17 oktober 2013

En hier een plaatje van een kat – Arjen van Veelen

Onschuldige ongerijmdheden van het moderne leven

Recensie door Albert Hogeweij

We leven in een ironische tijd en we weten het. In de bundel En hier een plaatje van een kat & andere ongerijmdheden van het moderne leven temperatuurt Arjen van Veelen, redacteur, essayist en columnist van NRC Next en NRC Handelsblad, en auteur van het debuut Over Rusteloosheid, onze bijkans aan ironie bezwijkende tijdgeest. Hij zoekt naar rare gewoontes van deze tijd en van hemzelf. Besmet met de ziekte waarover hij schrijft, laat hij zich leiden door de alleszins gezonde vraag: ‘waarom doe ik dit eigenlijk?’

Niets menselijks en eigentijds is Van Veelen vreemd. In de verantwoording van deze bundeling van veelal eerder gepubliceerde, maar niet zelden daarna herschreven artikelen, refereert hij aan het boek Mythologies (1957), waarin de Franse literatuurcriticus, filosoof Roland Barthes aan de hand van uiteenlopende beelden en alledaagse onderwerpen uit de eigentijdse populaire cultuur de slinkse trucs van de bourgeoisie ontmaskerde. Barthes liet zien dat onder de populaire cultuuruitingen verborgen betekenissen schuilgingen die ons als natuurlijk en vanzelfsprekend worden voorgeschoteld, maar die in werkelijkheid op geraffineerde wijze naar burgerlijke leest zijn gevormd. Zo kreeg bijvoorbeeld destijds de Citroën DS in een uitgekiende advertentie een weloverwogen goddelijke connotatie mee binnen een huiselijke context. Barthes morrelde met verve aan de zogenaamde natuurlijke vanzelfsprekendheid van het ons zo vertrouwd gemaakte beeldenarsenaal, en toonde aan dat daarachter een heel patroon van geruststellende, kleinburgerlijke waarden schuil ging.

Waren Barthes’ essays niet helemaal vrij van neo-marxistische opzet, Arjen van Veelen voert in zijn boek een onpartijdigere ontmaskering van de tijdgeest op. In een persoonlijke en zeer leesbare stijl loodst hij zijn lezer door onze listig door reclamejongens opgetuigde werkelijkheid. Bij vlagen doet hij dat zeer geestig en gevat. Diverse gadgets en trends passeren de revue. Het boek en het vuur begint zo: ‘Het feestje is bij ons thuis in de achtertuin. ’t Is rond middernacht. Er zijn enkele tientallen genodigden. In de tuin brandt hout in een vuurkorf. Er is drank te over. Het lijkt wel een studentenfeestje, alleen de happen zijn beter, want we zijn rijker dan toen.’ En in die vuurkorf mag wie dat wil iets van zichzelf ritueel verbranden. En dan blijkt dat men met het grootste gemak van alles aan de vuurkorf toevertrouwt, nou ja bijna alles…behalve boeken! Boeken beschikken in het digitale tijdperk blijkbaar nog steeds over een ‘ziel’. ‘Weinig mensen hebben moeite met het deleten van een tekstbestand of het weggooien van een krant. Maar een boek in het vuur? Dat voelt gek.’ Na enige uitleg volgt de bijna dooddoener: ‘Juist in een wereld die digitaliseert groeit de hang naar het fysieke’. Maar daarmee neemt de schrijver gelukkig geen genoegen. Hij verduidelijkt dat de mens van zijn computerscherm, dat allerlei zintuigen ‘miskent’, wegvlucht. ‘Waarom in vredesnaam je zintuigen tekort doen en dat vooruitgang noemen? Het is net als met ledlicht: prima als fietsverlichting, maar in je tuin liever een vuurkorf.’ Het papieren boek heeft heden ten dage afgedaan als drager van de waarheid, die immers sneller gediend is in digitale vorm. De functie van het papieren boek is daarmee een andere geworden: het biedt tegenwicht tegen de schermwereld: ‘het boek is nu antidotum tegen werkelijkheidswee.’

