17 augustus 2017

De wereld onleesbaar – Jeroen van Kan

Opgaan in de wereld of er buiten blijven staan

Recensie door Hettie Marzak

Ruim twintig jaar schreef Jeroen van Kan gedichten onder een pseudoniem. Als Wesley Albstmeyer publiceerde hij in onder andere Het Liegend Konijn en Dietsche Warande & Belfort. Albstmeyer is de achternaam van zijn overgrootmoeder en Wesley koos hij erbij, omdat die naam er ‘zo mooi mee botste’, verklaart Van Kan in een interview van Maarten Moll in Het Parool. Hij voorzag Albstmeyer zelfs van een eigen leven met een voorgeschiedenis, een verblijfplaats en een Facebookpagina. Naast het plezier dat dit ongetwijfeld moet hebben opgeleverd, bood zijn alter ego bescherming tegen de vooroordelen van uitgevers: omdat Van Kan nieuwslezer op de radio is en medepresentator van het televisieprogramma Boeken, kreeg hij het verwijt dat hij ‘de zoveelste [was] die met zijn hoofd op de televisie kwam en dan ook zo nodig nog poëzie moest schrijven’. Als Wesley Albstmeyer voorkwam hij dat commentaar.

Debuut
In maart van dit jaar besloot hij onder zijn eigen naam verder te publiceren. De wereld onleesbaar is daarmee zijn debuut als Jeroen van Kan. De titel, gespiegeld afgedrukt op de voorkant, geeft aan wat het thema van de bundel is: er is iemand aan het woord die probeert de wereld om zich heen te begrijpen, een wereld die evenwel onduidelijk en verwarrend blijft.
De bundel is verdeeld in drie afdelingen: de eerste is getiteld ‘ik’, dan volgt ‘de wereld’ en de laatste is ‘jij’ , alsof de wereld zich heeft opgedrongen tussen de ik en de ander. In de eerste afdeling gaan de gedichten over alleen zijn en het vergeefs proberen te begrijpen van een ander:

‘ik wil een lijst van
alles wat zichzelf genoeg is en
alles wat ander zoekt’

Het verlangen om ‘tot [iets] te behoren’ wordt meteen getemperd door de wens zichzelf te blijven, alleen en autonoom. Het is aantrekken en afstoten: zodra de ‘ik’ de toegang tot de ander of tot de wereld verleend wordt, deinst hij daarvoor terug en bewaart de afstand. De keuze tussen het opgaan in de wereld of er buiten blijven staan, moet elke keer opnieuw gemaakt worden en de uitkomst is twijfelachtig. Steeds moet de plaats van de dichter ten opzichte van de wereld opnieuw gedefinieerd worden.

Greep op de werkelijkheid
De gedichten zijn geschreven zonder hoofdletters en interpunctie. Ze zijn niet gemakkelijk te doorgronden en geven hun betekenis ook na verschillende keren lezen niet altijd prijs: ook hier stelt de dichter er prijs op afstand te bewaren, ditmaal tot de lezer. Sommige gedichten blijven onbegrijpelijk, al probeer je ze van verschillende te benaderen. Dit geldt dan voornamelijk voor de gedichten die gekunsteld aandoen en waarvan er enkele in de bundel voorkomen.
Veel gedichten gaan over de dood en de machteloosheid om je leven te leiden zoals je dat zou willen; toch is het geen sombere bundel geworden. Af en toe is Van Kan rechtstreeks humoristisch: het gedicht ‘zijn’  besluit hij met de strofe:

‘jeroen
al was het maar
een dag’

In de afdeling de wereld denkt de dichter greep te hebben op de werkelijkheid:

‘ik zal je eens laten zien
hoe dit alles werkelijk in elkaar steekt
hoe ik dit universum afwisselend om je heen kan spannen
en in je hand kan leggen’

Maar al gauw blijkt dat het begrijpen van de wereld moeilijker is dan gedacht:

‘altijd weer groen maar niet
bevraagbaar
leesbaar
niet stembaar
wendbaar of
duidbaar’

