Op een druilerige namiddag in 1985 kocht ik kort voor sluitingstijd mijn eerste deeltje van Privé-domein bij boekhandel Praamstra in Deventer. Ik had een girocheque, (zoals dat toen nog ging) bij het Postkantoor (dat er toen nog was), ingewisseld en trok de stad in. Bij de boekhandel ging ik voorbij aan de boekenstapels en -kasten en bleef dralen bij een kast waarin de Privé-domeindeeltjes stonden opgesteld. De crèmekleurige ruggen met zwart gedrukte titel, het grove papier waarop het gedrukt was en de indruk wekten als was jij de enige aan wie dit egodocument werd prijsgegeven, brachten mij in een niet te negeren aandrang een deel te kopen. De prijs ging ver boven mijn budget, toch kocht ik er een, De zoon van een dienstbode van August Strindberg. Een boek waar ik me zwoegend en zwetend doorheen las.

Daarna kocht ik lukraak het ene na het andere deel. Na Strindberg volgden Julien Green (2 dl), Gustave Flaubert, Michael Boekanin, Toergenjev, Claire Goll, Paul Léautaud (4dl), Paustovskij (4 dl), Virgininia Woolf (2 dl), Anna Mahler, gebroeders de Goncourt, Matthieu Galley, Italo Svevo, Pessoa, Tsjechov, Jeroen Brouwers, August Willemsen, Nathalie Sarraute.
Vorige week vierden Privé-domein en Athenaeum Boekhandel hun vijftigjarig jubileum. Op het Spui voor de Athenaeum Boekhandel vond een voorleesmarathon plaats. Er was een klein podium onder de luifel van de boekhandel en het publiek stond in groepjes bij elkaar, waaronder de schrijvers/vertalers die wachtten op hun beurt om uit hun favoriete Privé-domein voor te lezen. De zon scheen, de tram gierde steeds opnieuw langs en doorsneed het gesproken woord met een ijzeren onverbiddelijkheid, maar dat mocht de pret niet drukken.

Anton de Goede, ooit medewerker bij de boekhandel Athenaeum en naar hij zei, getuige van het ontstaan van de reeks Privé-domein in 1966, stond twee uur aaneen schrijvers te introduceren. Waaronder Gerbrand Bakker die sprak over zijn eigen Privé-domeindeel, Harrie Lemmens als vertaler van Clarice Lispectors De ontdekking van de wereld. Victor Schifferli las in het 2e deel van Paustovski, Jan Willem Anker las August Willemsen en Hein Aalders las van een A4-tje een tekst van Slauerhoff, uit de bloemlezing die in september uitkomt. Janna Loontjes las Max Brod, Barber van der Pol las Ted Hughes en Atte Jongstra las zichzelf.

Tussendoor schitterde de pretentieloze verschijning van Shira Keller. Zij las begeesterd en met krachtige dictie voor uit Mijn Vlaamse jaren van Jeroen Brouwers. Vooraf bekende zij dat Brouwers voor haar de beste schrijver is die er bestaat. Dat ze hem ooit een literaire liefdesbrief heeft geschreven. Dat ze daarop nooit een reactie gekregen heeft. Dat dat niet erg was. Dat het er uiteindelijk om gaat je zwoegend door een tekst heen te werken. Brouwers zwoegt al schrijvende (alles met de hand) zijn teksten aaneen. Dat bleef me bij van een middag mooie fragmenten uit de Privé-domeinreeks.

 


Inge Meijer is een pseudoniem, leest de godganse dag en schrijft daarover. Maar niet te vaak.