Dit zogeheten werkelijkheidswee, dat een tegenreactie tegen de virtuele wereld ontketent, loopt als een rode draad door zijn essays. De schrijver toont keer op keer aan hoe het komt dat we terugverlangen naar de vermeende echtheid en authenticiteit van voorbije tijden. Hoe 2.0 en 3D alles ook moge zijn, het beeldscherm wordt door velen nog steeds als scheidslijn tussen ons en de ‘echte’  werkelijkheid ervaren. En dat blijkt (nog steeds) als een gemis te voelen, waarvoor men zich echter creatief heeft gerevancheerd. Want wat volgt er op dat gevoel van gemis? Een applicatie bijvoorbeeld om digitale foto’s in versneld tempo een verouderingsproces te laten ondergaan dat zich kan meten met het effect van de langzame veroudering waaraan de in albums geplakte vakantiekiekjes van weleer ten prooi vielen. Zodat langs de weg van de hedendaagse techniek de imperfectie uit voorbije tijden wordt binnengeloodst ten einde het product een soort echtheidscertificaat te verlenen. De virtuele schijn van perfectie laat ons behoeftig zijn naar de authenticiteit van het verval. Als tegengif tegen de virtuele wereld.

Het boek kan door zijn vele, snelle associaties ietwat druk over komen, maar het laat zich er niet minder vlot door lezen. Stilistisch kapseist Arjen van Veelen niet te midden van zijn beeldenrijkdom en associatiedrift. Hij kan scherp zijn: ‘Reclame, dacht ik altijd, wijst je op oplossingen voor problemen die je niet had.’ Een enkele keer loopt een overdaad aan woorden de uitsmijter voor de voeten. Als hij bijvoorbeeld de Red Bull-marketing ontrafelt: ‘Je hebt een leeg blikje, je doet er een enorme strik om, zo gigantisch dat je alleen nog die strik ziet – er is alleen maar een strik. Anders gezegd: een goede krans behoeft geen wijn.’ Slechts af en toe leent een passage zich voor een gaappauze: ‘Je zou het weer kunnen zien als het nationale gespreksonderwerp bij uitstek. Iedereen heeft tenslotte te maken met het weer. Het weerbericht is het enige nieuws dat iedereen raakt, dat iedereen kan begrijpen en dat elke dag speelt. Het weer is het enige dat wij delen. Het kan dus een smeermiddel zijn, dat mensen samenbrengt, zoals je op de camping het eerst een praatje maakt over het weer.’ Soms balanceren zijn oneliners gevaarlijk op het randje van de open deur: ‘Ons grootste probleem is dat we geen grote problemen kennen.’ Maar je vergeeft het deze winnaar van de Jan Hanlo Essayprijs uit 2009 graag wanneer hij elders op z’n geestigst voor de dag komt met zijn stuk over de vouwfiets. ‘De vouwfiets is handig, zeggen liefhebbers – het is hun enige argument. De vouwfietser behoort tot het type mensen dat zich niet bekommert om esthetica en lak heeft aan prestige. Het is de antipode van de Harley-rijder. Laat de mensen toch lachen, als wij maar efficiënt van a naar b kunnen trappelen. Het is de esthetica van de afritsbroek.’ De auteur geeft er op vermakelijke wijze behoorlijk op af omdat het praktische het bij de vouwfiets zo makkelijk mag winnen van het schone. Maar uiteindelijk komt hij er zelf ook niet helemaal uit en moet hij bekennen dat er in zijn afkeer mogelijk enige afgunst schuilt.

Net als men denkt de voorkeuren van deze schrijver wel zo’n beetje te kennen, belandt men van de afwijzing van het ene fenomeen in de omhelzing van het andere. Zo kan opeens een lans gebroken worden voor het ‘bliepje’, het door de meesten als irritant ervaren geluidje dat alle moderne apparaten in een digitaal soort Esperanto wereldwijd probleemloos kunnen afscheiden. Van Veelen ontwaart er echter een ‘symbool [in] voor de liefdevolle verstrengeling van mens en ding.’ Hij schiet wat door in zijn liefdesverklaring aan de bliep. Om argumentatie lijkt het hem niet meer te doen wanneer hij schrijft: ‘De bliep is dus je beste vriend – probeer het woord bliep maar eens uit te spreken met een boze stem.’