Meest persoonlijke in derde afdeling
Toch heeft de dichter een manier gevonden om zich staande te houden: in het gedicht ‘doodgedrukt’ heeft hij de wereld naar zijn hand gezet, maar haar tegelijkertijd vernietigd:

‘kijk het lijk van de wereld daar eens liggen op die tafel
waarvan je morgen toch ook gewoon weer eten moet’

De derde afdeling is de meest persoonlijke. Van Kan telt zijn doden en noemt ze bij hun naam in het gedicht Zorgvliet 1: ‘ik beheer jullie als een inventaris’. Over Wim Brands, die hij opvolgde als presentator van het programma Boeken van de VPRO, zijn vader en vrienden die ‘zichzelf het zwijgen hebben opgelegd’.

Voor het eerst is er sprake van een ‘jij’ in relatie met de dichter, getuige een aantal gedichten waaruit bewondering en afgunst spreekt voor een: ‘jij die uit alle poriën leven ademt / jij die alles omvat waar ik geen deel aan kan hebben’, om tot de conclusie te komen dat er ook nu niets veranderd is, ‘jij de wereld en ik daarbuiten machteloos toeëigenend’.
Zelfs de relatie met een ander maakt de wereld niet minder ver of bevattelijker, ‘jij’ en ‘ik’ vallen nooit samen:

‘we zijn elkaars kolonie
we wachten tot
we onafhankelijk worden verklaard’

Ontroering en herkenbaarheid
De gedichten uit deze afdeling zijn mededeelzamer dan de andere en spreken daarom meer aan. Ze zijn eenvoudiger geschreven dan sommige gedichten uit andere afdelingen en komen dichterbij dan de ingewikkelde, afstandelijke gedichten. Dat wil echter niet zeggen dat ze gemakkelijker te duiden zijn: langzaam en aandachtig lezen en de woorden proeven blijft een vereiste. Maar deze gedichten weten te ontroeren en zijn herkenbaar en maken de derde afdeling tot de mooiste.

Rest de vraag of Van Kan anders schrijft dan Wesley Albstmeyer: een aantal gedichten uit deze bundel zouden nog door Albstmeyer geschreven zijn; er is alleen niet duidelijk welke dat zijn. Volgens Van Kan in het eerder genoemde interview, zou hij ‘als Albstmeyer niet anders schrijven dan als Van Kan’.  De laatste afdeling ‘jij’ lijkt zich te onderscheiden door meer openheid en het tonen van kwetsbaarheid. Het indrukwekkende gedicht vraagtekenvader is heel persoonlijk:

‘de dood was je laatste excuus
om er niet te zijn

voor mij
moet daar eigenlijk op volgen want
dat is wat ik bedoel’

Het doet er ook niet toe onder welke naam Van Kan deze gedichten geschreven heeft, al zou hij dertig pseudoniemen gehanteerd hebben: uiteindelijk blijft hij dezelfde dichter: ‘ik ben dit alles en dit alles ben ik’.
In het laatste gedicht moet Van Kan constateren dat zijn pogingen om de wereld te omvatten en erbij te mogen horen op den duur vruchteloos zullen zijn:

‘na mij zal alles weer nieuw zijn’
[…]
na mij ben je buiten de muren bejaag je de velden die je nooit
meer terug willen brengen naar hier het stilstaand midden
het begin dat ik blijf’

Die vergeefse strijd om de wereld te kunnen duiden heeft een mooie bundel opgeleverd.

 

 

De wereld onleesbaar
Jeroen van Kan
gedichten
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021402130
72 pagina's
Prijs: € 16,99

Meer van Hettie Marzak:

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
3 juli 2017

Over kleine dingen die tot bezinning leiden

Over 'Herfsttijloos' van T. van Deel
5 juni 2017

Tegenstemmige poëzie als een oorlogswond

Over 'ik hier jij daar' van Ghayth Almadhoun ; Anne Vegter

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic
12 september 2017

Belcampo revisited

Over 'Verrassing' van Etgar Keret

Verwant

17 augustus 2017

Tirade 429