25 mei 2017

Feest op de toetsen

Door Els van Swol

Je zal maar Schubert heten en als beeldend kunstenaar ook nog eens een serie kunstwerken maken onder de titel A four hand piano piece (nog tot 3 juni te zien in de galerie van Gerhard Hofland in Amsterdam).
Het persbericht werkt uiteindelijk toe naar de clou van de vier vlakken op de verschillende doeken. Eerst gaat het over gebalanceerde, abstracte composities van een bijna meditatieve aard. Dan over de vredige en rustige werkmethode van de Duitse kunstenaar, die klassieke materialen gebruikt, zoals ei tempera. Vervolgens zwenkt de blik naar de toeschouwer van wie concentratie en doorzettingsvermogen wordt gevraagd. De cyclus blijkt uiteindelijk bedoeld te zijn om dingen vanuit een verschillend gezichtspunt te bekijken. Zowel de bedoeling van de kunstenaar als de receptie van zijn werk door de toeschouwer spelen een even belangrijke rol.

Enkele jaren geleden was er een concert in TivoliVredenburg in Utrecht. Twee pianisten, een Hongaarse en een Nederlander, speelden met orkest het Concert voor twee piano’s en orkest KV 242 van Wolfgang Amadeus Mozart, die het werk zelf in Wenen had gespeeld met zijn leerlinge Josepha von Auernhammer.
De twee in Utrecht waren zowel leerling en oud-docent als, vermoedde ik toen ik ze na het concert zag lopen, geliefden. Ze speelden niet alleen prachtig; het was ook een genot om naar ze te kijken. De pianiste jutte haar pianopartner op om nóg meer te geven, wat minder introvert te spelen maar er helemaal voor te gaan. Je zag en hoorde hoe hij probeerde hier gehoor aan te geven, maar helemáál lukte het hem niet. Wat ook niet erg was, want zo bleven het – gelijk de doeken van Daniel Schubert – verschillende gezichtspunten. Dan weer een donker vlak onder aan het doek, of in de laagte van de ene piano, dan weer een licht in de rechter bovenhoek, of in het hoogste register van de andere piano.

Iemand die mooi formuleerde hoe dat zit met zo’n duo, in zijn geval net als bij Schubert quatre-mains op één piano, is Christiaan Weijts in zijn gelauwerde debuutroman Art. 285b. Over Sebastiaan, een pianoleraar en zijn Italiaanse leerlinge Rosetta: ‘Iedereen die wel eens quatre-mains heeft gespeeld, kent de gewaarwording: de wonderlijke duplicatie waardoor jouw handenpaar zich uitbreidt met dat van een kloon waar je geen controle over hebt, maar die toch dingen doet die wonderwel blijken te passen bij wat jij speelt.’

De duplicatie zie je bij de expositie met werk van Daniel Schubert, – de dingen die wonderwel blijken te passen hoorde ik in het concert in Utrecht: ‘Het paar stuwt elkaar (…). Nu is het feest op de toetsen en staat niets het paar nog in de weg om los te breken en los te zijn en de razendsnelle klim te maken.’ Prachtig. Om te zien en te horen. En over te lezen.

 

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer