11 oktober 2011

Everything you always wanted to know about jewishness (but were afraid to ask)

Recensie door: Carolien van Welij

Recensie door Carolien van Welij

Op 18 oktober is het weer zover: de uitreiking van de Man Booker Prize 2011. Vorig jaar was Howard Jacobson de verrassende winnaar met zijn roman The Finkler Question. De Britse Jacobson is een bekende persoonlijkheid in zijn eigen land: hij heeft 11 romans gepubliceerd, schrijft een wekelijkse column in The Independent, en is geregeld op televisie te zien als presentator van zijn documentaires. Al twee keer behaalde hij de longlist van de Booker Prize, maar pas na het daadwerkelijk winnen van de prestigieuze prijs kreeg hij internationaal bekendheid. The Finkler Question is zijn eerste en tot nu toe enige roman die in het Nederlands is vertaald.

Hoofdpersoon is de 49-jarige Julian Treslove, een eenzame, ongelukkige, angstige en vooral zoekende man. Een man ‘zonder zelf’. Zijn leven ziet hij als een groot ongeluk: zijn geboorte (‘niet gepland, maar een leuke verrassing’, aldus zijn ouders), zijn studie (een loshangende verzameling modules), zijn voormalige onsuccesvolle baan bij de BBC (productie van nachtelijke kunstprogramma’s voor de radio), de – ook weer ongelukkige – vrouwen van wie hij had gehouden en zijn zonen (‘bij zijn weten onbedoeld twee’).
Na een reeks van baantjes is Treslove nu te huur als dubbelganger van beroemdheden voor feesten en bedrijfsevenementen. Hij is breed inzetbaar: van Brad Pitt tot Colin Firth. Zelfs als dubbelganger heeft hij geen eigen identiteit.

Op een avond wordt hij beroofd door een vrouw. Een vernederende gebeurtenis, maar hij ligt vooral wakker van de woorden die hij haar meende te hebben horen zeggen. Zei ze ‘Yo, je schatten’ of ‘Joe, je schatten’? Uiteindelijk is Treslove er heilig van overtuigd dat haar woorden waren: ‘Jij, jood!’.
Deze interpretatie lijkt misschien niet voor de hand te liggen, maar wel in het universum van de niet-joodse Treslove die geobsedeerd is door alles wat joods is. Werd hij onterecht voor een jood aangezien? Of was er sprake van persoonsverwisseling? Treslove bespreekt het voorval met zijn twee joodse vrienden, Sam Finkler en Libor Sevcik, en komt tot de conclusie dat hij misschien joods is en in ieder geval joods wil worden.

Sam Finkler, oud-klasgenoot van Treslove, is filosoof en schrijver van bestsellers als De existentialist in de keuken en Het boekje voor alledaags stoïcisme. Hij is een jood die eigenlijk geen jood wil zijn, een anti-zionist, die zich aansluit bij de AS-joden (de Alle zich schamende joden). Libor Sevcik, tegen de negentig en oorspronkelijk Tsjechisch, is hun oude geschiedenisleraar. Hij spreekt over ‘Israël’ met een rollende r en staat wat betreft de politiek in het Midden-Oosten diametraal tegenover Finkler. De drie vrienden zien elkaar regelmatig, zeker nu Finkler en Libor onlangs allebei weduwnaar zijn geworden.

Deze drie personages zijn allemaal op hun eigen manier bezig met de vraag wat het betekent om vandaag de dag joods te zijn. En met behulp van allerlei ‘bijrollen’ (zoals de zoon van Finkler die als jood betrokken raakt bij een antisemitisch incident – niet als slachtoffer maar als dader) slaagt Jacobson erin om zo’n beetje ieder cliché over de joodse identiteit, religie en cultuur een plek te geven, net als iedere mogelijke mening over Israël, Palestina, zionisme en antisemitisme. Is het in het begin nog ongemakkelijk om de vele stereotyperingen te lezen, al snel werkt de gekozen opzet bevrijdend en taboedoorbrekend, vooral door de humor die Jacobson eraan toevoegt.

