1 november 2019

Fotosynthese 10 – Welkom thuis

door Hans Muiderman

Fotosynthese is een rubriek waarin beeld en tekst een verbinding aangaan, een genre door Rudy Kousbroek geïnitieerd. Scroll naar beneden om de achtergrondfoto te zien. Lees daarna de tekst.

Op een markt langs de Elbe bij Dresden vond ik deze foto. Uit een tijdschrift geknipt en neergelegd in een plastic mapje. De vrouw achter de tafel wilde hem niet verkopen, maar alleen tentoonstellen. Zoiets zei ze. Toen ik een 5 eurobiljet uit mijn portemonnee haalde, duwde ze het mapje in mijn richting met een gebaar van neem-maar-mee. Het geld wilde ze niet. Op een kaartje dat bij de foto lag stond met blokletter: ‘KRIEGSHEIMKEHRER’. De foto intrigeerde me, maar ik weet niet meer waarom. Misschien vanwege het woord ‘Kriegsheimkehrer’ en de beladen geschiedenis van Dresden. Daarom dacht ik eerst dat het Duitse soldaten waren op de foto, maar het zijn Engelse. Ze dragen hun uitgaanstenue. Ja, zo noem je dat. Zelfs als je het meest afschrikwekkende hebt gezien en gehandicapt bent voor het leven, ga je naar huis in je uitgaanstenue.
Foto’s van terugkerende Duitse soldaten werden minder gemaakt, de verliezer liet zich niet graag fotograferen. In 1924 maakte de Duitse kunstenaar Ernst Friedrich het (foto)boek Krieg dem Kriege! Een van mijn dochters, ze was toen een jaar of zes, haalde dit boek uit de boekenkast en rende na het bekijken van de eerste foto overstuur de tuin in. Ze zag de pijn van anderen en durfde die avond niet meer te gaan slapen.

We zien vooral (onder)officieren op de foto. Hoe hoger je rang, des te groter je pet, des te langer je jas. De jongen voorop is soldaat, denk ik. Hij is onderscheiden met een rozet, zijn linkerarm is hij kwijt maar zijn trots niet. Toen hij de Grote Oorlog in ging was hij nog kind. Het oorlogsenthousiasme was groot, veel  jongemannen gaven zich vrijwillig op, Engelse dorpen liepen leeg. Maar wat doet die man met bolhoed daar in het midden? De enige die glimlacht alsof hij een onderonsje heeft met de fotograaf en daarmee ook met ons als kijker. Charlie Chaplin was in die tijd razend populair. Er bestonden ‘Charlie Chaplin look a like’- wedstrijden, ook in het leger. In platgeschoten dorpen aan de frontlinie in Noord Frankrijk werden te midden van de ruïnes in een schuur, of wat daar nog van restte, de Chaplin-films vertoond. Zijn film Shoulder Arms (1918) verscheen vlak voor de wapenstilstand die tot vrede leidde. Een film als een parodie op de Amerikaanse oorlogsfilm en de retoriek van de patriotten. Nu nog op YouTube te zien.

Welke kunstenaars maakten deel uit van de Kriegsheimkehrer? De Engelse officier-dichter Siegfried Sassoon was een van de bekendste. ‘Net mijn laatste sinaasappel opgegeten, ik kijk uit op een zonverlicht plaatsje van de Hel’, noteerde hij in 1916 in zijn dagboek. In 1937 schreef hij zijn memoires. Tijdens de oorlog moedigde hij zijn vriend/medeofficier Wilfred Owen aan door te gaan met dichten. Eervol sterven voor je vaderland vond Owen een leugen:

‘Dubbelgevouwen, als bejaarde bedelaars onder zakken,
met knikkende knieën, hoestend als oude wijven,
vloeken wij ons door het slijk.’

Owen sneuvelde in de dagen dat Shoulder Arms verscheen.

Het begrip ‘War Poets’ ontstaat, in het Engels, alsof er alleen gedichten van de winnaars waren. Geert Beulens corrigeert met het boek Europa Europa! (2008) dit beeld. Hij maakt duidelijk dat niet alleen Sassoon en Owen war poets waren, maar dat op het hele Europese continent dichters hun stem lieten horen, inclusief de Duitsers.

Een van die Duitsers was August Stramm, hij dichtte en publiceerde al voordat de Grote Oorlog begon. Toen hij soldaat werd schreef hij met het wrede enthousiasme dat zo kenmerkend was voor die tijd: ‘Kracht is heerlijk kracht Nu wachten we op de vijand wachten wachten hij gaat  komen hij moet komen dat willen we willen niets anders meer…’ Maar al in 1915 is zijn toon veranderd:

‘Driftkrijg

Ogen schichten
Je blik knalt stuk
Heet
Overstroomt bloeden me
En
Drenkt
Geulen zee.
Je flitst en schicht.
Levenskrachten
Laaien
Schimmel waant om
En
Stikt
En
Stikt.’

Voor August Stramm was er geen welkom thuis. Twee maanden na de publicatie van dit gedicht sneuvelde hij aan het Russische front.


Fotograaf: onbekend

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 november 2009

Zoektocht naar zijn verleden levert charmant boek op

Recensie door Rein Swart

De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Lees meer