Na deze knieval voor het moderne tijdperk, verrast hij in Witte muren en dingen die je niet snapt met een pleidooi voor het soort musea waarin alles nu eens niet in hapklare brokjes voor de bezoeker is versneden. ‘Een museum moet niet vriendelijk zijn.’ Sterker, de bezoeker moet zich er zelfs nietig kunnen voelen tegenover de, het liefst met minuscule naambordjes gepresenteerde kunst, die daardoor des te meer weet te overweldigen. ‘De witte muren en de leegte van de zalen werken net zo op je geest als witregels in de poëzie. De lege bladspiegel geeft extra lading aan die paar woorden die er wel staan.’

Arjen van Veelen (1980) is jong genoeg om met zijn tijd mee te willen gaan, maar kritisch genoeg om niet alle nieuwlichterij het voordeel van de twijfel te gunnen. Zo heel anders dan de veertig jaar oudere bard Jean Pierre Rawie die onlangs zijn staf brak over onze moderne tijd in zijn boek Vroeger was alles beter, behalve de tandarts. Dit ligt allemaal in de lijn van wat de Britse schrijver Douglas Adams ooit beweerde, namelijk dat de mens uitvindingen van vóór zijn vijftiende levensjaar normaal pleegt te vinden, uitvindingen tussen zijn vijftiende en vijfendertigste nieuw en uitdagend, maar alles wat daarna aan nieuwigheden de markt overspoelt, wordt door hem afgedaan als idioot, verwerpelijk en tegennatuurlijk. Arjen van Veelen zou volgens deze visie met zijn 33 jaar nog twee jaar van enthousiasme voor het nieuwe voor de boeg hebben.

Het laatste stuk is getooid met de boektitel en is mede vanwege de erin opgenomen kattenplaatjes het langst. Maar ook op een ander punt onderscheidt het zich. Voorheen kon de lezer nog menen dat Van Veelen louter gedreven werd door journalistieke nieuwsgierigheid en zelfonderzoek. Maar waar de auteur zich in dit laatste stuk erover verbaast dat miljoenen mensen naar domme en toch weer schattige kattenfoto’s en –filmpjes op het internet kijken, constateert hij opeens, bij wijze van moralistische oprisping, dat ‘het wilde web tam’ is geworden. De moralistische tendens verraadt zich helemaal bij de aanblik van een ‘in zichzelf gekeerde mensheid, die unaniem is gestopt met denken, met scheppen (…) Daarom besloot ik het virus te onderzoeken, om, als dat nog nodig was, de mensheid op tijd van een vaccin te voorzien.’ Voor die passiviteit wacht Van Veelen. ‘Liever jaag ik eenzaam de waarheid na dan mij zomaar over te geven aan loos gemiauw.’ Ach, een beetje moralisme kan dit boek over tamelijk onschuldige ongerijmdheden van het moderne leven wel verdragen. Voor de 35+ lezer voelt het per slot van rekening wel zo geruststellend als een jonger persoon daarbij nog enigszins op zelfreflectie mikt.

 

En hier een plaatje van een kat

Auteur: Arjen van Veelen
Verschenen bij: Uitgeverij Augustus
Aantal pagina’s: 160
Prijs: € 16,95

 

En hier een plaatje van een kat
Arjen van Veelen
ISBN: 9789045023748

Meer van Albert Hogeweij:

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef

Verwant

17 oktober 2013

De ontmoeting die niet plaatsvond

Over 'Vrij man' van Arjen van Veelen
17 oktober 2013

Oogst week 43

17 oktober 2013

Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

Over 'Dansen op de maat van het ogenblik' van Arjen van Veelen