28 oktober 2011

Eenvoudig taalgebruik in dienst van rake beschrijvingen

Recensie door: Carolien van Welij

Recensie door Carolien van Welij

‘Sandra en haar moeder waren wel een beetje zwart, maar niet helemaal. Dat verschil was heel subtiel. Je kon te zwart zijn, zoals Tanya, en dan wilden witte mensen niet met je omgaan. Als je een beetje meer bruin was, zoals Sandra’s familie, dan was je oké. Zolang je tenminste altijd even aardig deed en het niet te veel had over dingen die niet Nederlands waren.’

De Surinaamse Sandra woont met haar zusje en moeder in ‘de wijk’. Een wijk die bestaat uit armoedige grijze flats van drie- tot achttienhoog. Aan het tuinmeubilair en de vitrage kan je zien waar Nederlanders wonen. Hoe meer buitenlanders er komen wonen, hoe meer boerenbont-servies er voor de ramen van de autochtonen verschijnt. ‘En zo was er dan een soort evenwicht.’

Sandra heeft al geleerd om zich te handhaven in deze omgeving. Op feestjes bij haar beste vriendin Chantal thuis, waar grappen worden gemaakt over buitenlanders. Maar ook hangend op straat in het ‘uniform van de wijk (een dun, neonkleuring trainingspak met badslippers eronder.)’

Na de zomervakantie gaat Sandra naar de middelbare school. Als enige uit de wijk gaat ze naar het gymnasium. De kinderen daar komen uit ‘het dorp’ (officieel geen dorp, maar wel groen en ruim) of uit ‘Zuid’ (de villawijk). De lezer volgt een jaar uit het leven van Sandra: van de musical bij de afsluiting van de basisschool tot de zomervakantie na het eerste jaar. Sandra heeft niet alleen de gebruikelijke problemen van een brugklasser, zoals een enorme tas met De Bosatlas en het woordenboek. Ze moet zich ook zien te handhaven in een nieuwe wereld met andere regels, normen en gebruiken, de wereld van de ‘kakkers’. Een plek waar ze wordt verbeterd als ze het heeft over de kapotte auto van haar moeder (‘o-to’ naar het Franse automobile) en waar haar klasgenoten na de voorjaarsvakantie van die vreemde witte ringen om hun ogen hebben.

Het gym is een roman over anders zijn. Sandra is vergeleken met haar klasgenoten niet alleen anders van kleur. Een belangrijker verschil is de armoede waarin zij leeft. Haar vriendinnen hebben problemen die vergelijkbaar zijn met die uit de brieven in de rubriek Achterwerk uit de VPRO-gids. Sandra daarentegen komt op een dag thuis in een donker huis, afgesloten van elektriciteit.

In een precieze, observerende stijl schildert Karin Amatmoekrim de twee werelden waarin Sandra probeert te overleven. Met korte zinnen en veel dialogen creëert de schrijfster een filmische stijl die doet meeleven met de hoofdpersoon. Af en toe eist de taal aandacht voor zichzelf op, bijvoorbeeld bij de beeldende metaforen: ‘de bus ging zuchtend open’ of  ‘Sandra [..] zag haar vader voor wat hij was, een lusteloze man die zijn lichaam als een dweil op de witte nepleren bank had neergelegd.’ Na de eerste zin verwacht je een roman vol met dit soort vondsten. Dat is niet het geval; meestal staat het eenvoudige taalgebruik in dienst van rake beschrijvingen en overtuigende dialogen. Het verhaal is op enkele plekken wat traag, maar de eerlijke stem van Sandra in combinatie met haar humor zorgt ervoor dat je blijft lezen. Als een antropologe maakt zij een ontdekkingstocht in de wereld van hockeymeisjes en doet observaties als:
‘Zeggen dat je op ‘het gym’ zat in plaats van gymnasium, was net zoiets als zomervakanties in Amerika doorbrengen. Het was extra chic omdat je daarmee deed alsof het niets bijzonders voor je was. Zo van, o, het is dinsdag en ik ga gewoon een biefstukje eten, omdat dat voor mij heel normaal is.’

Soms zou Amatmoekrim wel wat meer van haar lezers mogen vragen en bepaalde uitleg achterwege kunnen laten. Bijvoorbeeld als de streng gelovige Jojanneke van haar ouders niet mee mag doen met het toneelstuk Faust: via Sandra’s zoektocht naar een verklaring krijgt de lezer die op een presenteerblaadje aangereikt.

Het gym doet regelmatig aan andere films en boeken denken, maar heeft toch een heel eigen karakter. In de scènes in de klas is er af en toe een vleugje van een hedendaagse Bint, in de gedachtewereld van Sandra vind je soms een echo van Kees de jongen, de rol van literatuur herinnert aan Dead Poets Society en als haar moeder niet zo arm was, had ze geleefd tussen de Vinexvrouwen.
Ondanks de gedoseerde verwijzingen naar de jaren tachtig (Toppop, Skychannel, Salt-n-Pepa) komt de roman tijdloos over. Ook het thema gaat verder dan een Surinaamse op het gym: het gaat over erbij willen horen zonder jezelf te verliezen. Herkenbaar voor iedereen die puber was of is. Het gym is daarmee meer dan een ‘multiculturele roman’.
Deze vierde en goed verfilmbare roman van Karin Amatmoekrim kan een hit worden op de leeslijsten van middelbare scholieren. En dat is bedoeld als compliment.

Het gym

Auteur: Karin Amatmoekrim
Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus (2011)
Aantal pagina’s: 256
Prijs: € 17,95

Eenvoudig taalgebruik in dienst van rake beschrijvingen
ISBN: 9789044622256

Meer van Carolien van Welij:

16 december 2015

Boeken met potloodstreepjes

31 maart 2014

Raamwerk van verbondenheid

Over 'De illusie van alleenzijn' van Simon Van Booy
17 juni 2013

Vruchtbare twijfel

Over 'Mijn leven is mooier dan literatuur ' van Jannah Loontjens

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman