En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins

The Paris Review was en is een beroemd literair tijdschrift, dat destijds in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw opviel door de prachtige interviews met Engelstalige auteurs. Jack Kerouac, King of the Beats, schrijver van On the Road, hield niet van vraaggesprekken, maar stemde erin toe een ontmoeting te hebben met Ted Berrigan in 1967, een dichter en redacteur van het blad Het gesprek zou een van de laatste serieuze gesprekken worden met Kerouac over literatuur. Tijdens latere televisie-interviews met o.a. Fernanda Pivano in Italië was Kerouac zo dronken, dat er weinig zinnigs meer uit zijn mond viel op te tekenen. Hij stond al met een been in het graf.

In het gesprek met Berrigan onthulde hij dat het eerste boek van de Beats eigenlijk al in 1945 geschreven was, namelijk door William Burroughs en hem in eendrachtige samenwerking. Het heette En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins. Die hoogstmerkwaardige titel zou verwijzen naar de woorden van een nieuwslezer, die verwees naar de brand in een Londense dierentuin. Hierbij verbrandden circusdieren. Waarschijnlijker is dat Burroughs de hele zaak verzon en dat zijn voorkeur voor lugubere situaties hem parten speelde. Het manuscript bleef lang verborgen om precies te zijn 63 jaar.

Dat heeft te maken met de moord, die in het boek een rol speelt.

Het is het waargebeurde verhaal van David Kammerer een 34-jarige homoseksueel, die verliefd was op Lucien Carr, een beeldschone jonge student en kennis van Allen Ginsberg, Burroughs en Kerouac. Kammerer stalkte Carr zo lang tot er een vechtpartij uitbrak en Carr hem vermoordde. Dit gebeurde in 1944 en Carr werd jarenlang achter slot en grendel gezet. Toen hij uit de gevangenis werd ontslagen, wilde hij niet dat het boek van Burroughs en Kerouac zou verschijnen. Aanvankelijk waren Kerouac en Burroughs ook gearresteerd omdat ze geen aangifte hadden gedaan van de moord, maar er wel van op de hoogte waren. Burroughs zelf wilde overigens, dat het manuscript pas na zijn dood zou worden uitgebracht.

Burroughs schreef de hoofdstukken van de louche barkeeper Will Dennison, niet verwonderlijk want hij was in het echte leven jarenlang barkeeper van obscure bars als de Pokerino in New York. Kerouac is Mike Ryko, een losse maar verlopen matroos. Ook niet zo vreemd want in de oorlog monsterde Jack samen met Carr aan op koopvaardijschepen. Om de beurt schrijven Ryko en Dennison een hoofdstuk, maar het verhaal verweeft zich op knappe manier. Beide mannen vertellen op een onderkoelde manier over de feesten en de omzwervingen, die ze hebben in Greenwich Village tijdens de oorlog. Ze drinken, gebruiken drugs, filosoferen en ach ja- een moord gepleegd door een van hun vrienden- kan daar ook nog wel bij. Immers het aanstormende Zenboeddhisme waar de heren al in geloofden, stond het niet toe de daden van anderen te veroordelen. Bovendien was het niet cool om overstuur te raken. Burroughs praktiseerde toen al het factualisme een filosofie, die de feiten ongemoeid wil laten en de mening daarover ondergeschikt maakt.

Op één van de feesten wordt zelfs glas gegeten door Philip (Lucien Carr) en Al (Kammerer). Het schijnt ze niet te deren. Mike Ryko (Kerouac) merkt op, dat een hap glas je niet kan verwonden, wanneer je het maar goed fijnkauwt. Oorspronkelijk wilden Kerouac en Burroughs een misdaadroman schrijven in de stijl van Dashiel Hammett. Dat lukte uiteraard niet, maar de eerste aanzetten zijn hier te vinden van wat later de beatstyle zou worden. De snelle genadeloze, maar o zo gevoelige manier van leven, die in Road van Kerouac zijn beslag kreeg en zoals Bob Dylan het verwoordde: “De wereld in een donderslag op zijn kop zette, zodat hij nooit meer hetzelfde zo zijn, erna.”

Overigens wilde aanvankelijk geen uitgever het boek hebben in de vijftiger jaren. Niet verwonderlijk want het is behoorlijk openhartig vergeleken met de veelal stijve Amerikaanse literatuur uit deze periode. Er zijn toespelingen op sexuele uitspattingen en duidelijk is dat de personen, die het boek bevolken en die we kunnen herkennen als de latere kring rond Kerouac, bepaald niet van plan waren, zich iets aan de maatschappij gelegen te laten liggen. Dropouts avant la lettre!

De vertaling van Ton Heuvelmans is sober en uiterst doeltreffend. Verder is er een zeer lezenswaardig nawoord van James W. Grauerholz opgenomen, de executeur-testamentair van Burroughs. Fabels worden ontzenuwd en aanvullingen geplaatst. Tot slot worden een aantal plekken en kroegen uit het verhaal nader aangeduid. Uitgeverij Lebowski heeft het boek van een zeer fraaie omslag voorzien en op de binnenflap is speels met ouderwetse schrijfmachineletters gespeeld. We weten inmiddels dat Kerouac zijn meesterwerken- meestal onder invloed van benzedrine- op oude typewriters schreef. Bij Road gebruikte hij een telexrol om ongestoord te kunnen doorrammelen op de schrijfmachine en niet steeds papier in te hoeven draaien. Een leuke speelse verwijzing in de stijl van de Beats, deze schrijfmachineletters. Zo is dit boek een document geworden dat gelukkig niet verloren is gegaan en dat na de nieuwe ongekuiste uitgave van Road, vorig jaar, een monument is uit de beginperiode van de Beats.

Karel Wasch

(En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins. Burroughs & Kerouac, vertaling T.Heuvelmans, uitg. Lebowski, ISBN 9789048801282, blz. 173, €17,50)

ISBN: 9789048801282

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa