Ik werd uitgenodigd voor een verjaardagsfeest. De schrijver vierde zijn vijftigste verjaardag. Als cadeau werd hij geportretteerd, het werd een drieluik waarvoor vrienden, geliefden, ex-geliefden en figuranten poseerden. Het feest was in het huis van zijn overleden moeder. In het drieluik zien we de schrijver als kind, als zoon met zijn vader, als schrijver. Kunstenares Elisa Pesapane ging bij vijftien geportretteerden op bezoek om ze te fotograferen. Over elke ontmoeting schrijft ze een verhaal, samen met het drieluik, werd dit Liefde na Auschwitz. De verhalen beginnen telkens met het vertrek uit haar huis in Haarlem. De taxirit, zoeken naar het juiste huisnummer, de entree, het wordt beschreven. Tijdens het lezen onderzoek ik de afbeeldingen. Pesapane gaat bij ex-vriendin Roos, van wie de schrijver op roemruchte wijze afstand nam, langs. Ze wil haar portretteren met een baby of haas in haar armen. Het wordt een knuffeldier uit de mand bij haar bed. Roos gaat met de knuffel op een klaargezette stoel in de keuken zitten.

Ik kijk naar het linkerpaneel, Roos zit op de rand van een kaal bed met een haas in haar armen, somber. Ik lees ‘Soms weet je niet wat een model je mee gaat geven, maar vandaag was duidelijk dat er sowieso ook enige pijn van Roos met mij mee naar huis zou gaan.’ Later is ze bij vriend van de schrijver, Karol Lesman, er is een schaakbord. ‘Ik positioneerde Karol in het juiste licht en de juiste houding op een imaginair bed zonder matras en zette het schaakbord op zijn schoot.’ Weer kijk ik naar het linkerpaneel. Twee mannen op de lattenbodem van een bed, rug tegen de muur. Lesman een schaakbord op schoot. Ik lees, ‘Tegen wie schaak ik vandaag?’ vroeg Karol. Zijn buurman [vader van de schrijver] op het bed zonder matras hief zijn glas Riesling om een toast uit te brengen en ergens in de verte riep iemand: ‘Auf bessere Zeiten!’ Het feestje werd een wereld waarbij Alice in Wonderland in het niet valt

De geliefde van de schrijver wordt bezocht. Pesapane noemt haar de Lorelei, zet haar een feesthoedje op. ‘”Waar is dit voor?” vroeg de Lorelei terwijl ze leunde op de rand van het bed zonder matras en zette haar feesthoedje recht. Er zat een meisje achter haar met een slecht humeur en een dode haas op schoot, wat enig ongemak veroorzaakte in de slaapkamer waar een feestje werd gegeven. “Trek je er niets van aan”, zei een oudere heer vanachter zijn schaakbord, “Daar kan jij niets aan doen, haar haas is onlangs dood neergevallen. Daarom is ze uitgenodigd, misschien kan ze iets opsteken van de aanwezigen,…” Ik kijk, en lees en kijk, zie de liefde, het verdriet, het ongemakkelijke. Sommige genodigden kijken hun ogen uit alsof ze niet wisten van die ander in het leven van de schrijver. Ik ken de schrijver verder niet, ik ben er, kruip in de verhalen van Elisa Pesapane, kijk mijn ogen uit, ga nog niet naar huis. Liefde na Auschwitz is niets anders dan liefde, in contrast met de holocaust is niets zoveel als liefde. Ik zoek nog.

 

 

Liefde na Auschwitz. Op reis met de verslinders en verslondenen van Arnon Grunberg / Elisa Pesapane / Uitgeverij Zoetzuur


Inge Meijer is een pseudoniem, reist met het OV, wast haar mondkapjes.