Ga je mee?

Na de keelpijn kwam de hoofdpijn en de koorts, ik sliep vierentwintig uur achter elkaar. Waarna ik wakker werd, aan niets dacht, verder sliep. Op de derde dag was de koorts weg. Er werd me sinaasappelsap gebracht, en zie, het was de dag van het boekenprogramma dat de ‘liefde voor lezen wil uitdragen’, (hee, je wilde hier niet over schrijven, toch? Nee, dat wilde ik niet, maar ik moet steeds aan die schrijvers denken voor wie het zo spannend is dat het een geweldige opluchting is als hun boek door de opgetrommelde BN’ers die de tweekoppige leesclub vormen, geprezen worden). Goed, er zijn zeven rubrieken (gedicht voorlezen, kennismaking schrijver, verzamelaar, politicus, dichter, onbekende schrijver en leesclub (vergeet de muziek even). Elke rubriek kent een enigszins vast stramien van vraag en antwoord, alles in amper veertig minuten.

De presentator speelt de hoofdrol. Hij opent buiten met een gedicht uit een bundel uit het ruilboekenkastje, (of een raadselachtig schriftje), waarna hij naar binnengaat waar de schrijver aan de bar zit. De schrijver wordt verwelkomt als, ‘interessantste auteur van haar generatie’, of ‘beste debutant van het jaar’. Er is een kort gesprek over het boek en de auteur. De presentator rondt af met, ‘Wat hebben we dit [gesprek] in een mooie manier van een stenenverzameling naar een ja, [ja, naar wat?] mooi neergezet!’ De schrijver knikt, lacht, begint iets te zeggen,maar de presentator moet door. ‘Zullen we naar buiten gaan? Ga je mee?’ waarop de schrijver van het moment, ‘Ja, leuk’, of ‘Superleuk’ zegt. 

Buiten staat de kraam van een boekenverzamelaar van voetbalboeken. Er worden boeken aangewezen, geluisterd naar de verhalen van de verzamelaar. Dan gaan ze weer terug naar binnen terwijl de schrijver zegt, ‘Ik weet niks van voetballen.’ En de presentator, ‘Weet je niks van voetballen?’. Binnen (vergeet de muziek even) leidt de presentator, zoals elke week, het volgende item in, ‘Elke week ontvangen we een politicus uit Den Haag die… En de politicus leest voor. Tv-kijkers kunnen meelezen via een uitvergrote pagina die tussen de stoelen van presentator en politicus op de muur is geprojecteerd. Titel en auteursnaam eronder. De presentator vergat te kijken, of op de cover van het boekje waaruit de politicus voorlas. Hij moest dus wel vragen, ‘Waar was dit uit?’
‘Ja, euh’, (klinkt als ‘dud’) zegt de politicus, ‘De Fundamenten, van Ramsey Nasr.’ 

Dan veert de presentator op. ‘Dit is misschien een ingewikkelde vraag. Ik zal ‘m rustig stellen, kun je goed over nadenken. Vind je dat boeken de maatschappij kunnen veranderen?’ De politicus, ‘Nou, dat vind ik helemaal geen ingewikkelde vraag. Nee. Absoluut.’
‘Op welke manier bijvoorbeeld’, krabbelt de presentator een beetje door. ‘Nou, op heel veel vlakken. ‘Euhm, als leermiddel, inspiratie…’ Waarna de presentator de politicus een vrije dag in de week gunt om literatuur te lezen.’ De politicus moet daar een beetje om lachten, ‘Ja, dat wil iedereen wel.’ De presentator stoot door en oppert een leesreces voor politici, ‘vind je niet?’. Politicus (schater)lacht. Presentator gaat af, naar de dichter aan de bar en vraagt, ‘Wat vind jij van een leesreces?’ Nou, dat vindt de dichter een ‘goed idee’. “En wat zou dat teweegbrengen?” Oh nee, dat vroeg hij niet.

De rubriek voor mensen ‘die hun manuscript niet uitgegeven krijgen’, begint. De onbekende schrijver mag voorlezen. Presentator spoort aan, ‘Alle uitgevers in Nederland kijken mee! Doe uw best!’ Waarna het publiek er wat over mag zeggen. Maar het publiek was afgedwaald, zat met gedachten elders, of het ‘boeide niet’. Dit vroeg om een repliek, ‘Oh, bent u hier om weg te dommelen? wat boeide niet zo?’, maar bleef uit.

Dan is het tijd voor de tweekoppige leesclub. Er worden bedachtzame en overweldigende dingen over het boek gezegd. De schrijver raakt los van zichzelf. Net op tijd zegt de presentator, ‘Ga je mee?’ Eenmaal buiten zegt de presentator. ‘Je straalt.’ Ja, de schrijver is geraakt door de tweekoppige leesclub die geraakt was door haar boek. Maar wacht, de presentator vergat iets, ‘Was je aan het begin zenuwachtig?’ De schrijver bekent dat het superspannend was. Dat het toch een soort jury was waar ze tegenover kwam te zitten. Ze hadden kunnen zeggen dat het boek… Ik wil roepen dat ze dat nooit zouden doen. Dat dit een programma van leuk, lief en aardig is. ‘Vrees niet’, wil ik roepen. ‘Ontspan die kaken.’ Maar mijn keel doet zeer, met moeite slik ik in dat er enig tegenwicht nodig is om een bespreking van enige betekenis te voorzien. Liefde voor literatuur zonder kritische noot neigt naar gemakzucht en is de dood in de pot voor een boekenclub.

 

 


inge meijer

Inge Meijer is een pseudoniem, blijft thuis of reist met het OV en leest.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: