6 december 2019

Fotosynthese 11 – Gluurder

Fotosynthese door Hans Muiderman

Klik op de foto om de achtergrond te zien.


In één scène werd de film Le Charme discrets de la bourgeoisie (1972) van Luis Buñuel samengevat. Ik meen aan het einde. Meer dan 40 jaar geleden zag ik die. Een groep mensen loopt over een weg in de richting van de camera. Ze lopen, er gebeurt verder niets. Het gaat om de manier waaróp ze lopen, verdeeld over de breedte van de weg, alleen maar met zichzelf bezig, onderlinge desinteresse, geen enkel persoonlijk contact. Het sociale onvermogen van de bourgeoisie.
In 2000 werd het honderdste geboortejaar van Buñuel herdacht. Er werd mooi over hem gesproken: ‘Buñuel was een groot Spanjaard, hij was een getuige en profeet van zijn tijd.’ Dat was praten achteraf. Zijn films stonden lang op een zwarte lijst in Spanje, hij werd gezien als een uitlokker van schandalen. Maar hij toonde slechts de waanzin van de beschaving.

Deze foto doet me denken aan die film. Er staan mensen te wachten, nette mensen zo te zien. De man rechts heeft zijn aktetas neergezet en hijst zijn broek op. Of de vrouw die daarnaast staat bij hem hoort, betwijfel ik. De vrouw midden in het beeld vestigt de aandacht op zich, wellicht onbedoeld. Lange vrouw, lange jurk, hoge hakken. Gaan ze naar een bruiloft? De vrouw rechts heeft een cadeau onder haar arm, er staat een plantje op de grond. Met elkaar vormen die mensen geen groep. Ze staan op een kade, een schip ligt aangemeerd.
De fotograaf hoort er niet bij. Hij of zij staat achter een raam, de vage strepen in het beeld zijn vermoedelijk van opwaaiende vitrage. Hij bespiedt. Staat er een verdachte bij dat groepje dat geen groepje is, moet iemand in de gaten gehouden worden? De fotograaf houdt zich onzichtbaar.

Mijn oma woonde twee hoog in Rotterdam en buiten bij het raam van de woonkamer hing een spionnetje, zo’n spiegel waarmee je vanuit de kamer kon zien wie er voor de deur stond. Als er gebeld werd rende ik naar het raam, hield me onzichtbaar voor degene die had aangebeld en bracht al fluisterend verslag uit: ‘Hij draagt een grote hoed, ik kan zijn gezicht niet zien…’ Ik waakte ervoor niet te lang in het spiegeltje te kijken uit angst opgemerkt te worden. Iemand via een spiegel bekijken dat doe je niet.
Het was in de tijd dat ik mijn eerste detectives las. Bespieden was toen een eenvoudige zaak: een man in een lange jas en een hoed op stond de krant te lezen. Af en toe liet hij de krant zakken.
Als je betrapt wordt op bespieden ben je een gluurder. Als je bespied wordt door iemand die je na aan het hart ligt, voelt dat als verraad.
De Hongaarse schrijver Péter Esterházy schreef de roman Harmonia Caelistis (2004), een verhaal over de geschiedenis van zijn familie waarin zijn vader geschetst werd als een man uit één stuk. Even na de publicatie van dit boek werden onverwacht de staatsarchieven geopend. Toen hij in een dossier las over zijn familie herkende hij het handschrift van zijn vader. Die was al vanaf 1956, de Hongaarse opstand, een verklikker. Verraden worden door je vader is als een dreun in je gezicht, zo moet Esterházy dat gevoeld hebben. Hij schreef direct daarna een nieuwe roman: Verbeterde editie.

Maar de tijd van de detectives op de hoek, de verklikkers met hun dossiers, de afluisteraars zoals in de film Das Leben der Anderen, lijkt achter ons te liggen. We worden elk moment bespied, onze verplaatsingen zijn simpel via onze telefoon te traceren, we passeren dagelijks camera’s met gezichtsherkenning. Je hebt daar geen toestemming voor gegeven, je kan je afvragen of je gezicht nog wel van jou is. In China is George Orwell’s 1984 al lang en breed ingehaald. De drone is niet meer het leuke speeltje om de buurman in de tuin op de hoek te filmen, dat kunt u in de documentaire National Bird gaan zien. Ons, aangeprate, gevoel van onveiligheid heeft ons recht op privacy geheel verdrongen.
Toch staat vandaag de dag een fotograaf nog ouderwets te gluren achter de vitrage. Zoals de voyeuristische Johan Roodenhuis dat deed in Else Böhler, Duits dienstmeisje (1935) van Vestdijk. Vanachter het raam ziet hij haar: ‘…het meisje van Erkelens, dat daar plotseling aankwam, onwezenlijk groot en statig als een koningin [..]. Ik sprong  op en volgde haar zo ver ik kon met de ogen. Mij kon ze niet zien door de vitrage.’
Op de omslag van dit boek (7e druk, 1976) een tekening van een spionnetje waarin je het dienstmeisje ziet. Liggend, haar hoofd afgewend, de benen wijd, naakt met uitzondering van haar losgeknoopte schort dat elk moment weg kan waaien. Net als Roodenhuis bespied je haar. Je bent een gluurder.

 


Fotosynthese is een door Rudy Kousbroek geïnitieerd genre waarbij beeld en tekst een verbinding aangaan. Deze rubriek wordt verzorgd door verschillende medewerkers van Literair Nederland.

Fotograaf: onbekend

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 januari 2010

Vitaliserend proza over de jaren zeventig en tachtig

Door Rein Swart

 

 

De drie delen over de jeugdjaren van Daniël Rega beginnen in Che, een oude boerderij die door een zevental jonge Twentenaren is gekraakt en tot een eigen honk is ingericht. De rustige Rega werkt zich langzaam in in de vriendenkring door aan de bar naar hun verhalen te luisteren en de wc’s schoon te maken.

Lees meer