat ook over het schrijven van verhalen. Beginnend schrijvers  zouden er beslist hun voordeel mee kunnen doen.

Hoewel ik niet berooid ben maar wel sinds een maand werkloos, overwoog ik of ik iets soortgelijks had in te zetten waarmee ik de kost zou kunnen verdienen. Mijn ambachtelijke professie is zuurdesembroden bakken. De geur van ovenvers brood werkt opwekkend. Die geur zou ik kunnen verkopen zodat mensen met een vernietigend ochtendhumeur goed de dag inkomen. ‘Broodbakster, brengt geur van gebakken brood bij u thuis waardoor u opgewekt de dag begint. Voor het hele gezin.’ 

Maar het liefst zou ik ‘brievenschrijver’ worden al betwijfel ik of dit een openbare behoefte zal dienen. Wie zou aan Tsjechov willen schrijven? Hem vragen of hij werkelijk zijn verhalen schreef aan een keukentafeltje in zijn ouderlijk onderkomen in Moskou? Hoe hij kon schrijven te midden van het huiselijke rumoer of inspireerde hem dat juist? Een brief aan Natalia Ginzburg, waarin ik haar schrijven zal dat haar verhalen nog steeds mijn maatstaf zijn. Of aan Frida Vogels, om te vragen wat zij van het huwelijk in het algemeen vindt. Dat haar boeken me met ernst en stilte vervulden. Alles ondertekend met ’Hoogachtend’, zoals Erik Menkveld dat deed in zijn prachtige en ook ontroerende brievenboek Met de meeste hoogachting. Brieven aan onder meer Boeddha, John Coltrane en zijn kinderen. Ik vrees dat ik daar geen droog brood mee verdienen zal.

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.