Familie vertellingen

Net als Arnon Grunberg had ook jij een opklapbed. Met de komst van opa van moederskant in huis kwam een opklapbed mee. Toen opa op je vijftiende stierf, kreeg jij het opklapbed. Opa was een strenge man uit Groningen die als weduwnaar eerst inwoonde bij zijn zoon, juwelier in Assen. Op een gegeven moment zal hij gedacht hebben dat opa nu maar eens bij zijn dochter moest gaan wonen. Met zeven kinderen over vier slaapkamers verdeeld, kon hij er nog wel bij. Het opklapbed verdween geruisloos uit je leven toen je drie jaar later uit huis ging. Grunberg kon geen afstand doen van zijn opklapbed. Zelfs niet na zesenveertig jaar.

De ouders van Grunberg sliepen het grootste deel van hun leven in een opklapbed. ‘Mijn moeder is zo ongeveer in haar opklapbed gestorven.’ Hoewel zijn moeder vanaf zijn derde tot ongeveer zijn tiende, toen hij slaapproblemen had, in de voorkamer naast zijn opklapbed op een stretcher sliep. ‘Haar eigen opklapbed werd dus niet meer naar beneden geklapt…’. Het opklapbed van zijn vader stond in de eetkamer. ‘Als hij rond een uur of half elf met een zucht zijn opklapbed naar beneden klapte en daarmee de eetkamer veranderde in een slaapkamer (…), leek hij opgelucht bij het idee dat hij door middel van slaap tijdelijk de wereld kon verlaten.’ Denkend aan zijn opklapbed, denkt Grunberg aan de huisschilder die oom Joop genoemd werd. Of zijn moeder een verhouding had met deze huisvriend, vraagt hij zich af. Hij herinnert zich hoe zijn vader ‘met enige regelmaat’ tegen zijn moeder zei dat ‘haar keuken Westerbork was’.

Grunberg spreekt van een magische jeugd: ‘De huisschilder werd behandeld als een familielid. Eetkamers veranderden ‘s avonds in slaapkamers en ik klampte mij vast aan mijn slaapstoornissen, want zolang ik die had zou mijn moeder naast mij blijven liggen.’ Vorig jaar was het moment gekomen dat het opklapbed een obstakel werd. Het dreigde met het oud vuil te worden meegegeven. ‘Een niet geheel ontgonnen stuk van het verleden bij het grof vuil zetten. Dat moest voorkomen worden.’ Hij besloot het te verkopen zodat er altijd de gelegenheid bestond het oude opklapbed nog eens te bezoeken, ‘om er naar te kijken.’ Dat wat eens dierbaar was, moet ten koste van alles benaderbaar blijven.

Het opklapbed werd op een veiling voor vijfduizend euro verkocht. De koper kreeg het opklapbed en een certificaat van echtheid. Een deel van de afspraak was dat de koper als personage zou worden opgevoerd in De geschiedenis van mijn opklapbed, ‘het enige fictieve element in dit verhaal’. De naam mocht de koper zelf bedenken. Nu denk je dat de koper de naam Joop gekozen heeft. Dat huisschilder oom Joop een mooi toegevoegd element in deze geschiedenis is.

 

 

Klaas Gubbels werkte vier weken onafgebroken aan het schilderij van het opklapbed. Een lastige opdracht liet Gubbels ergens weten. Het is een prachtig gebonden uitgave geworden met afbeeldingen die tot in detail de structuur van het schilderij weergeven. De in korte teksten beschreven slaapgewoonten rond de opklapbedden van de familie Grunberg spreken tot je verbeelding. Zodanig dat je de gedachte toelaat er zelf een aan te schaffen, sites bezoekt waar een opklapbed ‘klapbed, kastbed of muurbed’ wordt genoemd. Maar je prefereert ‘opklapbed’.

 

 


Inge Meijer is een pseudoniem, altijd op zoek naar een goed verhaal.

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: