Finale Poetry Slam 2021 gewonnen door Monique Hendriks

Door Ingrid van der Graaf

 Vrijdagavond werd er in een uitverkochte zaal in TivoliVredenburg (hoe dat klinkt:, uitverkocht!), tijdens het International Literature Festival Utrecht (ILFU), tussen elf poetry slammers gestreden om het kampioenschap Poetry Slam. Deze slammers hadden zich een plek in de finale verworven na verschillende voorrondes in Nederland en Vlaanderen: Martijn Nelen, Effie Ophelders, Ellen Oosterwijk, Hindirk Hannema, Jeroen Naaktgeboren, Levi Noë, Lucas Kloosterboer, Marrit Jellema, Monique Hendriks, Sannemaj Betten en Suzanne Krijger.

En het is Monique Hendriks, die in een battle met Lucas Kloosterboer, unaniem gekozen door jury en publiek, het kampioenschap veroverde en zich na deze avond Nederlands Kampioen Poetry Slam 2021 mag noemen. Naast de titel, kreeg ze ook de Gouden Vink wisseltrofee (vernoemd naar dichter/schrijver Simon Vinkenoog) en een cheque van duizend euro mee naar huis. De tweede plaats was voor Lucas Kloosterboer, die hiermee een prijs van 250 euro won.

De jury, bestaande uit Anne Vegter, Derek Otte en Yousra Benfquih prees Hendriks’ verbeeldingskracht en evenwichtige performance, en sprak de lovende woorden: ‘Monique is een dichter met een stem die zich nog veel verder gaat ontwikkelen en heel groot gaat worden.’

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.