Het resultaat is een tragikomische roman. Niet alleen over de zoektocht naar een joodse identiteit, maar ook over vriendschap, verlies, rouw, trouw en rivaliteit. Een van de sterkste scènes in het boek is een gesprek tussen Libor en een rouwbegeleidster. Passages als ‘Hij had geen idee wat hij allemaal tegen haar zei.[..] Hij speelde de rol van nabestaande. Hij zei wat nabestaanden, meende hij, op dat soort momenten zeiden. Hij maakte zelfs de bijbehorende gebaren.’ worden afgewisseld met zinnen waarin Libor zich bezighoudt met de neusgaten van de rouwbegeleidster of haar zich naakt voorstelt. Op zulke momenten is Jacobson op zijn best: pijnlijk, ontroerend en grappig tegelijkertijd.

Geen enkel thema wordt in deze roman zachtzinnig behandeld. Vriendschap bestaat voor een groot gedeelte uit rivaliteit; Treslove is zelfs jaloers op het verdriet van zijn vrienden. Ook zijn uitoefening van het vaderschap is heel ontnuchterend: ‘Eerst had hij zijn zonen willen vragen, maar hij heeft zich bedacht. Hij mag zijn zonen niet.’ En als het over de vreugde gaat ‘die je voelt als je voor vader speelt bij andermans kinderen’ gaat het om de vreugde van de machtsovername.

Jacobson laat ons de minder mooie kanten van mensen zien. Treffend is bijvoorbeeld deze uitspraak over Finkler, als hij net in het openbaar een onderonsje heeft met een beroemde vrouw uit de academische wereld: ‘De wetenschap dat de anderen zich opvraten over dit vertrouwelijk moment van ingewijden onderling, gaf hem een gevoel van stille voldoening.’

‘Erg grappig, heel ingenieus, heel droevig en heel subtiel’ was het oordeel van de niet-unanieme jury van de Man Booker Prize. Deze omschrijving is op veel passages van toepassing, maar helaas niet op de roman in zijn geheel.
Een strenge redacteur wens je Jacobson toe, die een selectie maakt van de sterkste dialogen, die alleen de scherpste grappen laat staan en die overvloedige mijmeringen van Treslove in de vorm van retorische vragen durft te schrappen. Dit geldt eveneens voor de overbodige herhalingen van bijvoorbeeld grappige vergelijkingen. Het beeld van een vrouw in bed die ‘achter haar rug met zijn penis [frommelt] alsof ze worstelde met de haakjes van een lastige bh’ is niet meer grappig als diezelfde opmerking dertig bladzijden eerder ook al is gemaakt.

Jacobson speelt met taal en maakt op bijna iedere bladzijde wel een woordgrap. Een vertaling wordt daarmee bijna een onmogelijke opgave. Het is duidelijk te merken dat de vertaalster op alle mogelijke manieren naar een equivalent zoekt voor die taalspelletjes; zelfs de tweede naam van Treslove wordt bijvoorbeeld veranderd. Toch leveren die vertalingen vaak gekunsteld of te nadrukkelijk taalgebruik op. De zinnen ‘Het was de joligste seksnacht die Treslove ooit had gekend. Een verrassing voor hem, want hij hield niet van jolijt.’ klinken een stuk minder aantrekkelijk dan de woorden ‘the jolliest night’ die worden vervolgd met ‘A surprise to him because he didn’t do jolly’, om maar een voorbeeld te noemen. Het zo nu en dan ‘vreemde taalgebruik’ is meestal begrijpelijk met de oorspronkelijke Engelse uitgave bij de hand.

More is more! is het credo van Jacobson. Met een overdosis aan grappen probeert hij de aandacht van de lezer vast te houden in een roman zonder spannend plot en een losse structuur. Met meer maat zouden de grappen vaker daadwerkelijk lachwekkend zijn en zouden de treffende omschrijvingen beter tot hun recht komen. En dat verdient The Finkler Question, een gedurfde roman die als ondertitel had kunnen hebben Everything you always wanted to know about jewishness (but were afraid to ask).

 

De Finklerkwestie

Auteur: Howard Jacobson
Vertaald door: Barbara de Lange
Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus (2011)
Prijs: € 19,95

Everything you always wanted to know about jewishness (but were afraid to ask)
ISBN: 9789044628845

Meer van Carolien van Welij:

16 december 2015

Boeken met potloodstreepjes

31 maart 2014

Raamwerk van verbondenheid

Over 'De illusie van alleenzijn' van Simon Van Booy
17 juni 2013

Vruchtbare twijfel

Over 'Mijn leven is mooier dan literatuur ' van Jannah Loontjens

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman